Kan mijn verzekeraar ook failliet gaan? Eh, ja dus

„Wij betalen al 19 jaar aan een kapitaalverzekering bij een grote Europese verzekeraar. Het verzekerd bedrag staat op een rente-rekening, maar schijnt niet te vallen onder het depositogarantiestelsel. Hoe groot schat u de kans dat onze verzekeraar niet kan uitbetalen als onze polis in 2013 afloopt? Kan ik iets doen?”

Hoe veilig is mijn geld? Die vraag plaagt velen weer sinds de Europese schuldencrisis, de onderdekking bij pensioenfondsen en de afglijdende vastgoedmarkt. De huidige angstgolf verschilt echter van die van 2008/2009. Toen piekerden we vooral over spaargeld: hoeveel was je kwijt als je bank verdronk? Dat weten we sinds het bankroet van Icesave en DSB: spaargeld is gegarandeerd tot een ton per persoon per bank. Voor polissen gelden hele andere regels, want een verzekeraar loopt andere risico’s dan een pensioenfonds of een bank. Allemaal hebben ze hun eigen toezichtregime. De toezichthouder is De Nederlandsche Bank (DNB).

Als we een bank wantrouwen, eisen we massaal ons spaargeld op en legt de bank het loodje. Dat kan een verzekeraar niet gebeuren. Polisgeld is namelijk niet uw eigendom, maar dat van de levensverzekeraar. Vluchten van je verzekeraar ligt dus lastig. Hooguit kun je een polis voortijdig afkopen of fiscaal geruisloos laten overboeken naar een andere verzekeraar of een bankspaarproduct. Dat vergt afkoopkosten. Denk er ook aan dat een kapitaalverzekering vaak 20 jaar moet doorlopen voor een belastingvrije uitkering.

Een polishouder zit dus vast. Toch hoeft hij niet al te bang te zijn. DNB volgt de solvabiliteit van verzekeraars. Een solvabiliteit van 100 procent wil zeggen dat de levensverzekeraar precies voldoet aan de eisen van DNB. De meeste verzekeraars zijn, ondanks de crisis, rijker. Alle solvabiliteitsratio’s per eind 2010 staan op www.dnb.nl. Het rijkst was Dela Natura Uitvaart Verzekeringen met maar liefst 920 procent van de vereiste solvabiliteit. Het armst was de Onderlinge van 1719 met een armetierige ratio van 112 procent.

DNB grijpt in als een levensverzekeraar in de gevarenzone komt. De oorzaak kan een economische crisis zijn, maar ook concurrentiestrijd, waardoor een verzekeraar te goedkope aanbiedingen heeft gedaan. De zogeheten Opvangregeling Leven moet voorkomen dat zo’n verzekeraar het loodje legt. DNB regelt bijvoorbeeld dat de probleemportefeuille wordt overgenomen door een gezonde verzekeraar. Ook kan men de bedreigde polissen onderbrengen in een speciale opvang NV, die betaald zou moeten worden door de gezamenlijke verzekeraars.

Een faillissement van een levensverzekeraar komt maar zelden voor. Het overkwam het relatief kleine Vie d’Or eind 1993. De rechten van de elfduizend polishouders werden daarop gekort en ondergebracht bij Twenteleven, dat later opging in Avéro Achmea. Aanvankelijk kregen de polishouders maar zo’n zestig procent van hun oorspronkelijke rechten. Na 16 jaar procederen bereikte de Stichting Vie d’Or dat dit werd opgetrokken naar zo’n tachtig procent. Dus zelfs bij een bankroet verdwijnt niet zomaar al uw polisgeld. Bij een redelijke solvabiliteitsratio kunt u het beste rustig afwachten tot uw geldschip in januari 2013 binnen vaart.