Weg met elitaire opvolgingspraktijk

Ook zo benieuwd naar morgen en overmorgen? Nee. Niet naar de oplossing van de eurocrisis. Maar naar de wekelijkse vacatures voor topfuncties, doorgaans als toezichthouder, in de (semi)publieke wereld, de sector van duizenden zorgbedrijven, woningcorporaties, onderwijsinstellingen en musea.

De oogst lijkt elke week rijker te worden voor wie de krant leest. Een losse greep uit het afgelopen weekeinde: een directeur-bestuurder bij een woningcorporatie, zes commissarissen in dezelfde branche, iemand voor de raad van toezicht van een grote zorgorganisatie, twee nieuwe leden voor de raad van toezicht van een ziekenhuis en iemand voor het toezicht op een grote onderwijsinstelling.

En toen kwam afgelopen maandag (want er is geen weekeinde-editie) dé vacature van de week in de Staatscourant: vicepresident van de Raad van State. Onderkoning van Nederland. In zijn joviale stijl zei minister president Mark Rutte (VVD) vorige week in het Kamerdebat over de begroting van zijn ministerie van Algemene Zaken dat alle media de advertentie wel zouden overnemen. Zou een hoop geld schelen, meende Rutte.

Zijn uitspraak geeft te denken over de manier waarop de regering de 18 miljard euro bezuinigingen telt. Het kabinet hoeft voor de Raad van State alleen te adverteren in de (digitaal uitgegeven) Staatscourant, andere media komen niet in aanmerking. Dus wordt met overname in andere media niks extra’s bespaard of bezuinigd.

Openbaarmaking van vacatures in de raden van toezicht, en soms ook in de directies, van organisaties in de semipublieke sector geldt inmiddels in politiek Den Haag als het hoogste goed. Zo krijgen nieuwkomers een kans. Weg met de elitaire opvolgingspraktijken in eigen kring.

In de aanbevelingen voor goed bestuur en adequaat toezicht, de zogeheten governance-codes in de semipublieke sector, staat het soms zelfs zwart op wit. Zoals in de code van de gezondheidszorg. Adverteer voor een vacature in een landelijke of regionale krant. Of zet een gespecialiseerd wervingsbureau in, dat ook kan adverteren.

Zo scheppen politieke sentimenten en ‘zachte’ regels een nieuwe commerciële markt. Met zijn duizenden organisaties is het ‘maatschappelijk middenveld’ een echte groeimarkt. Laat dit middenveld, dat met tientallen miljarden euro premie- en belastinggeld werkt, zelf maar een eind maken aan het ‘ons kent ons’-netwerk dat vanzelfsprekend de opvolgers leverde.

Het bedrijfsleven is hen voorgegaan. De code-Tabaksblat voor goed ondernemerschap in 2003 had als expliciet doel om het old boys-netwerk bij beursgenoteerde ondernemingen te doorbreken. Dat is overigens maar deels gelukt. De code beperkt het aantal commissariaten tot vijf, maar dat betekent nu vooral dat een handvol mensen bij grote ondernemingen de machtige gremia bevolkt.

In het maatschappelijk middenveld blijkt de vacaturemelding te werken. Het zijn juist vrouwen en jongeren, zo blijkt uit onderzoek van Mijntje Lückerath (Universiteit Nyenrode), die hun eerste commissariaat of toezichtfunctie krijgen dankzij een advertentie. En wie eenmaal aan de bak is, krijgt vanzelf meer aanbiedingen. Zo ververst en verbreedt de elite zich.

Dat is ook de ervaring van Herman Tjeenk Willink, de huidige vicepresident van de Raad van State. Hij zei in 1996 tegen de Volkskrant:„Ik concludeer daaruit dat er veel te eng wordt gezocht, dat bestuurders uit een te kleine kring worden gerekruteerd; je neemt iemand die je al kent uit dit of dat bestuur.”

Het kabinet zal zijn ervaringsrijke advies toch niet negeren?

menno tamminga