Het grote onbehagen: zij krijgen de winst, wij dragen het verlies

Terwijl honderden miljarden nodig zijn voor het redden van banken en staten, lukt het maar niet om het financiële systeem te hervormen. Occupy krijgt dus een vervolg in de stembus, schrijft Kilian Wawoe.

Customers queue to enter a Northern Rock branch in Bromley, in south-east London, 14 September 2007. The Bank of England has stepped in to provide emergency financial support to Britain's fifth-largest mortgage lender Northern Rock, the latest institution to fall victim to market turmoil, officials confirmed Friday. In a statement, the Bank of England's Treasury and Financial Services Authority said: "The Chancellor of the Exchequer has today authorised the Bank of England to provide a liquidity support facility to Northern Rock". The move comes after Northern Rock struggled to raise money to finance its lending amid money market volatility in the last few months linked to the sub-prime mortgage sector in the United States. AFP PHOTO/BEN STANSALL AFP

Er is een gevoel van onbehagen in de economie over voor een breed scala aan onderwerpen, van bankbonussen tot de weinig duurzame energievoorziening en van verschralende pensioenvoorzieningen tot de slechte huizenmarkt. Op het eerste gezicht zit er weinig samenhang in deze onderwerpen. Toch is die er wel: een nieuwe generatie wordt geconfronteerd met de schaduwzijde van onze economische orde.

Ben Verwaayen meldde deze week in Elsevier nog dat hij zich voor de toekomst het meest zorgen maakt over het behouden van onze verworvenheden voor de volgende generaties.

De zittende macht lijkt onmachtig om de draai te (willen) maken die er over een breed front nodig is. Waar hebben we dat meer gehoord? In 1968 wilde de babyboomgeneratie meer vrijheid op alle mogelijke gebieden. En die heeft ze gekregen. Na de persoonlijke vrijheid volgde in de jaren ’70 en ’80 steeds meer economische vrijheid: meer markt en minder overheidsbemoeienis.

Waar het in ’68 een culturele revolutie betrof, lijkt het nu meer een sociaal-economische verandering te zijn die men eist. Een en ander lijkt in een stroomversnelling te komen door de schok van 2008 toen banken (bijna) omvielen. Onverantwoord gedrag van bankiers botste met het algemeen belang. Bij winst werd de vrije markt gepredikt, bij verlies kreeg de samenleving de rekening.

Toen banken in zwaar weer kwamen was de rekening voor de belastingbetaler, toen er twee jaar later weer winst werd gemaakt had de top weer recht op een bonus. Toen de Grieken na jarenlang wanbestuur (en een slapende EU) in geldnood kwamen, kwam de rekening te liggen bij de gewone Griek en de Europese belastingbetaler, de verantwoordelijke politici genieten van hun pensioen. Nadat de babyboomgeneratie de pensioenpotten heeft leeggegeten, komt de rekening volgens de Raad van State en vele economen te liggen bij volgende generaties.

Wie aanklopt bij de gevestigde orde zoals banken, politieke partijen, Brussel en de vakbonden om zijn beklag te doen over het gebrek aan verantwoordelijkheid krijgt steevast hetzelfde antwoord: we kunnen niet anders! Zelfs als dat zo is, dan kun je nog steeds concluderen dat het systeem blijkbaar niet deugt. „Zonder bonussen gaan goede mensen naar het buitenland en dus moeten we het Europees aanpakken”, heet het dan. Dit terwijl er in de recente geschiedenis slechts twee topmannen het hebben geschopt tot lid van de raad van bestuur van een buitenlandse bank. Een bank als ABN Amro heeft sinds 1824 niet meer dan twee buitenlandse leden van de raad van bestuur gehad. Het werkelijk internationale deel van het bankvak, dat van de investeringsbanken, is slechts twee tot drie procent van het geheel. Het bonusprobleem kan dus al in Den Haag worden opgelost. En toegegeven, sommige zaken zijn Europees of mondiaal, maar dat ontslaat je nog niet van de plicht om je sterk te maken voor het Nederlandse belang.

De burger voelt zich machteloos nu er weer duizenden miljarden in een fonds worden gestopt om falende banken en falende overheden te behoeden voor een bankroet. Dit terwijl er nauwelijks een serieuze poging wordt gedaan om te komen tot echte veranderingen van het financiële systeem. Het antwoord van de Nederlandse politiek op de bankencrisis van 2008 is veelzeggend.

