'Nationalisme is een hardnekkig sentiment'

In Niet voor de winst pleit Martha Nussbaum voor onderwijs in universele waarden via kunst en cultuur. Maar willen we niet gewoon Amerikaans entertainment?

Martha van Nussbaum, american writer, in the Amstel Hotel. Foto: Cindy Marler/Hollandse Hoogte Cindy Marler/Hollandse Hoogte

‘Wat je nu in Europa ziet gebeuren’’, zegt Martha Nussbaum, „is dat nationalistische reflexen weer de kop opsteken omdat er sprake is van economische tegenspoed. Verwonderlijk vind ik dat niet. De economische integratie is in Europa van begin af aan doorgezet zonder enige aandacht voor cultuur en culturele verschillen. Er is nooit over nagedacht hoe mensen zich Europeaan zouden kunnen gaan voelen, laat staan dat in het hoger onderwijs serieus aandacht is besteed aan Europese cultuur. Zoiets wreekt zich op zeker moment altijd.”

Kaarsrecht, de voeten precies naast elkaar, schijnbaar niet op haar gemak, zit ze op de grijze bank in haar hotel, de wereldberoemde Amerikaanse filosofe Martha Nussbaum. Samen met haar goede vriend, de al even wereldberoemde ontwikkelingseconoom Amartya Sen, is ze in Nederland. Beiden geven lezingen, en Nussbaum zet meteen de vertaling van haar pamflet uit 2010 kracht bij.

In Niet voor de winst hamert ze, zoals ze dat eerder deed in Cultivating Humanity, nog maar eens op het belang van de ‘humaniora’ of alfavakken. Die staan volgens haar onder druk, ten gunste van de technologische studierichtingen en managementopleidingen die directer bijdragen aan de economie. „Overal is het onderwijs in slechte conditie. Dat is het gevolg van het feit dat regeringen al sinds decennia te weinig geld uittrekken voor de publieke ruimte.”

Daarom is Niet voor de winst nog maar eens een pleidooi voor ‘socratisch onderwijs’, waarin leerlingen uitgedaagd worden de stof voortdurend te bevragen en te bediscussiëren.

In veel opzichten staat uw pamflet haaks op de tijdgeest. Het onderwijsniveau is met al die werkstukken en discussies achteruitgehold, vindt men hier bijvoorbeeld. Het is weer tijd om ouderwets te stampen.

„Ja, het is jammer dat dit zo'n pendelbeweging is. In mijn boek draait het om allebei. Zonder kennis natuurlijk geen zinnige discussie. Maar kennis alleen is niet genoeg, het gaat erom onderwijs in te zetten voor goed burgerschap.”

Juist onderwijs in andere talen en culturen, en studie van kunst, geschiedenis, filosofie en literatuur, brengt jonge mensen de vaardigheden bij die een democratie niet kan missen, betoogt Nussbaum in Niet voor de winst, zoals het vermogen je in anderen te verplaatsen en een andere cultuur te kennen.

Nussbaum: „Onderwijs is bij uitstek een publieke zaak, nauw verbonden met het hart van een democratie. Het is heel benauwend als bedrijven scholen gaan oprichten, of als ze via sponsorschap een te grote invloed krijgen op het curriculum. Het is heel benauwend als politici zich gaan bemoeien met de inhoud van vakken, en eisen dat die directer maatschappelijk nut moeten hebben.”

Maar houdt u er, als u onderwijs in zijn geheel in dienst wil stellen van burgerschap en democratie, niet net zo’n instrumentele onderwijsopvatting op na als u uw tegenstanders verwijt?

„Natuurlijk zijn de humaniora ook een doel op zichzelf. En ze voorzien in een breed gevoelde behoefte. Filosofie is ongelooflijk populair. In de VS zie je in de volwasseneneducatie een hernieuwde belangstelling voor kunst en literatuur, en filosofie. Mensen raken verveeld op hun werk, ze zoeken vervulling, inspiratie. De reden dat ik me in dit pamflet zo op democratie heb geconcentreerd is dat ik denk dat ik politici zo kan overtuigen universiteiten de duimschroeven niet aan te draaien. In een mobiele, inventievere economie heb je kritische denkers nodig.”

Nussbaum zet zich in Niet voor de winst vooral af tegen het strikt economische denken. In dat opzicht is het de schotschrift-pendant van het positievere Creating Capabilities, een pleidooi om succes van beleid af te meten aan zaken als menselijke waardigheid, en cijfers van onderwijs en gezondheidszorg – en niet aan economische groeicijfers. In dit opzicht kreeg Nussbaum, samen met Amartya Sen een van de grondleggers van de Human Development Index, kort voor de crisis meer gehoor dan nu.

In Niet voor de winst zet zij telkens universiteiten in de VS en plattelandsgemeenschappen in India – de twee kringen waarin ze werkt – tegenover elkaar. Maar hebben de humaniora voor de uitgeëmancipeerde westerse ego's die zich gedemoraliseerd en soms rancuneus afkeren van democratie, wel dezelfde functie als voor groepen Indiase vrouwen die in velerlei opzicht hun emancipatie tot burgerdom nog moeten beginnen? Kun je kortom wel iets algemeens zeggen over de ziel van hoger onderwijs in twee zulke verschillende samenlevingen zonder in platitudes te vervallen?

