'Nederland wacht sociaal conflict'

De werkloosheid onder flexwerkers vraagt om een nieuw sociaal contract, zegt promovendus Fabian Dekker. Zelf blijken flexwerkers socialer dan gedacht.

Eppo König

Ook in Nederland dreigt een sociaal conflict zoals in landen als Spanje en Griekenland. Een conflict tussen de insiders en outsiders op de arbeidsmarkt. Aan de ene kant staan de werknemers in vaste dienst, aan de andere kant de groeiende groep flexwerkers en zelfstandigen die meer risico loopt op langdurige werkloosheid. Dat zegt socioloog Fabian Dekker (33) die begin november promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam op zijn proefschrift Flexible Employment, Risk and the Welfare State.

Er komt een moment dat flexibele werknemers zich mobiliseren en meer sociale bescherming eisen, voorspelt Dekker. Hij pleit voor een nieuw sociaal contract tussen overheid en burgers naar Deens model: duurder, maar moderner.

Dekker interviewde 40 zzp’ers in de bouw en in de ICT-sector plus 48 flexwerkers die wel in vaste dienst zijn, maar binnen bedrijven van werk wisselen. Ook deed hij statistisch onderzoek. De opvallendste conclusie: flexwerkers en zelfstandigen zijn socialer dan gedacht. Ze willen – naast vrijheid – best sociale premies afdragen voor collectieve verzekeringen. Dat flexibele arbeid de gemeenschapszin in de verzorgingsstaat uitholt, is een mythe.

In Spanje worden de werkloze jongeren een ‘verloren generatie’ genoemd. U denkt dat flexibele werknemers in Nederland hetzelfde risico lopen, al is de werkloosheid hier veel lager?

„Ja. Gemiddeld stroomt jaarlijks 30 tot 40 procent van de flexibele arbeidskrachten door in een vaste baan. Sinds de crisis van 2008 is dat aantal gedaald tot 20 procent. Flexwerkers worden sneller ontslagen. Omdat werkgevers ook niet investeren in hun scholing, krijgen ze geen kans zich te ontwikkelen. Uit veel onderzoek blijkt dat je zo littekens krijgt op je cv. Het wordt lastig voor ze om aan de bak te komen. Vooral omdat de meerderheid van de flexibele werknemers uit sociaal kwetsbare groepen komt: laagopgeleiden, jongeren, allochtonen en vrouwen.”

En op een dag komen ze in opstand.

„Het aantal flexibele werknemers is de laatste jaren sterk gestegen en blijft stijgen. Mijn voorspelling is dat ze meer sociale bescherming zullen eisen als ze zich meer organiseren. Dat gebeurt al binnen traditionele structuren als de SER en een vakbond voor zelfstandigen, maar het kan ook via eigen netwerken zoals je nu ziet bij de Occupy-beweging in Amsterdam. Het is de klassieke spanning tussen zittend en flexibel personeel. Het komt eraan, vroeg of laat.”

Is sociale zekerheid niet de verantwoordelijkheid van flexwerkers zelf? Zij kiezen zelf voor vrijheid. Waarom zou de overheid hen meer beschermen?

„Dat is de kern van het sociale conflict dat je kunt krijgen. Hoe scherp het wordt, hangt af van de posities die de overheid, de sociale partners en de flexwerkers zullen innemen. Maar vergeet niet dat Nederland historisch een overlegcultuur heeft. Ik denk niet dat het conflict net zo scherp wordt als in Zuid-Europese landen. Alleen: beleidsmakers moeten wat doen om te voorkomen dat een grote groep werklozen afglijdt.”

U pleit voor een nieuw contract tussen overheid en burger dat ook flexwerkers behartigt . Hoe moet dat eruit zien?

„Mijn voorkeur gaat uit naar het Deense model: relatief weinig ontslagbescherming, maar meer sociale bescherming en meer beleid om werknemers om of bij te scholen zodat ze van de ene sector naar de andere kunnen hoppen. Het Deense model is wel veel duurder dan het onze. Nederlanders zouden meer premie moeten betalen. Maar het voordeel is dat de werkloosheidsduur gigantisch wordt verkort. De scheidslijn tussen insiders en outsiders op de arbeidsmarkt zou verwateren.”

Anders dan veel mensen denken, zijn flexibele werknemers best bereid om sociale risico’s te delen, concludeert u.

„Mensen baseren hun mening over sociale zekerheid op de risico’s die ze zelf lopen op de arbeidsmarkt, maar ook op hun gemeenschapsbesef. Theoretisch onderzoek veronderstelt dat dat sociale besef afneemt, als er steeds meer flexibele werknemers zijn met variabele dienstverbanden, en we allemaal wat minder op elkaar gaan lijken. Ik heb voor het eerst in het veld getoetst of er daadwerkelijk een verband is tussen flexibel dienstverband en het sociale cement in een samenleving. Nee, dus. De meeste flexibele werknemers zeggen: of je nu los of vast werkt, we moeten samen de risico’s delen. Zowel in de bouw als in de ICT, het lagere en het hogere segment van de arbeidsmarkt, was dat antwoord hetzelfde.”

Heeft u concreet gevraagd hoeveel sociale premie ze bereid zijn af te dragen?

„Nee, daar kunnen respondenten en geïnterviewden zich ook heel moeilijk een voorstelling van maken. Daarbij krijg je te maken met keuzestress. Het Walmart-effect: als je te veel producten in de schappen zet, weten mensen niet meer wat ze moeten kiezen. Alle mensen die nu roepen om meer individuele keuzevrijheid bij sociale zekerheid, gaan ook voorbij aan het feit dat Nederlanders helemaal niet zitten te wachten op allerlei mengvormen van verzekeren en sparen – simpel gezegd op individuele verantwoordelijkheid.”

Er was vast ook een groep flexibele werknemers die absoluut niet bereid was om zich collectief verzekeren?

„Jongeren tot dertig jaar die heel bewust hebben gekozen voor zelfstandig ondernemerschap. Het is een heterogene groep, maar ik kwam ze vooral tegen in de consultancy-sfeer. Ik vertelde ze: er komt een moment dat flexibele werknemers zoals jullie deel gaan uitmaken van de verzorgingstaat. ‘Wat?’, zeiden ze. ‘Dat gaat écht niet gebeuren’.”