Onzeker en bevallig danst ze in de straten van Rome

F.C. Delius: Portret van een moeder als jonge vrouw. Vert. Elly Schippers. Van Gennep, 116 blz. €9,90

Rome, 1943. Een jonge vrouw maakt een wandeling door de stad. Ze is Duits en hoogzwanger. Haar man kan haar niet begeleiden, want hij moest ineens naar het front. Ze probeert alleen haar weg te vinden, aarzelend en onbeschermd.

In de novelle Portret van een moeder als jonge vrouw duurt die wandeling haast net zo lang als de tijd die je nodig hebt voor het lezen, en dat is ongeveer een uur.

Friedrich Christian Delius, de auteur, heeft voor het hele boek maar één zin nodig, met heel veel komma's. Eén lange, golvende zin, net zo oneffen als het op zeven heuvels gebouwde Rome en net zo zoekend als die jonge vrouw.

Ze is een goede soldatenvrouw, deze verse echtgenote die vlak na de huwelijksvoltrekking alweer afscheid van haar man moest nemen. In de brief die ze naar zijn Tunesische post zal sturen, zullen opbeurende woorden staan, woorden vol geloof in Volk en Führer. Nooit zal de soldatenvrouw twijfel aan de Duitse overwinning tonen, want twijfel is slap en laf.

En toch dringen zich gevaarlijke gedachten aan haar op. Hoorde ze niet uit betrouwbare bron dat de Romeinen genoeg van de oorlog hebben? Dat ze geen zin meer hebben in haten? En waarom, als het zo goed met de oorlog gaat, lijden de mensen honger?

Delius, zelf in de oorlog in Rome geboren, geeft de innerlijke strijd van die jonge Duitse vrouw (die zijn eigen moeder kan zijn) subtiel weer. Haar christelijke waarden kent hij van binnenuit, want zijn vader was dominee. En haar preutse protestantisme botst niet alleen met het wulpse katholicisme in Rome, maar ook met dingen die zij bij de Bund Deutscher Mädel leerde. ‘Jij bent niets, je volk is alles!’ werd haar daar ingepeperd.

Maar haar vader hield haar voor: ‘Als de Führer zich boven God en Gods wil verheft, dan mogen we hem niet blindelings gehoorzamen.’

Alleen: wanneer is dat ‘dan’ aangebroken? In de kerk, het doel van de wandeling? De jonge vrouw hoort er een koraal van Bach en ineens begint ze zich een toekomst zonder oorlog voor te stellen, ‘een toekomst zonder legerberichten, zonder vijanden en vijandschap, zonder de niet meer te tellen doden en de dagelijkse, steeds kleiner wordende overlijdensadvertenties Gevallen op het slagveld…’

In de jaren zestig en zeventig was Delius een boegbeeld van de linkse protestbeweging. Hij lag in de clinch met grote ondernemingen, zoals Siemens AG, dat een uitputtend proces tegen hem voerde.

Boeken van hem als Wir Unternehmer (1966), Ein Bankier auf der Flucht (1995) en Himmelfahrt eines Staatsfeindes (1992) verklappen zijn politieke gezindte, al hebben die titels een satirische touch. En de ongetwijfeld ook linkse jury van de Büchner-prijs, die dit jaar naar hem ging, jubelde in haar rapport: ‘Over de geschiedenis van Duitse bewustzijnstoestanden in de twintigste eeuw schrijft Delius kritisch, vindingrijk en spitsvondig.’

En dan nu zo’n behoedzaam boek. Zo elegant en melodieus verteld, alsof de geportretteerde een madonna is die even onzeker als bevallig door de straten van Rome danst. Delius’ novelle is een liefdesverklaring aan een moeder en aan een oude stad: de schoonheid wint het van de oorlogsellende. Niet erg links, zo’n esthetiserende blik, maar wel aangenaam voor de lezer.