Liebe Nachbarn, wat is er mis met jullie?

Ik hield verschrikkelijk veel van jullie Nederlanders. Maar tegenwoordig onderscheiden jullie je nog nauwelijks van het gespuis dat Adolf Hitler een fijne vent noemt, schrijft Bernhard Groth. Geen zin meer in een jointje en multiculti?

Lieve Oranjemensen,

Vergeef het mij alsjeblieft dat ik mij als Duitser met jullie zaken bemoei. Maar ik kan alleen nog maar huilen als ik zie hoe jullie in de roes van jullie collectieve domheid het koninkrijk te gronde richten. Toen destijds de jachtkreet van Pim Fortuyn – ‘Tegen de islamisering van onze cultuur’ – door het land schalde, dacht ik dat het louter om een tijdelijke wanklank in het geluid van een tolerante en liberale samenleving ging, die snel weer zou verstommen. Maar sinds de louche Geert Wilders het rechtse minderheidskabinet van minister-president Mark Rutte dirigeert, hoor ik de nachtegaal krassen – en dat in een land waarvan ik tot nu toe op Gods mooie aarde het meeste hield. Plotseling vertonen ook jullie de hatelijke trekjes van het ultranationalisme.

Wat is er mis met jullie, liebe Nachbarn? Geen zin meer in een jointje en multiculti? Waar gaat de reis heen als voortaan ook de bijbelfanatici van de Staatkundig Gereformeerde Partij de weg naar de toekomst mogen wijzen, hoewel de helft van de bevolking niet-gelovig is? Wordt binnenkort de doodstraf voor abortus en euthanasie ingevoerd? Nemen nu de Jezusfreaks de onappetijtelijke opgave over om de moslims uit de Hof van Eden te verdrijven? Eisen de ultraorthodoxe calvinisten binnenkort de boerkaplicht voor blondines en homoseksuelen? Worden cannabishandelaren binnenkort net als in Duitsland achter slot en grendel gezet?

Dit zijn allemaal vragen die hier in het verre Pruisen worden gesteld, waar de idealisten de oude Nederlandse waarden nog hoog in het vaandel dragen. Frederik de Grote predikte al de Vlaamse wijsheid, dat ieder op zijn eigen wijze zalig moet zien te worden. Deze door Louise Henriette von Oranien nagelaten levensspreuk is het dan ook die ons aangetrouwde Oost-Oranjemensen versteld doet staan. Uitgerekend onze voorbeeldige en genetisch onbetrouwbare Nederlanders onderscheiden zich nog nauwelijks van het gespuis dat Adolf Hitler een fijne vent noemt en rechts-radicaal gedachtengoed, gepaard aan openlijk beleden racisme, legitiem acht. Nee, dat bevalt me niet, mijn lieve verwanten! Jullie mogen niet zo worden als degenen voor wie ik mijn kinderen en kleinkinderen waarschuw.

Jullie zullen je nu verwonderd op het hoofd krabben en je afvragen wat dieser olle Mof eigenlijk wil. Vanuit jullie perspectief is de grote zuiveringsoperatie in de voorstedelijke getto’s en in het in bendes georganiseerde cannabismilieu nog helemaal niet begonnen. Bovendien zijn de Duitsers zelf toch ook niet zo kleinzerig als het om de schending van de mensenrechten gaat. Veel wetten uit de goede oude hippietijd, die jullie louche regering wil afschaffen, liggen bij jullie buurlanden nog niet eens als wetsontwerp in de bureaula. Maar precies daar begint mijn kritiek, want de politieke ontwikkeling in Nederland bezorgt mij nachtmerries waarvan ik dacht dat die allang tot het verleden behoorden – nachtmerries, die de rechts-populistische en reactionaire krachten in jullie gelederen werkelijkheid willen laten worden. Jullie vrijheid was namelijk ook mijn vrijheid! Jullie tolerantie jegens andersdenkenden en anderslevenden was ook mijn leidmotief en steevast het beste argument tegen de kleinmoedigheid en het eeuwige gejammer van mijn landgenoten, die ondertussen wereldwijd als Duitse angst bekendstaat! Holland was voor mij van kindsbeen af het summum van vrijheid – het kostbaarste goed, waarnaar je op deze aardbol kunt streven! En als kind van de Berlijnse Muur weet ik waarover ik het heb, lieve Nederlanders! Terwijl jullie na 1945 het hemelse geluk kenden je cultureel verder te kunnen ontwikkelen en de hoge waarde van de vrijheid ook daadwerkelijk te kunnen beleven, groeide jullie verre neef op tussen de puinhopen van het Derde Rijk, op de bruinbesmette bodem, die tegelijkertijd de onveiligste plek op aarde was. Als een kindsoldaat stond ik aan het front van de Koude Oorlog, levend ingemetseld door de bolsjewieken, geïndoctrineerd door oude nazi’s en door de geallieerden gedegradeerd tot een mens met een voorlopig identiteitsbewijs, omdat wij West-Berlijners geen deel uitmaakten van de Bondsrepubliek Duitsland.

