400 amateurs met snelle camera's

Wetenschapscommunicatie De winnaars van de Academische Jaarprijs 2010 gaven mensen les in vliegende dieren filmen.

Lucas Brouwers

‘Onderzoek vleugels geven.’ Dat hebben de Vliegkunstenaars het afgelopen jaar gedaan. Het team van de Wageningen Universiteit won vorig jaar de Academische Jaarprijs, voor de beste vertaling van wetenschappelijk onderzoek naar een breed publiek. Van het prijzengeld kocht het team hogesnelheidscamera’s. Geïnteresseerden mochten die gebruiken om bijzondere vleugelbewegingen en vliegcapriolen van dieren vast te leggen. Deelnemers hebben inmiddels al duizenden filmpjes gemaakt en op de website van de Vliegkunstenaars gepubliceerd. Van langzaam opstijgende mussen tot lieveheersbeestje die sloom hun vleugels openslaan.

Traag is niet alleen mooi, de beelden helpen ook begrijpen hoe dieren precies vliegen. “Met hogesnelheidscamera’s kun je vleugelbewegingen zichtbaar maken die voorheen nauwelijks te volgen waren. Er is nog zo veel te ontdekken”, zegt projectleider David Lentink, die zelf onderzoek doet naar de biomechanica van vliegen en zwemmen.

Dat ontdekken begint met kijken. De Academische Jaarprijs bood de Wageningers de kans een breed publiek te bereiken met hun onderzoek en tegelijkertijd uiteenlopend beeldmateriaal te verzamelen. De Wageningen Universiteit verdubbelde het prijzengeld van 100.000 euro. Van dat geld kocht het team dertig hogesnelheidscamera’s, die 600 beeldjes per seconde kunnen maken, en één supercamera, de Phantom v710. Topsnelheid: 7.500 beeldjes per seconde, in High-Definition.

Deelnemers mochten niet zomaar met die camera’s op pad. Zij moesten eerst een cursus volgen om te leren omgaan met de apparatuur. Eerst filmden de cursisten elkaar, met hangende en schuddende wangen. Daarna oefenden ze bijvoorbeeld op een aquarium vol muggen of een flapperend robotisch vogeltje.

Iedereen kon zich inschrijven. De Vliegkunstenaars adverteerden er in september 2010 mee op internet, radio en tv. Binnen een paar dagen waren er 500 aanmeldingen binnen. Daaronder waren veel natuurliefhebbers en fotografen, maar ook kunstenaars en wetenschappers. In totaal volgden 400 mensen de beginnerscursus; 58 deelnemers leerden met de supercamera te filmen.

De cursussen voor de ‘beginnerscamera’s’ werden door studenten van Lentink georganiseerd. Ook ontwikkelde het team zelf het cursusmateriaal en een verbeterd batterijpak voor de Phantom, waarmee deelnemers 8 uur lang onafgebroken konden filmen. Na het volgen van de cursus, mocht elk koppel een hogesnelheidscamera komen lenen, voor twee dagen, met als enige opdracht om vliegende dieren vast te leggen. Sommige deelnemers gingen daarin erg ver. Lentink: “Eén duo dat elkaar van tevoren niet kende is door heel Nederland gereisd om te filmen. Dat waren echte fanatiekelingen.”

Het was onmogelijk om van te voren te voorspellen welke cursisten de mooiste filmpjes maken, zegt Lentink. “Een paar van de beste beelden kwamen van een accountant van McKinsey.” Lentink was sowieso verrast door de hoge kwaliteit van de beelden. “Onze eigen studenten en wetenschappers kunnen niet op tegen de cursisten die met de Phantom hebben leren werken. Al die mensen hebben iets bijzonders. Het waren professionele cameramensen of kunstenaars, of waren op een andere manier enorm gepassioneerd, creatief of geduldig.”

Zelfs na 3,5 uur achter elkaar filmpjes kijken was Lentink elke keer weer verbaasd door wat hij zag. “Er zit echt bijzonder materiaal tussen. Bijvoorbeeld van een boktor die bij het opstijgen drie keer tegen hetzelfde takje aanbotst, of een vlieg die tijdens zijn landing een salto maakt. Dat is nog nooit eerder gezien.” Lentink schat dat er minimaal 1.500 filmpjes zijn gemaakt die voor hen “de moeite waard” zijn. Die zijn gewoon interessant, of een mogelijke basis voor vervolgonderzoek.

Stuiterende sluipwespen

Alle films die in het kader van het project zijn gemaakt, zijn vrij te gebruiken door andere onderzoekers en de media. Media-aandacht voor de Vliegkunstenaars was er in ieder geval genoeg. Studenten van Lentink maakte een filmpje van onhandig stuiterende sluipwespen en plaatsten het op YouTube. Inmiddels hebben daar meer dan 50.000 mensen naar gekeken. Het wetenschappelijke tijdschrift Science plaatste vorig jaar al een aankondiging van het project. En binnenkort verschijnen er beelden van de Vliegkunstenaars in afleveringen van Klokhuis en Labyrint.

Met het geven van cursussen is het team inmiddels opgehouden. Wel wil Lentink de camera’s blijven uitlenen aan diegenen die de cursus al hebben gedaan. “Er zijn al prachtige beelden gemaakt, maar ik denk dat de deelnemers nog veel meer moois kunnen maken als ze de kans krijgen om nog een keer te filmen.”

Deze zondag is er een afsluitingsfeest voor het hele team, om de succesvolle afronding van het project te vieren. Advies voor de nieuwe winnaars heeft Lentink wel: “Blokkeer je agenda. De Academische Jaarprijs is een diepte-investering, je doet het er echt niet zomaar even bij. We kregen erg veel energie van het geven van de cursussen, maar het organiseren ervan kostte veel meer tijd en moeite dan we hadden verwacht. Al met al was het een titanenklus, maar we hebben hem wel geklaard.”