Lobbycratie

Op een dictatuur volgt democratie – toch? Na het afslachten van Gaddafi donderdag noemde minister Rosenthal de Libische dictator „het symbool van decennia durende onderdrukking, wreedheid en terreur tegen de eigen bevolking”. Hij zegde Libië geld en adviseurs toe. „We moeten in de Arabische regio instituties opzetten die de democratie en de rechtsstaat borgen.”

Mooi gesproken! In het NOS Journaal zag ik die dag een pratend hoofd verkondigen dat het in Libië kon vriezen of dooien – ja, men was daar behoorlijk tribaal en ja, en ook nog eens flink orthodox, maar tijdens zijn bezoek was hem opgevallen hoe verwesterd veel Libiërs waren. „Ze zijn echt goed op de hoogte van wat zich hier afspeelt.”

Als dat zo is, vrees ik het ergste. De wijsheid dat het regime-Gaddafi vooral kon overleven door ferme steun van het Westen, is gemeengoed. Er was de afgelopen dagen geen medium dat niet opnieuw de pijnlijke foto’s tevoorschijn haalde waarop de dictator de handen schudde van westerse staatshoofden, van wie sommigen nog in functie. Toen de revolutie uitbrak schonken popdiva’s de miljoenen die ze verdiend hadden met optredens voor de Libische maffiafamilie vliegensvlug aan goede doelen. De revolutie in Libië had plotseling veel valse vrienden. Iedereen probeerde zijn straatje schoon te vegen.

Er zal nu veel mediabezorgdheid zijn om Libië. Er is angst voor chaos. Of nog erger: een islamitische staat.

Maar onze democratie? Hoe staat het met onze eigen instituties? Wat me aan de reactie van Rosenthal en die van anderen opvalt, is hoe hypocriet zulke woorden inmiddels klinken. De taal van de democratie en mensenrechten is het afgelopen decennium zo vaak misbruikt, dat ze vooral achterdocht opwekt.

Vroeger had je gewoon machtspolitiek. Het belang van de eigen natie en je bondgenoten stond voorop, daar hoefde je geen doekjes om te winden. Tegenwoordig wordt die machtspolitiek aangekleed met de verlichte taal van goede bedoelingen, in naam van een betere wereld voor iedereen. Geen westerse politicus zal zeggen: de seculiere vrijheid die we noodgedwongen ineens in Libië bepleiten, onthouden we aan Saoedi-Arabië, omdat dat ons niet goed uitkomt.

Een oprecht man als Max van der Stoel gebruikte politieke middelen om mensenrechten te bewerkstelligen. Tegenwoordig gebruikt men mensenrechten om politieke doeleinden na te streven. Op iedere handelsmissie naar een dictatuur nemen we nog een half uurtje mensenrechten mee.

Intussen groeit het cynisme. Hoe democratisch is onze democratie nog? Vorige week trad Liam Fox, de Britse minister van Defensie, die nauw betrokken was bij de acties in Libië, af na een slepend schandaal. Hij had een jongere vriend met zich mee genomen op dienstreizen, hem bij belangrijke vergaderingen aanwezig laten zijn, hem betaald via zijn eigen onkostendeclaraties. Het bleek geen vriendschap of liefde, of niet alleen: de invloed van de jonge vriend had ook sterk ideologische trekjes. Fox, een van die nieuwrechtse politici bij wie de haat tegen Europa en de liefde voor Israël de kracht van een verzengende hartstocht heeft, onderhield via zijn jetsettende vriend nauw contact met ‘denktanks en onduidelijke bedrijven die erop uit waren de koek in het bevrijde Irak te verdelen. Ook is er sprake, meldt The Guardian, van gelobby voor een nieuw type gevechtsvliegtuig, dat Fox inderdaad heeft verkozen.

Fox is geen uitzondering. Fox is een type. Dit soort politicus is steeds minder volksvertegenwoordiger en steeds meer belangenbehartiger. En typisch Brits is hij niet. Ook wij kampen met een onhelder systeem van partijfinanciering, waardoor het mogelijk is dat de buitenlandse giften aan de partij die dit kabinet gedoogt schimmig blijven. Ook wij hadden een minister van Defensie die tegen de klippen op voor aanschaf van een bepaald gevechtsvliegtuig pleitte en nu voor een bedrijf werkt dat lobbyt voor de aanschaf van juist dat type. Ook wij hebben ministers die hun verhouding tot Israël tot een zaak van het hart hebben gemaakt. Ik heb niets tegen Israël, maar wel iets tegen Israël als geloof.

Steeds vaker spreekt men over waarden, terwijl het keihard om belangen gaat. Welkom in de lobbycratie.