Juf Floor wil door, maar dàt mag niet

Vanaf 2020 moeten we langer doorwerken. 65-plussers die nu al een paar jaar langer door willen mogen dat bijna nooit. „Krankzinnig!”

Juf Floor is 64. Een zeldzaamheid in het onderwijs. Veel leerkrachten haken eerder af. Floor Jeurlink niet. Al ruim veertig jaar staat ze voor de klas. Een dijk van een juf, zeggen de ouders op het schoolplein van de Julianaschool in Arnhem. Juf Floor is super, zeggen de kinderen van groep zes. Floor Jeurlink zelf straalt als ze praat over haar vak. Het is haar leven.

En toch moet ze weg. In februari wordt ze 65 jaar. Ze zou dolgraag nog een paar jaar doorwerken. Of op z’n minst het schooljaar afmaken. Maar dat mag niet. In de cao voor onderwijspersoneel is afgesproken dat ze moet stoppen zodra de pensioengerechtigde leeftijd van 65 is bereikt. Die afspraak, de zogeheten ontslagbepaling bij 65 jaar, staat in ruim 90 procent van alle collectieve arbeidsovereenkomsten. Voor sommige beroepen gelden uitzonderingen. Zo mogen rechters tegenwoordig doorwerken tot 70 jaar en moeten piloten stoppen als ze 56 zijn. Werknemers bij de politie moeten stoppen als ze 60 zijn.

Heel af en toe wijken werkgevers van de strikte regels af. Als beide partijen het graag willen, zijn er trucjes om 65-plussers langer in dienst te houden. Een werkgever kan zijn gepensioneerde werknemer bijvoorbeeld eerst ontslaan en daarna weer in dienst nemen of inhuren als freelancer. Maar voor de meeste gepensioneerden valt onherroepelijk het doek, ook al zou een groeiend deel van hen het graag anders zien.

Is dat niet raar? Mensen die hun werk goed doen en vrijwillig nog een paar jaar willen doorwerken, dwingen om te stoppen als ze 65 zijn? Nota bene in een tijd waarin werkgevers en werknemers afspraken maken met de politiek om de pensioenleeftijd vanaf 2020 stapsgewijs te verhogen naar 67 jaar?

Ja, dat is raar, vindt Floor Jeurlink. „Over een paar jaar moeten we allemaal langer door, maar dat komt voor mij helaas te laat. Het bestuur van de school wil me niet in dienst houden. Ze hebben liever een jongere leerkracht in mijn plaats. Dat snap ik ook wel weer.” Ze voelt zich daarom ‘moreel verplicht’ om te stoppen. „Bizar eigenlijk, maar zo is het wel.”

Haar baas, schooldirecteur Arno Lippmann, vindt het „ook geen pretje”. Hij begrijpt de wens om langer door te gaan heel goed. „Floor doet haar werk met hart en ziel. Lesgeven is alles voor haar en dat straalt er ook vanaf. Maar aan de andere kant houdt zij de deur dicht voor haar jongere collega’s die staan te popelen om meer uren te mogen werken. In de Randstad is de schreeuw om personeel misschien wel groot, maar hier in Arnhem is het nog steeds lastig om een fulltime baan te vinden als beginnend docent.”

Bovendien is zijn school, als onderdeel van de stichting Fluvius, nu eenmaal gebonden aan de regels van dat bestuur. „Fluvius zegt: ze móet stoppen; het staat in de cao. Daar kan ik weinig aan veranderen.”

Klopt, zegt directeur Noud Lubbers van Stichting Fluvius, waar 20 scholen met in totaal 4.500 leerlingen en 400 leerkrachten onder vallen. Lubbers noemt het verhaal van juf Floor „een vervelende kwestie. Vooral voor haar”. En wijst vervolgens op de „financieel-economische situatie” van zijn stichting. Met andere woorden: er moet fors bezuinigd worden. Banen verdwijnen. De Julianaschool moet het dit jaar al doen met een leerkracht minder, en voor de komende jaren worden nog meer bezuinigingen verwacht. „Het is echt armoe”, zegt Lubbers. „Dan moet je dus scherp sturen.” En mensen langer laten doorwerken dan afgesproken valt daar niet onder. „Ik ben niet blij met het vertrek van een goede docent, maar er is simpelweg geen mogelijkheid om haar langer te laten doorwerken. Dan krijg je verdringing: jonge docenten komen dan helemaal niet meer aan de bak.” Dat is „inderdaad een beetje dubbel” in het licht van de maatschappelijk discussie over langer doorwerken, erkent Lubbers. „Maar je maakt nu eenmaal geen beleid om daar voortdurend van af te wijken.”

