Occupy de kunst?

Een tak van de Occupy-beweging in Amerika zou van plan zijn drie kunstmusea in New York te bezetten: MoMA, The Frick Collection en New Museum. Dit uit protest tegen ‘cultureel elitisme’ en ‘intense commercialisatie en coöptatie van kunst’.

Als het waar is, is het huiveringwekkend nieuws en kunnen we voor het eerst alleen maar erg blij zijn dat er in Amsterdam weinig meer te bezetten is: de meeste musea zijn dicht. Maar is het wel waar? Dat valt niet te achterhalen, want die hele Occupy-beweging is zo diffuus dat iedereen kan beweren dat hij er deel van uitmaakt. De woordvoerder van Occupy Museums!, ene Noah Fischer, zegt dat hij er met zijn actie wel degelijk bij hoort.

In dat geval moet je constateren: Occupy meets de PVV, de partij die ook al zo de pest heeft aan de culturele elite.

Geert Wilders houdt zich tot dusver opvallend stil over Occupy. Hij moet gruwen van de linksige elementen in Occupy, maar als raspopulist zal hem niet ontgaan zijn dat uit peilingen blijkt dat tweederde van zijn aanhang sympathie heeft voor de beweging.

Zelf houd ik mijn gemengde gevoelens. Terwijl gisteren de regen neerplensde op dat verder uitdijende tentenkamp op het Beursplein in Amsterdam, voelde ik respect voor al die mensen die daar onverstoorbaar hun protestboodschap uitdroegen. Helaas gaf een van hen mij een krantje mee dat mij weer ernstig aan de hele beweging deed twijfelen.

Het was een gezamenlijke ‘crisiseditie’ van de Vrije Bond en Klasse! (een ‘ondogmatisch’ links krantje). Die Vrije Bond noemt zichzelf een ‘anarchistische zelforganisatie’, strevend naar een samenleving ‘zonder machtsstructuur en onderdrukking van mensen’. Op de binnenpagina’s staat een illustratie met een enorme gebalde vuist en een hand met het victory-gebaar, terwijl op de achterkant in zwarte kapitalen staat: „It’s not the brick which scares the state but our willingness to throw it.”

Achterin staat een artikel van Kees Stad, die met enig genoegen voorspelt dat het hele systeem wel eens „door zijn hoeven” zou kunnen zakken. Hij waarschuwt ons alvast voor het uitvallen van de elektriciteit, internet en de geldautomaten. „Maar ach”, schrijft hij dan, „als dat ons definitief kan afhelpen van staat en kapitaal, hebben we dat er wel voor over, toch?”

Sorry, Kees, ik niet – tenzij je me even duidelijk maakt welke prachtige alternatieven je in de aanbieding hebt. Toch niet alleen die gebalde vuist en die steen?

Ook op de website van de Vrije Bond kwam ik die flirt met geweld tegen. Het staat er niet met zoveel woorden, maar het wordt gesuggereerd. De wet en de politie worden per definitie gewantrouwd, je moet erop reageren met een „diversiteit aan tactieken”: „Zij die de confrontatie met de wet of de politie aangaan zijn niet simpelweg politieprovocateurs of relschoppers […] Sommige mensen komen voor zichzelf op en berusten niet in een strategie van passief verzet […] Als we alleen maar praten, zullen de machtigen niet naar ons luisteren.”

Elders op de site wordt met sympathie geschreven over de wegens opruiing gearresteerde activiste Joke Kaviaar. „Zij bepleit sabotage – desnoods met geweld”, schrijft een zekere ‘Fleur’, en zij voegt eraan toe: „Als dat al opruiend is in Nederland, dan staat de Staat nog een grote schok te wachten, want Kaviaar is nog maar een beginnetje en smaakt verdomd naar meer.”

Die kant moet de Occupy-beweging niet op.