Korfbal voor de complete mens

Bondscoach Jan-Sjouke van den Bos (52) moet Nederland in China weer wereldkampioen korfbal maken. „Coach van China? Ja, dat lijkt me leuk.”

14-10-2011, Dordrecht. Bondscoach korfbalteam, Jan-Sjouke van den Bos. Foto Bas Czerwinski

Korfbal heeft tuttige kantjes. Vertel Jan-Sjouke van den Bos wat. De bondscoach zit er niet mee. „Maar als je dat tegen de meeste andere korfballers zegt ontploffen ze. Ik niet. Het is toch ook zo. En wat dan nog? Als je er geen flikker aan vindt, vind je er geen flikker aan. Simpel.”

Het stadium dat Van den Bos zich druk maakt over het imago van zijn sport is hij al lang voorbij. Er zijn belangrijker zaken om je als bondscoach mee bezig te houden. Zoals het onevenwichtige internationale niveau. Of de innovatie van zijn sport. En het conservatisme in de trainingsleer. Maar ook de olympische ambities. Of het repressieve dopingbeleid. En niet te vergeten de minieme aandacht voor korfbal bij Studio Sport.

Met een gebronsd stemgeluid ventileert de 52-jarige Arnhemmer zijn kritische geest in het clubhuis van Heelsumse Veld, de golfbaan waar hij zijn tweede sportliefde bedrijft.

U was als jongen een fervent voetballer die korfbal maar niks vond. Hoe kwam die omslag tot stand?

Jan-Sjouke van den Bos: „Ik kom uit een korfbalgezin, maar vond het gek als mijn ouders bij boswandelingen gingen rennen en elkaar een bal toewierpen. Als puber verzette ik me er tegen en ging in mijn geboortedorp voetballen bij vv Bennekom. Ik kon me destijds niet voorstellen dat ik ooit een andere sport zou beoefenen. Op mijn zeventiende heb ik de overstap gemaakt, omdat ik niets voelde voor dat zuipen en roken van mijn teamgenoten in de kantine. De stap naar DVO was ook niet zo groot, want al mijn vrienden korfbalden er. Bovendien was ik een ambitieus mannetje. En doordat ik vrij snel in het eerste team kwam ben ik gebleven.”

U bent de langst zittende bondscoach in Nederland, maar verwerpt het gelijkheidsbeginsel. Is dat niet gek in een teamsport?

„Gelijke behandeling is onzin. Omdat iedereen een andere benadering nodig heeft. Als coach moet je het verschil maken. Jij moet individualiseren zonder dat anderen er last van hebben. Werken volgens één stramien vind ik benauwend. Af en toe moet je spelers geven wat ze willen. Sommige willen in een training zo stuk gaan dat ze na afloop alleen maar op hun kont onder de douche kunnen zitten. Ik denk dan: je bent idioot, dat is niet goed voor je lijf.”

Krijgen vedettes bij u een voorkeursbehandeling?

„Absoluut. En dat wordt geaccepteerd. Omdat ik uitleg hoeveel waarde een vedette voor het team heeft. Een speler moet dat krediet wel opbouwen en niet als achttienjarige gaan blazen. Dan wordt ie net zo hard teruggeblazen.”

Eindeloos trainen heeft niet uw voorkeur. Waarom niet?

„Wie beter wil worden heeft competitie nodig. Ik respecteer volleybalcoach Avital Selinger, maar denk dat zijn trainingsmethode achterhaald is. Hij gaat uit van oefenen en herhalen. Maar ik denk dat je moet variëren en concurreren. Er moet minder worden getraind en meer wedstrijden worden gespeeld. Je wordt alleen maar beter als je de competitie met elkaar aangaat. Maar in Nederland heerst onderhand een trainingscultuur. Geloof me, als je een twaalfjarige niet leert winnen, leer je hem dat op zijn achttiende ook niet meer.”

Staat die opvatting de ontwikkeling van een speler niet in de weg?