De commissie Maas werd in 2009 in het leven geroepen, die hoofdzakelijk bestond uit bankiers om met nieuwe voorstellen te komen. De banken mochten van deze zelfgemaakte nieuwe regels afwijken als ze het maar konden uitleggen. De monitoringscommissie die die nieuwe regels moest controleren werd mede benoemd namens de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB) en bevat onder anderen de president-commissaris van Robeco, een extra secretaris van de NVB en een extra adviseur in de persoon van de oud-topman van ABN AMRO. De naam van het rapport ‘Naar het herstel van vertrouwen’ is beschamend: geen weldenkend mens die uit dit proces enig vertrouwen put.

Op pleinen over de hele wereld wordt dit gevoel van onbehagen geuit in een beweging die zich ‘Occupy’ noemt en ontstond op Wallstreet. In Nederland is het protest bij Beursplein 5 nog beperkt, maar wie denkt dat het gevoel van onbehagen in de economie er niet is, vergist zich. Het protest is hier wellicht nog sterker dan in de VS, maar het verschil zit hem erin dat in ons versplinterde en gepolariseerde politieke landschap er politieke partijen zijn die deze proteststem al laten horen. De twee meest extreme partijen in ons politieke bestel, de PVV en de SP, winnen terrein en kunnen op de steun rekenen van een derde van het electoraat. Ze bieden net als veel van de ‘Occupy’ demonstranten nog geen oplossingen, maar zijn tijdens debatten zichtbaar aanwezig. Wie het zo bekijkt, komt tot de conclusie dat op dit moment ‘Occupy Binnenhof’ reeds twee miljoen aanhangers heeft.

Het is duidelijk dat van zittende machtsfactoren zoals vakbonden, gevestigde partijen en functionarissen weinig heil valt te verwachten getuige de halfzachte maatregelen inzake bankregulering, de ronduit zwakke duurzaamheidsagenda van dit kabinet en het zeer povere resultaat van de pensioenhervormingen. Allerlei organisaties, gedomineerd door ‘oude’ denkers komen er met elkaar niet uit. Te veel worden gevestigde belangen tegen elkaar uitgeruild, zonder te kijken naar toekomstige generaties of het algemene belang.

Het trieste is dat men vaak oprecht van zichzelf vindt dat men goed bezig is (meer geld naar Griekenland, zonder een duidelijk plan om herhaling te voorkomen), dat er wel flink wordt hervormd (minister Kamp, de vakbonden) of dat er wel goed wordt geluisterd naar de samenleving (banken). Ze weten niet beter, deze bestuurders en belangenbehartigers uit een andere tijd.

De volgende verkiezingen zullen maar één thema hebben: geld. De campagnes zullen zich afspelen tegen een decor waar er minder geld is voor gehandicapten, de sociale werkplaats moet worden opgeheven, kinderopvang duurder is en pensioenen omlaag gaan terwijl banken gesubsidieerd worden, miljarden in een noodfonds gaan en onze leningen aan Griekenland deels in de zakken zijn verdwenen van speculanten. Er is weinig fantasie voor nodig wie de winnaars zullen worden van de volgende verkiezingen.

Zoals in ’68 een aanvankelijk monopolie van activisten en extreme partij(tjes) werd overgenomen door gevestigde partijen, zal het onbehagen in de economie vertaald worden in politieke programma’s. ‘Occupy Binnenhof’ is begonnen en zal de winnaar worden van de volgende verkiezingen. Inwilliging van de eisen is het enige antwoord dat gevestigde instellingen, bedrijven en partijen kunnen geven. Dat wil zeggen een fundamentele wijziging in onze sociaal-economische structuur: een vrije markt, waar de nadelen van risico’s liggen bij diegene die de risico’s neemt, waar groei duurzaam is en niet ten koste gaat van toekomstige generaties, zowel ecologisch als financieel.

Dr. Kilian W. Wawoe (1972) werkte als senior- personeelsadviseur bij ABN Amro tot hij in 2010 vertrok uit onvrede over het gebrek aan verandering. Nu is hij verbonden aan de Vrije Universiteit aan de vakgroep sociale en organisatiepsychologie en adviseert hij financiële instellingen over duurzaam belonen. Hij is deelnemer aan het Sustainable Finance Lab, een forum over een duurzame financiële sector.