En jullie, lieve NAVO-strijders? Jullie hebben de lieve lange dag oude Goudse kaas zonder brood gegeten, terwijl ik (aldus Konrad Adenauer) jullie vrijheid op de Oost-Aziatische steppe heb verdedigd. Toen wij hongerkinderen in 1961 voor het eerst naar Nederland werden gestuurd, om eens flink aan te sterken, leek het alsof ik in de zevende hemel was beland, zo licht was het bestaan in het land der tulpen. Plotseling was de wereld niet meer zo zwartwit en grauw, maar groen met bonte stippen. Er was geen muur die je het uitzicht benam, en overal rook het naar pannenkoeken – en later naar nederwiet. Sindsdien heb ik in geen ander land ter wereld meer tijd doorgebracht, meer vrienden gemaakt en mooiere momenten van vrede en rust beleefd. Jaar in, jaar uit hebben wij ons aan het strand van de Noordzee tussen jullie bewogen, met jullie gepraat, gelachen en feestgevierd, en alles was goed. Maar daar willen jullie nu een punt achter zetten. Jullie willen dat wij wegblijven, nu jullie bordjes met het opschrift ‘Geen wiet voor buitenlanders!’ aan de deuren van jullie coffeeshops ophangen.

35 lange jaren waren wij jullie gelijken, en deze Berlijner had bij jullie zoiets als een tweede thuis gevonden. Toen de progressieve regering-Den Uyl in 1976 het coffeeshopsysteem inrichtte om de cannabishandel van de handel in hard drugs te scheiden, was dat ook voor ons Duitse hasjrokers een sprankje hoop aan de duistere horizon van de oorlog tegen de drugs, die tot op de dag van vandaag in de hele wereld meer slachtoffers maakt dan welke andere oorlog ook. Dat mijn geloof in het gezond verstand van de mens nu uitgerekend door de mensen wordt verwoest die ik tot nu toe voor vriendelijke kosmopolieten en geniale levenskunstenaars heb gehouden, is daarom ook de grootste teleurstelling die ik ooit heb beleefd. Jullie culturele paradigmawisseling om alleen nog diegenen aan het maatschappelijk leven te laten deelnemen die in het wereldbeeld van het gestroomlijnde kleinburgerdom passen, is stuitend en stinkt een uur in de wind.

Daarom klaag ik jullie aan, vooral diegenen die als links-liberale, welvarende en ontwikkelde burgers weliswaar over het nodige geschiedbewustzijn beschikken, maar ondanks beter weten of uit louter onwetendheid werkloos toekijken hoe het land van de vrijheid in volle bewustzijn op de resetknop drukt en zich als het Karinthië van het Noorden ontpopt. Streven jullie werkelijk een koninkrijk na dat vijandig staat tegenover buitenlanders, waarin de onfatsoenlijke geldelite en ruggengraatloze politieke opportunisten, de ecoyuppies en stugge links-conservatieven gemene zaak maken, om zich achter de dijken tegen de tegenspoed van het mondiale leven te beschermen?

Ik kan en wil dat niet geloven! Dat is toch ein Fiebertraum! Jullie geloven de rattenvangers van de PVV toch niet echt, die zeggen dat de oplossing voor alle problemen in de verdrijving van de moslims en de hasjrokers ligt? Een blik over de grenzen moet toch genoeg zijn om tot het besef te leiden dat de buitensluiting van mensen een dwaalweg is die niet naar de toekomst, maar naar het verleden voert? Merken jullie dan niet dat jullie met vuur spelen als jullie het politieke speelveld overlaten aan diegenen die graag kleine Breivikjes kweken? Kijken jullie toch eens over de rand van jullie bordje naar Duitsland, waar rechts-nationalistische brandstichters dag in dag uit op buitenlanderjacht gaan, zoals onlangs de vroegere Berlijnse senator voor Financiën en ex-bankier van de Deutsche Bundesbank Thilo Sarrazin, die tegenwoordig ongegeneerd als rassenkundige bestsellerauteur op pad is en met allerlei suggestieve opmerkingen de bruine ziel van de Duitsers kietelt – ook die van de sociaal-democraten en de groenen.

Nou goed, daar wil ik het voorlopig bij laten met mijn verontwaardiging over de miserabele toestand van jullie samenleving. Straks beveelt Wilders Rutte nog om mij en mijn gezin een algemeen inreisverbod op te leggen. En dat zou helemaal niet fijn zijn, want wij willen volgende week naar Schiermonnikoog en daar veel geld uitgeven. Natuurlijk gaan we ook in Groningen bij een coffeeshop langs. We zullen daar voor de laatste keer in ons leven naar binnen gaan en de cannabisverkoopster als altijd proberen te bewegen ons in plaats van de toegestane vijf gram een dubbele hoeveelheid van het giftige spul te verkopen.

Ja, en dan zullen wij, de hasjrokende opa’s en oma’s uit Oost-Oranjeland, in een drugsroes door de straten trekken, in de gracht voor uw huisdeur braken en een spoor van vernielingen achterlaten. Wij willen immers graag aan het schrikbeeld voldoen dat u van ons Duitse hasjrokers heeft. En dan zullen we afscheid moeten nemen, vermoedelijk voor altijd, want wij kinderen van Bahnhof Zoo zijn niet meer de jongsten. In plaats van ons bloot te stellen aan de stress om als tweederangsmensen naar Nederland te reizen, kunnen we dan net zo goed thuisblijven, tussen de bekrompen Duitse burgermannetjes en nazi’s. Tenzij jullie de economische schade willen voorkomen die jullie regering met het wietpasje wil aanrichten, en in ieder geval het coffeeshopverbod voor Berlijnse 50-plussers willen opschorten. In dat geval verontschuldig ik me uiteraard voor deze volledig uit de lucht gegrepen polemiek, meine lieben Oranier.

Bernhard Groth is journalist en publicist. In Duitsland schrijft hij onder de naam Sadhu van Hemp voor het Hanfjournal voor hasjrokers, waarin deze tekst eerder verscheen.