„Helemaal niet. De variëteit aan tegenstanders ontwikkelt de creativiteit. En dat geeft in wedstrijden nog altijd de doorslag. Evenals het gehaaide en het smerige. Teamsporters zijn tegenwoordig veel te gepolijst. Ik houd van dwarse mensen en van hun venijnigheid. Dat zijn de winnaars in een team. Nee, dan vind ik het niet erg als het betamelijke soms wordt overschreden. De scheidsrechter moet de grens maar bepalen. In de nationale ploeg heb weer zo’n karakter: Mick Snel, nog maar achttien jaar. Bij de vrouwen is dat Roxanna Detering; die ramt van zich af als dat nodig is. Ja, ik had natuurlijk Tim Bakker, maar die is geblesseerd.”

Tim Bakker werd in mei voor een jaar geschorst omdat hij zijn medewerking aan een dopingcontrole zou hebben geweigerd. Hij is vrijgesproken van zijn dopingstraf. Terecht?

„Hoewel hij bijdehand is geweest, vond ik zijn schorsing bezopen. Hij had de dopingcontroleur niet moeten wegsturen, omdat hij naar zijn mening niet door de Dopingautoriteit maar de internationale federatie gecontroleerd had moeten worden. Hij had gewoon moeten plassen, dan was het klaar geweest. Maar de korfballers zijn wel geschrokken. Eén foutje en het kan gedaan zijn.”

Want vindt u van doping?

„Ik geloof niet in de jacht op doping. Omdat het controlesysteem niet waterdicht te krijgen is. In duursporten, zoals de wielersport, doen medici steeds weer hun best de controleurs voor te blijven. Door de uitwassen in die sporten vallen ook korfballers onder de strenge dopingregels. Terwijl doping in onze sport helemaal geen issue is. Differentieer de controles per sport. Neem die whereabouts. Straks komt het zover dat een sporter per uur moet opgeven waar hij verblijft. Dat gaat mij veel te ver.”

Wat is dan het alternatief?

„Ik denk aan een goede medische begeleiding van jonge sporters door onafhankelijke artsen. En na hun 23ste moeten ze zelf maar uitmaken wat ze doen. Ik weet dat sommige sporters dan te ver zullen gaan. Er zal een enkeling ontsporen, zeker. Maar dat gebeurt nu ook. Als ik het vanuit mijn sport bekijk, zeg ik: wat schieten we op met die strenge controle? Het moet vanwege de gelijke kansen? Wat een flauwekul. Vergelijk de faciliteiten in Nederland eens met die in Nigeria. Waar hebben we het dan over.”

In China bestaat het gevaar van vleesbesmetting met clenbuterol. Hoe gaan jullie daarmee om?

„De internationale korfbalfederatie is gevraagd tijdens het WK het vlees in de keuken van het spelershotel te controleren. Drie weken vegetarisch eten is ook wat. Ik ga ervan uit dat het vlees veilig is. We hebben de spelers wel strikt verboden buiten de deur vlees te eten. Veel te link.”

Heeft u voorbeelden als trainer?

„Guus Hiddink. In een ontspannen sfeer werken en toch succesvol zijn, dat vind ik knap aan hem. Ik houd wel van zijn lichtvoetige aanpak.”

Bent u dan geen adept van diens collega Louis van Gaal?

„Nee, totaal niet. Ik heb weinig waardering voor Van Gaal. Het is knap wat hij doet, maar sodemieter op met die ingenomenheid. Iedere keer weer vertellen hoe geweldig je bent, dat is stuitend. En steeds weer zijn opwinding over kleine dingen, ook zo irritant. Ga licht met de materie om, maak het niet te zwaar.”

Van dogma’s moet u niets hebben?

