Rutger Hauer meesterlijk in kille 'Heineken Ontvoering'

De Heineken Ontvoering. Regie: Maarten Treurniet. Met: Rutger Hauer, Reinout Scholten van Aschat, Gijs Naber, Teun Kuilboer, Korneel Evers. 27/10 in bioscoop. ****

Eindelijk heeft Rutger Hauer weer eens een rol in een Nederlandse film waar hij zijn tanden in kan zetten. Dat is een genot om te zien en meteen de voornaamste troef van De Heineken Ontvoering, de grotendeels op feiten gebaseerde misdaadfilm van regisseur Maarten Treurniet. Hauers’ Heineken is prettig ironisch, kalm en onaangedaan, een bon vivant. Als directeur van een multinational is hij eraan gewend dat zijn wil wet is, zonder dat hij zijn stem hoeft te verheffen. Ook zijn ontvoerders spreekt hij aanvankelijk toe alsof het zijn ondergeschikten zijn. Maar zijn masker gaat steeds meer scheuren vertonen, naarmate hij langer vastzit in zijn cel op een Amsterdams industrieterrein.

Hauer laat meesterlijk zien hoe zijn masker breekt. Na zijn bevrijding is Freddy Heineken een ander mens: aardiger, humaner. Die transformatie – op papier wat al te braaf – weet Hauer geloofwaardig te maken, al kleeft er iets sentimenteels aan: Heineken is ineens weer een familieman, die zijn hedonistische levenswandel achter zich laat.

De keuze van Treurniet om halverwege van perspectief te veranderen is gedurfd. Eerst zien we de ontvoering vrijwel alleen vanuit het perspectief van de ontvoerders; daarna vanuit dat van Heineken, die alles in het werk zet om de daders te pakken. Maar Treurniet betaalt daar wel een prijs voor: omdat we evenals de ontvoerders niet weten wat er in de buitenwereld gebeurt, of de politie hen op het spoor is, of het net rond hen zich al dan niet sluit. Daardoor is er geen sprake van klassieke spanningsopbouw. De Heineken Ontvoering moet het hebben van de (rudimentaire) psychologie en de vele authentiek ogende, overtuigende details. Die zorgen samen voor een soms drukkende sfeer – typisch voor de crisisjaren van de vroege jaren tachtig. Maar niet voor grote spanning.

Dat de echte Heinekenontvoerders, voor zover nog in leven, weinig op hebben met de film, pleit alleen maar voor Treurniets aanpak. De ontvoerders zijn in de film geen getapte jongens, met wie je prima een borrel zou kunnen drinken, maar bikkelhard, zwijgzaam, agressief, ook tegenover elkaar.

Hun wereld is even miezerig, klein en bedompt als de cel waarin Heineken drie weken bivakkeert. En het is jammer dat de film niet tot het einde zo ingesnoerd en claustrofobisch blijft, waardoor de grote finale enigszins aandoet als een stijlbreuk. Dat er nóg iemand werd ontvoerd, Heinekens chauffeur Ab Doderer, lijken de filmmakers vooral als een lastige bijkomstigheid te hebben beschouwd; zijn aanwezigheid is weggemoffeld.

Naast het mooie spel van Hauer zijn het de zeer geloofwaardige zware jongens, die de film bijzonder maken. Kleding, haardracht, zonnebrillen, accenten; het oogt allemaal perfect. De acteurs zijn met hun onderkoelde spel, voortreffelijk op elkaar afgestemd, een boevenbende die indruk maakt. De regisseur staat niet toe dat de kijker valse sympathie voor hen opvat. Maar ook Heineken is geen personage waar je gemakkelijk warme gevoelens voor krijgt; daarvoor is hij te zelfverzekerd, te uitzonderlijk, one of a kind. De Heineken Ontvoering is zo een film die de kijker nauwelijks de mogelijkheid biedt zich in te leven, in daders noch slachtoffers. Knap gedaan, maar ook een beetje kil.