„Ja, dat denk ik wel”, zegt Nussbaum onverstoorbaar. „De levens van kinderen lijken meer op elkaar dan je zou denken. Een kleine peuter die begint te krijsen omdat hij iets wil, moet leren zijn genoegens uit te stellen. Elke primaire behoefte moet gedisciplineerd worden. Dat is wat er in de opvoeding gebeurt. Later leer je te reflecteren op je behoeftes en deze af te zetten tegen die van anderen. De mechanismen die de democratie ten goede komen zijn universeel.”

Critici van het multiculturalisme in Nederland hameren op het belang van onderwijs in de Nationale Canon van de geschiedenis. Dat zou allochtonen beter doen integreren dan uw universalisme.

„Wat moet ik zeggen? Het nationalisme is een hardnekkig sentiment. Maar ik blijf erbij dat universalisme en socratisch onderwijs beter zijn dan hardnekkig hameren op de eigen cultuur. Samenlevingen zijn steeds gemengder; het gaat erom dat de mentaliteit zo verstandig mogelijk is. Het een hoeft het ander niet in de weg te staan. Ierland is érg trots op zijn culturele verleden en heeft universiteiten met uitstekende liberal arts programma’s, waarin men andere culturen probeert te doorgronden.”

Ze zwijgt even en merkt dan op: „Dit hebben wij in de VS toch echt beter gedaan. Mensen kunnen in de VS nog zo verschillen, ze voelen zich allemaal Amerikaans. Wij kunnen in onze klassieke smeltkroes migranten dus veel makkelijker absorberen dan de naties van Europa met hun zelfbeeld van homogeniteit. Europeanen zijn emotioneel niet voorbereid op verschillen. Des te meer reden, zou je denken, voor socratisch onderwijs in Europa.”

Sommige mensen zeggen: hoge cultuur is gedemocratiseerd. Anderen zeggen: het is in verval. Journalist John Seabrook betoogde dat de hoge cultuur een niche voor de elite is geworden. De meeste mensen zijn alleen in massacultuur geïnteresseerd. Kunnen universiteiten deze ontwikkeling negeren?

„Nee, en dat doen ze ook niet. Universiteiten en hun curricula zijn veel toegankelijker gemaakt en democratischer dan vlak na de Tweede Wereldoorlog. Er is veel gedaan om opleidingen multicultureler te maken. Men doceert allang niet meer alleen over de geschiedenis, er zijn nu curricula wereldgeschiedenis. Er worden boeken gelezen uit vele culturen.”

Nu betrekt u het weer op het universalisme. Maar de meest universele cultuur ter wereld is Amerikaans entertainment. Lowbrow. Universiteiten lijden daaronder. Ze kunnen veel hoge cultuur niet langer als bekend veronderstellen. Studenten kunnen soms zelfs geen boek meer uitlezen.

„Het idee van een culturele hiërarchie acht ik niet heel erg handig. In elke kunstvorm heb je simpele en complexe kunstwerken, commerciële en elitaire. Cultuurgoederen kunnen stijgen en dalen. Sommige highbrowschrijvers doen het heel goed bij jongeren in de VS, zoals Shakespeare, die taal spreekt hen erg aan. Het leven van Socrates laat nooit na te boeien, is mijn ervaring. Het is niet waar dat jongeren niet geïnteresseerd zijn in klassieke muziek, of dat je geen zinnige colleges zou kunnen geven over modernere zaken, zoals jazz of de blues.”

Die zouden velen al scharen onder klassieke cultuur. Geldt wat u zegt ook voor modernere muziek zoals hiphop? Of rap?

„Ik ken geen rap. Maar de zoon van Amartya Sen is een hiphopartiest die er lezingen over geeft – dat hiphop niet alleen maar geweld en vrouwenhaat uitstraalt. Socratisch onderwijs is over elke kunstvorm mogelijk.”

U pleit voor de ontwikkeling van krachtige, mondige persoonlijkheden. Volgens velen zijn hedendaagse westerse ego’s juist overontwikkeld.

„Het niveau van asociaal gedrag in hedendaagse samenlevingen is inderdaad erg hoog. Maar een argumentatie goed opbouwen is iets heel anders dan zeggen wat je voor de mond komt. Socratisch onderwijs is juist een remedie tegen die tendens naar hufterig gedrag. Als je in staat bent de kwaliteit van argumenten te doorzien en geleerd hebt je in een ander te verplaatsen, word je minder snel een hufter.”

Kunnen universiteiten zo'n burgerschap vormgeven in een commerciële wereld die kritisch denken ontmoedigt en steeds hamert op directe behoeftebevrediging?

Vaak gaan mensen meer nadenken als ze kinderen krijgen. Onderwijs staat niet op zichzelf. En natuurlijk moet je ook gewoon lol hebben en met je dochter een jurk gaan kopen.”