„Nee, ik ben goed in aanpassen. Het is tegenwoordig gewoonte om alle informatie van spelers digitaal op te slaan. Moet ik dan vanaf een schermpje lezen hoe iemand zich voelt? Wat een gedoe. Als ik vijf minuten met iemand praat, weet ik genoeg. En als ik iemand in de ogen kijk, weet ik hoe hij of zij ervoor staat. Die informatie is vele malen betrouwbaarder. Wat een onzin dat spelers elke dag moeten invullen hoe ze zich voelen. Dat weet ik zelf niet eens. Dat wisselt per uur, haha. En wat is de waarde ervan? Wat kan ik ermee?”

U heeft atypische trainingsopvattingen. Kunt u dat uitleggen?

„Bij de meeste sporten zijn de techniek en tactiek de uitgangspunten voor een training. Bij mij gaat het om de mens. Die moet iets geleerd worden. Daarvoor moeten alle facetten afzonderlijk benaderd worden. Ik zoem in op onderdelen. Dat kan het schieten zijn, het vrijlopen, maar ook het mentale aspect. Als iemand niet hard genoeg op een tegenstander afloopt omdat hij bang is voor een botsing, zal ik daar wat aan moeten doen. Mijn methode is erop gericht om het lichaam sterk en de mens compleet te maken.”

Nederland is veruit het sterkste korfballand ter wereld. Verandert dat ooit?

„Dat is een gevoelig punt in onze sport. We hebben internationale concurrentie nodig. Nee, dat is geen kwestie van tijd, want dan ben je aan het toeval overgeleverd. Gelukkig gaat de Nederlandse korfbalbond andere landen helpen het niveau op te krikken. We willen toe naar minimaal een topzes van gelijkwaardig niveau. Daar wil ik graag mijn bijdrage aan leveren. We hebben een beetje onze hoop gevestigd op China vanwege de aantallen en het geld. Het is best bijzonder dat daar het WK wordt gehouden, omdat er pas vanaf 2005 wordt gekorfbald. Maar het gaat snel, want er zijn al 90 universiteiten en 15.000 korfballers actief betrokken. In de Aziatische wereld staan de mensen nog open voor een nieuwe sport. In tegenstelling tot Amerika. Daar hoor je meestal: leuk, maar waarom zouden we dit doen. Een Aziaat vindt iets nieuws al snel leuk.”

Gaan de veranderingen wel snel genoeg?

„Nee, ik had het vandaag graag op voetbalniveau gehad. Maar er is vooruitgang. In Nederland zijn de internationals A-sporters die leven van een stipendium. Sommige korfballers hebben zelfs een contract bij hun club. Dan zijn geen bedragen van 50.000 euro die in het hockey omgaan, maar van tien- tot vijftienduizend. Zeg maar een onkostenvergoeding. Internationaal zie je ook lichte verschuivingen. België en zeker Taiwan liggen helemaal niet meer zo ver op ons achter.”

Als China de toekomst is, zou u van dat land geen bondscoach moeten worden?

„Ja, dat lijkt me leuk. Ik zie wel mogelijkheden om met dat land de topzes te halen. Het korfbalverbond wil investeren en ik wil er werken. Dat moeten we bij elkaar zien te krijgen.”

Zit u al op Chinese les?

„Nee, want er is nog niets concreet.”

De volgende stap is korfbal naar de Olympische Spelen te brengen. Is dat niet wat al te ambitieus?

„Nee. We praten nog steeds over de moderne Olympische Spelen. Maar hoe lang is dat vol te houden met zo veel antieke onderdelen. Er wordt knielend, liggend en in de lucht geschoten en er staat nog steeds snelwandelen en moderne vijfkamp op het programma. Het is tijd voor veranderingen. Hein Verbruggen [voormalig IOC-lid] bezoekt ons WK in China. Misschien wordt daarmee het eerste stapje gezet.”

Korfbal krijgt weinig aandacht op televisie. Stoort u dat?

„Ja enorm. Vooral de onevenredige aandacht voor vergelijkbare sporten. Als ik korfbal gemakshalve op één lijn stel met volleybal, basketbal, hockey en handbal komen wij er bij Studio Sport bekaaid af. Die andere sporten krijgen tien keer meer aandacht. En dat frustreert, omdat ik gelijk behandeld wil worden.”