Sofia Goebaidoelina laat het onheil traag dreigen

Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Mariss Jansons. Gehoord: 20/10 Concertgebouw Amsterdam. Herhaling: 21/10 (met Stravinsky in plaats van Haydn). ****

Op papier leek het een curieus programma. Het Koninklijk Concertgebouworkest klemde het aangenaam klassieke Pianoconcert in D van Haydn tussen grommend modern werk van Goebaidoelina en Varèse. Maar het werkte: Haydns beginmaten zullen zelden frisser en troostrijker hebben geklonken dan gisteravond, in kleine soepele orkestbezetting en met fijnzinnig spel van pianist Emanuel Ax, direct volgend op het verontrustende Het gastmaal tijdens de pest van Sofia Goebaidoelina.

Helaas is Goebaidoelina’s Concert voor orkest nog niet af en werd Het gastmaal (2005) geprogrammeerd, waarin ze haar zorgen uit over de „ramp die over de mensen komt, het verlagen van de moraal, en de haat die in onze ziel wordt opgebouwd”.

De vermeend oppervlakkige tijdgeest wordt in Het gastmaal door middel van een popbeat wellicht iets te letterlijk verklankt. Maar die flarden elektronica bereiken in combinatie met een sardonisch tierend orkest wel het gewenste ongemak. De verontrusting schuilt ook in de tergend trage opbouw, waarbij onheilspellende fragmentarische melodieën sterk aan Sjostakovitsj doen denken – iets wat Mariss Jansons met zijn dramatische uitvoering benadrukte.

Dan is Amériques van Edgard Varèse, hoewel een zwaargewicht met ruim 130 orkestleden, veel optimistischer van karakter. De Franse componist schreef het visionaire werk rond 1920 in New York, met de intentie nieuwe werelden van klank en bezieling te onthullen. Echt populair werd Amériques door de monsterlijke proporties en schijnbare vormeloosheid nooit.

Het Concertgebouworkest verdient lof voor de keuze om de originele grootste versie te hernemen, met liefst negentien slagwerkers en off stage een fanfare. Geduldig leidde Jansons zijn orkest door de partituur, een etalage van fantastische kleuren onthullend. Sissend en ratelend werd toegewerkt naar het verblindende slot, dat Jansons ondanks alle decibellen transparant hield – een evenaring van de legendarische uitvoeringen uit de jaren negentig van Riccardo Chailly.

Het publiek reageerde lauw en licht verward, en leek toch vooral voor Haydn te zijn gekomen.