Van Stalin tot oud papier

Vorige week ging de Deutscher Buchpreis naar Eugen Ruge. Zijn romandebuut, over een halve eeuw Duitse geschiedenis, is alom bejubeld, vanwege de ‘sublieme dialogen’ en ‘alledaags-waanzinnige scènes uit het leven’.

FILE - This Nov. 10, 1989 file photo shows East German border policemen, right, refusing to shake hands with a Berliner who stretches out his hand over the border fence at the eastern site nearby Checkpoint Charlie border crossing point after the borders were opened. Monday, Nov. 9, 2009 marks the 20th anniversary of the fall of the Berlin Wall. (AP Photo/Lutz Schmidt, File) AP

Eugen Ruge: In Zeiten des abnehmenden Lichts. Rowohlt, 425 blz. € 20,50

De jury van de Deutscher Buchpreis schijnt een voorliefde te hebben voor familieromans. Nadat vorig jaar de prijs voor de beste Duitse roman naar Melinda Nadj Abonji’s grandioze Tauben fliegen auf ging en in 2008 naar Uwe Tellkamps fulminante DDR-epos Der Turm, werd afgelopen week met Eugen Ruges In Zeiten des abnehmenden Lichts opnieuw een autobiografische familieroman bekroond.

De keuze voor Ruge was nauwelijks verrassend gelet op de unaniem jubelende recensies. Concurrentie op de shortlist van zes titels (tweehonderd boeken waren ingezonden) had hij hooguit van de Oostenrijkse Marlene Streeruwitz met Die Schmerzmacherin of van de Duits-Bulgaarse Sibylle Lewitscharoff met de filosofische roman Blumenberg.

De in 1954 in de Oeral geboren Eugen Ruge (zoon van de bekende DDR-historicus Wolfgang Ruge) was tot voor kort vrijwel onbekend. Ruge studeerde wiskunde in Oost-Berlijn en was aan een wetenschappelijk instituut verbonden. In 1988, vlak voor de val van de Muur, vluchtte hij naar West-Duitsland waar hij werkte als vertaler en auteur van toneelstukken. Zijn nu bekroonde In Zeiten des abnehmenden Lichts is zijn romandebuut.

‘Twee dagen lang had hij als dood op een buffelleren sofa gelegen’, luidt de openingszin. Het gaat over een gescheiden man van middelbare leeftijd genaamd Alexander, het alter-ego van de schrijver. Zojuist is bij hem kanker geconstateerd.

Alexander gaat nog diezelfde dag op bezoek bij zijn dementerende vader, lang geleden (het fragment speelt zich af in 2001) ‘een van de productiefste historici van de DDR’, gespecialiseerd in de geschiedenis van de arbeidersbeweging. Alexanders vader was al voor WO II naar Rusland uitgeweken, waar hij wegens kritiek op het Hitler-Stalin-pact tot tien jaar werkkamp werd veroordeeld. In 1956 keerde hij samen met zijn Russische vrouw terug naar Oost-Berlijn om aan een grote loopbaan te beginnen.

Kleine tragedies

Alexander en zijn vader zijn twee van de acht leden van een Duitse familie die Eugen Ruge opvoert. De roman beslaat een halve eeuw Duitse geschiedenis tussen 1952-2001. Maar het gaat Ruge niet zo zeer om de grote historische gebeurtenissen zoals de bouw van de Muur of de latere hereniging van de beide Duitslanden. Veel belangrijker vindt hij de kleine tragedies, de persoonlijke lotgevallen van de familie Umnitzer, waarover hij gedetailleerd en in een bekoorlijke, meestal ironische stijl bericht. Al snel raak je in de ban van de grote verteller die Ruge ongetwijfeld is.

Elk van de twintig hoofdstukken – ze hebben geen titel maar een datum – wordt verteld vanuit een ander perspectief. Bovendien doorbreekt Ruge de chronologie, wat soms (de lezer weet meer dan de optredende figuren) een komisch effect heeft.

De spil waar alles om draait is 1 oktober 1989. Op die dag wordt de negentigste verjaardag van Alexanders grootvader gevierd, luttele weken voor de val van de Muur. Deze bejaarde Wilhelm is misschien wel het sterkste, in ieder geval het meest komische personage van de roman, een type zoals je ze in de 19de-eeuwse roman van Balzac of Dickens aantreft.

De proletarische, altijd kostuums dragende Wilhelm verbleef twaalf jaar in Mexico, op de vlucht voor de nazi’s, maar spreekt geen woord Spaans of Engels.

Hij is een modelcommunist, een fantast die in zijn kleine woonplaats allerlei hulpcomités voorzit (‘Een locomotief voor Cuba’) en die gaandeweg steeds onconventioneler gedrag vertoont – op zijn verjaardagsfeest stopt hij jonge vrouwen een honderd Markbiljet in het decolleté.

Onbuigzaam

Ook zijn vrouw Charlotte is een sterk personage. Net als haar man is ze onbuigzaam in de communistische leer. Maar ze is veel ontwikkelder en mag zelfs af en toe publiceren in het partijorgaan ‘Neues Deutschland’. Uiteindelijk krijgt deze ijdele vrouw een hoge post aan een diplomatenschool in Oost-Berlijn.

Vier generaties voert Ruge ten tonele, en het geloof in de communistische heilsleer wordt telkens geringer – het ‘afnemend licht’ uit de titel. Wilhelm en Charlotte zijn nog overtuigde stalinisten, hun zoon Kurt, de historicus, laveert behendig tussen aanpassing en verzet, en Alexander (hij vlucht uitgerekend op de verjaardag van zijn grootvader naar het Westen) is zelfs geen partijlid meer. Voor diens zoon is de DDR niet meer dan een (saai) thema tijdens de geschiedenisles op school.

‘Verloren illusies’ zou ook geen slechte titel voor deze roman zijn geweest; het gaat haast overal om teleurstellingen, om idealen die geen werkelijkheid konden worden. Meteen in het eerste hoofdstuk wordt dit fraai gesymboliseerd als Alexander (in 2001) op bezoek gaat bij zijn vader en in de boekenkast diens publicaties over de geschiedenis van de Duitse arbeidersbeweging ziet staan – ze nemen net zo veel plaats in als Lenins verzamelde werk. Even mijmert Alexander over de inspanningen en ontberingen die zijn vader zich hiervoor heeft moeten getroosten, maar vervolgens luidt het: ‘Nu was alles, alles OUD PAPIER.’

Eugen Ruges In zeiten des abnehmenden Lichts is een feest voor de lezer, ook al door de sublieme dialogen en de vele alledaags-waanzinnige scènes uit het leven, niet alleen in de DDR. Hopelijk heeft deze late debutant met dit boek niet alles verteld. We horen graag meer van hem.

    • Wil Rouleaux