Privacy: het gaat er niet alleen om dat je iets publiceert, maar waarom

Geen spektakel zonder duiding. Het gesprek van de zus op Facebook haalde te vroeg de ochtendkrant NRC Handelsblad laat zich erop voorstaan wars te zijn van sensatiezucht. In grote misdaadzaken waarvan elk schokkend detail wordt uitvergroot, zoekt de krant het in achtergrond en context. Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de schietpartij in Alphen aan den Rijn,

Geen spektakel zonder duiding.

Het gesprek van de zus op Facebook haalde te vroeg de ochtendkrant

NRC Handelsblad laat zich erop voorstaan wars te zijn van sensatiezucht. In grote misdaadzaken waarvan elk schokkend detail wordt uitvergroot, zoekt de krant het in achtergrond en context.

Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de schietpartij in Alphen aan den Rijn, waarvan de dader in NRC Handelsblad consequent werd aangeduid als ‘Van der V.’, ook al rolde zijn naam over alle tv-kanalen en internet (en door de ochtendkrant nrc.next, die het afkorten potsierlijk vond).

Ook de politiefoto’s van verdachten van de Feyenoordrellen die in Rotterdam op billboards werden geplaatst, haalden de krant niet.

Hoe ging dat in de zaak van Jennefer van Oostende, het 10-jarige meisje dat dood werd aangetroffen bij de ex-vriend van haar zus?

De ochtendkrant citeerde vorige week dinsdag een wanhopig gesprek op Facebook tussen de zus van het vermiste meisje en enkele kennissen. Voornamen en tijdstip van hun berichten stonden erbij. De citaten waren rauw en direct „Wie doet iemand toch zoiets aan. Onbegrijpelijk. Onmenselijk”, „Ik vindt dit echt heel erg verschrikkelijk”. Ook werd er openlijk beschuldigd: „Anthony is het geweest, is in zijn huis gevonden, me kids hebben alles gezien.” De genoemde man is verdachte in de moordzaak.

Het stuk schoot lezers, maar ook redacteuren van next in het verkeerde keelgat. Weliswaar waren de uitspraken voor iedereen te lezen geweest (ze zijn inmiddels verwijderd), maar dan nog. Waarom iemands wanhoop zo etaleren?

Hoofdredacteur Rob Wijnberg van next was het daar mee eens. Een dag later betuigde hij onder het kopje Voyeurisme spijt: „Hoewel er geen feitelijke onjuistheden in het stuk stonden, schoot de krant hier tekort. Er werd niet uitgelegd waarom het Facebook-gesprek van belang was [...] Hadden we de dialoog in de relevante context geplaatst (bijvoorbeeld door te vragen: ‘Zijn de grenzen van wat mensen delen op Facebook wederom opgeschoven?’), dan had de publicatie ervan een journalistieke functie gehad. Maar die context ontbrak.”

Er was ook iets misgegaan. Next, dat kopij van de avondkrant gebruikt, had het stuk geplaatst nog voordat het fit to print was. Een bedrijfsongeval dus. Het stuk moest nog worden uitgewerkt en aangevuld, juist om context te bieden.

Nu was dat ook hard nodig, want het gaat er niet om dat je deze teksten gebruikt – het was een openbare bron, de pagina was niet door de gebruiker afgeschermd – maar waarom je dat doet. Welk doel is ermee gediend? De krant richt zich op burgers, niet op consumenten. Het gaat er dus niet om of zulke citaten huiveringwekkend zijn om te lezen, maar of ze van belang zijn voor de eerste taak van de krant: hoogwaardig en kritisch schrijven over het publieke domein.

De middagkrant, die het gesprek wél inkaderde, stelde een aantal vragen die Wijnberg ook had. Onder de kop Help! Mijn zusje wordt vermist! tastten vier mediadeskundigen naar antwoorden, onder wie een „mediafilosoof” („Al weet hij niet zeker of dat al een erkend beroep is”). Ze vroegen zich af: wat was het motief van de zus? Wat zegt dit over het gebruik van sociale media? Naast dat artikel stond een tweede stuk waarin werd uitgelegd hoe het was gegaan met het Amber Alert.

Ja, dat kadert het gesprek inderdaad uitgebreid in.

Maar toch. Dat ‘duidende’ stuk leverde vooral een open deur op: de berichten van de zus op Facebook waren een noodkreet. Er werd bovendien wel druk gespeculeerd over de motieven van de zus, maar die kwam zelf niet aan het woord.

Er speelt bovendien iets anders. De krant hanteert de vuistregel dat minderjarigen, slachtoffers, verdachten en hun familieleden enigszins moeten worden beschermd tegen de effecten van ongevraagde publiciteit. Dat geldt zeker in het geval van zo’n familiedrama.

Mij was het daarom al genoeg geweest als er, zoals andere kranten deden, kernachtig was geciteerd uit dat gesprek op Facebook – voor zover relevant voor de chronologie van de gebeurtenissen of de beoordeling van het politieonderzoek. In plaats van het uitgebreid en ingekaderd te presenteren als pregnant voorbeeld van een verondersteld nieuw internetfenomeen.

Is de krant in het algemeen opgeschoven in de omgang met privacy?

Het Stijlboek roept nog steeds op tot terughoudendheid. Maar de druk is groot, niet alleen van concurrerende media, maar ook van politie en justitie, die eerder dan vroeger foto’s en informatie over verdachten aan de media vrijgeven.

Context biedt dan soms een uitweg, of een excuus: de politiefoto van Robert M. werd niet geplaatst, maar wél een foto van de bijeenkomst waarop die werd getoond. Ook de hooligans kunnen best de krant in, zegt de nieuwschef die de politiefoto’s weigerde, mits de billboards zijn gefotografeerd in de relevante context van het straatbeeld.

Dat vind ik nog verdedigbaar, want dan houdt de krant de regie – en de nodige afstand.

Maar de kern van de zaak blijft: het gaat er niet alleen om of je zulke gevoelige informatie mag tonen of citeren, maar vooral waaróm de krant dat wil. Dat ook Facebook zich leent voor het slaken van een noodkreet, vind ik dan een magere rechtvaardiging.