'PKK bewijst Koerden geen goede dienst'

Turkse soldaten trekken Noord-Irak binnen om een aanslag van Koerdische militanten te wreken. Over democratische hervormingen voor de Koerden praat niemand meer. „De PKK heeft ons geen dienst bewezen”, zeggen Koerdische jongeren.

Turkish soldiers carry the coffins of soldiers who were killed in an attack by members of the Kurdistan Workers' Party (PKK) during funerals in Van, on October 20, 2011. Mourning Turkey paid its last respects to 24 soldiers killed by Kurdish rebels on the Iraq border as the Turkish air force pounded rebel camps in northern Iraq. AFP PHOTO / MUSTAFA OZER AFP

Bram Vermeulen

Op het moment dat tienduizend Turkse soldaten Noord-Irak binnentrekken om de aanslagen van de Koerdische militante PKK te vergelden, staat de jonge Koerd Tansel Parlak nerveus op het Taksimplein in Istanbul. Dit is de grootste operatie van het Turkse leger sinds 2008, flashen de televisieschermen in de eetcafés om het plein. 22 bataljons trekken op vijf verschillende plekken het buurland binnen, vanuit de lucht gesteund door F-6 en F- gevechtsvliegtuigen. Parlak kijkt hoofdschuddend naar die beelden.

„Opnieuw praten we nergens anders meer over dan over strijd, over welke tanks en welke vliegtuigen. Maar over de democratisering van het land spreekt niemand meer. Met dank aan de PKK.” De jonge student staat hier niet lekker, op Taksim. Hij kijkt voortdurend nerveus over zijn schouders of niemand meeluistert en zijn Koerdische accent hoort. „Ze zullen me lynchen”, zegt hij.

Taksim is een etmaal na de grote aanslag het toneel van de ene na de andere demonstratie van boze Turken. Eerst zijn het „de juweliers van Beyoglu”, die om de vernietiging van de PKK roepen. Dan volgen de studenten van de hogeschool van Galatassaray die hun leuzen scanderen: „Iedere Turk is een soldaat”, „de martelaren zullen niet sterven” en „het vaderland zal niet verdeeld worden”.

Het nationalisme viert hoogtij in Turkije en de Koerd Parlak houdt daar niet alleen het leger en de Turkse regering voor verantwoordelijk. Hij neemt het vooral de PKK kwalijk die zegt te strijden voor de rechten van de Koerden, zijn volk. In de nacht van dinsdag op woensdag vielen 250 PKK-strijders op acht verschillende plekken wachtposten van politie en leger aan. Daarbij kwamen 24 soldaten om het leven. Het was de casus belli voor het Turkse leger dat de afgelopen weken duizenden soldaten aan de grens had verzameld voor een eventuele inval in Noord-Irak, waar de PKK zijn kampen heeft.

„De kogels van de PKK hebben niet alleen de Turkse soldaten gedood”, zegt Parlak. „Maar ook de stemmen van de democraten, de verlichte zielen van Turkije die in de afgelopen jaren hebben gesmeekt om meer rechten voor de Koerden, zodat dit conflict na 27 jaar eindelijk beëindigd kan worden.”

De regering van premier Erdogan beloofde meer rechten voor de Koerden, erkende hun bestaan, hun taal. Maar nu Turkije al maandenlang de doden van Koerdische aanslagen begraaft, heeft die dialoog plaats gemaakt voor harde oorlogstaal.

Parlak is lid van een platform van Koerdische jongeren die zich openlijk tegen de PKK en andere Koerdische militanten hebben gekeerd. Dat is in de Koerdische gemeenschap een ongewone stap. De organisatie heeft een ijzeren greep op die gemeenschap, met name in het zuidoosten van het land. Wie niet voor hen is, is tegen en is zijn leven niet zeker. „Wij zeggen: ‘sterf niet in mijn naam en doodt niet in mijn naam’. De PKK spreekt niet namens mij”, zegt Gulsin Avsar, lid van het zelfde actieplatform. Ze is teleurgesteld in de enige Koerdische partij in het Turkse parlement, de BDP, die woensdag de bloedige aanslagen op de Turkse soldaten niet veroordeelde. „Waarom blijven ze stil, op het moment dat we zo’n behoefte hebben om ook van de Koerdische gemeenschap te horen”, vraagt ze.

De BDP houdt kantoor in de migrantenwijk Tarlabasi, aan de voet van de heuvel die naar Taksim leidt. De wijk is vanmiddag hermetisch afgesloten door zwaar bewapende politieagenten. Ze houden rekening met aanslagen nadat kantoren van de partij elders in het land in brand zijn gestoken.

In het kantoor van de BDP kijken leden in een walm van rook naar het laatste nieuws over de Turkse inval in Irak. „Wat schiet de wereld er mee op als wij de aanslagen veroordelen”, zegt de voorman van de BDP in Istanbul, Huseyin Calisci. „Wij zijn droevig over degenen die hun leven hebben verloren. Maar in dit conflict wordt aan beide kanten gemoord. Dus waarom moeten wij alleen het geweld veroordelen?”

De beloften van de zittende regering van meer rechten voor de Koerden noemen ze in dit kantoor „volksverlakkerij” en „bedrog”. Deze week begon in het parlement het debat over een nieuwe grondwet, die de Koerden meer rechten zou garanderen. De BDP was daar aanvankelijk hoopvol over. De voorman draait naar het tv-scherm vol tanks en vliegtuigen. „Maar als ik dit zie is er weinig reden voor hoop.”