Regels zijn regels. Zo denken meer werkgevers er over, blijkt uit recent onderzoek van werkgeversvereniging AWVN. Bij verreweg de meeste bedrijven die meewerkten aan dit onderzoek is het eenvoudigweg niet toegestaan dat een pensioengerechtigde in dienst van zijn werkgever blijft. Pensioenrecht is in de praktijk pensioenplicht, constateert de AWVN dan ook. Voor Hans van der Steen, directeur Arbeidsvoorwaardenbeleid bij de AWVN is het reden om werkgevers in het magazine van de AWVN op te roepen „de door henzelf opgeworpen belemmeringen voor langer doorwerken snel af te breken (...) Het mag niet zo zijn dat een bedrijf doorwerken expliciet verbiedt.”

Maar de praktijk is weerbarstig. Werkgevers zitten niet bepaald te wachten op 65-plussers. Eenvijfde van de ondervraagde werkgevers zegt bang te zijn dat de doorstroming van het personeelsbestand in gevaar komt, als zij hun oudere werknemers zouden toestaan om langer door te werken. Een kwart vindt de kosten van oudere werknemers in verhouding tot hun productiviteit te hoog. En vrijwel alle werkgevers wijzen huiverig op de hogere risico’s van oudere werknemers; zij lopen immers grotere risico’s om door ziekte uit te vallen – met alle extra kosten van dien.

Beate van der Heijden, hoogleraar Bedrijfskunde aan de Radboud Universiteit Nijmegen, reageert fel als ze de argumenten van werkgevers hoort. „Werkgevers schrijven hun oudere werknemers gewoon af. Krankzinnig!” Van der Heijden doet veel onderzoek naar de inzetbaarheid van oudere werknemers. De moeizame inzetbaarheid, zeg maar gerust. Want werkgevers hebben een totaal verkeerd beeld van ouderen, constateert ze.

„We zien keer op keer dat 55-plussers al worden afgeschreven door hun bedrijf. Zij mogen die laatste tien jaar tot hun pensioen nog even uitzingen, maar worden eigenlijk niet meer serieus meegeteld. Werkgevers zien ouderen vaak niet als toegevoegde waarde, maar als ballast. Ballast die de doorstroming van jongeren zou belemmeren.”

Dat komt door verkeerde beeldvorming, stelt de hoogleraar. Werkgevers hechten veel waarde aan eigenschappen als innovatief vermogen en vernieuwing. Die worden vooral aan jongeren toegeschreven. „Oudere werknemers brengen andere zaken in”, zegt ze. „Ervaring, stabiliteit. Dat is ook essentieel voor een gezond bedrijf.”

Uit een van haar onderzoeken onder ouderen die langer doorwerkten (tussen de 62 en 79 jaar) blijkt dat die groep zeer gemotiveerd is. „Het is dus pure kapitaalvernietiging om oudere werknemers die dat nog willen, niet door te laten werken.”

Het kabinet deelt die zorg. Dat wil immers dat iedereen over een paar jaar doorwerkt tot 67 jaar. Minister Henk Kamp van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (VVD) wil de arbeidsrechterlijke regels rond de pensioenleeftijd zo snel mogelijk versoepelen, om er op korte termijn voor te zorgen dat de 65-plusser die dat wíl, ook door màg werken. Hij werkt aan een wetsvoorstel waarin regels voor werkgevers worden verruimd, waardoor het aantrekkelijker wordt om gepensioneerden langer in dienst te houden. Dit voorstel wordt begin 2012 verwacht, schreef Kamp onlangs aan de Tweede Kamer.

Voor juf Floor komt die maatregel waarschijnlijk te laat. Zij zit haar laatste weken te tellen. Heel erg, vindt ze het, om straks niets meer te doen. Om ‘haar klas’ halverwege het schooljaar in de steek te laten. Hoopvol: „Misschien kan ik af en toe nog eens komen invallen.”