Na Gaddafi nu de machtsstrijd

In het Libië na Moammar Gaddafi heerst een stemming van haat en wraak. Nu het land officieel is bevrijd kan de machtsstrijd beginnen.

FILE - In this 1970 photo, Moammar Gadhafi at the Cairo Airport in 1970. A U.S. official says Libya's new government has told the United States that Gadhafi, 69, is dead. The official said Libya's Transitional National Council informed U.S. officials in Libya of the development Thursday, Oct. 20, 2011. His death on Thursday, confirmed by Prime Minister Mahmoud Jibril, came as Libyan fighters defeated Gadhafi's last holdouts in his hometown of Sirte, the last major site of resistance in the country. (AP Photo) AP

Met de dood van de Libische leider Moammar Gaddafi en de val van zijn geboorteplaats Sirte gaat Libië een nieuwe fase in. De Libiërs jubelen. Acht maanden na het begin van de opstand is hun land officieel bevrijd en is in één klap een belangrijke potentiële bron van onrust geëlimineerd.

Tot zover het goede nieuws voor de Libiërs. Maar de geografische, ideologische en tribale tegenstellingen die de afgelopen maanden bij de overwinnaars aan de dag zijn gekomen, plus de aanhoudende wraaklust, beloven een toekomst die bepaald niet zorgeloos is.

Het heeft nog bijna twee maanden geduurd na de val van de hoofdstad Tripoli voor de laatste bolwerken van Gaddafi, Bani Walid en Sirte, op het oude regime werden veroverd. Een belangrijk deel van het probleem bleef de verbluffende ongeorganiseerdheid van de rebellen. Het kostte de strijders van de Nationale Overgangsraad, de nieuwe machthebbers, deze week twee dagen om één gebouw in Sirte te veroveren. Eenheden van de voormalige rebellen namen regelmatig elkaar onder vuur.

Tegelijk verklaart de aanwezigheid van Gaddafi en verscheidene prominenten van zijn regime de verbazingwekkende felheid van het verzet in Sirte. Die harde tegenstand was de afgelopen weken uitgelegd als uitvloeisel van het feit dat de stad door de jaren heen kon rekenen op speciale sympathie van het ex-regime en was uitgebouwd tot een soort reserve-hoofdstad. De burgers van Sirte hadden dus belangen te verdedigen, iets wat de strijdlust altijd aanwakkert.

Er zijn tot dusverre geen harde aanwijzingen dat de aanvallers wisten dat Gaddafi zelf in Sirte verschanst zat. Interim-premier Mahmoud Jebril zei in een gisteren gepubliceerd interview in een Arabische krant nog dat Gaddafi in het zuiden van het land bezig was Afrikaanse strijders te werven voor een mogelijke opstand.

De stapsgewijze inname van Sirte bracht tegelijk eens te meer de breuklijnen van het nieuwe Libië aan het daglicht. Het officiële motto is verzoening en een nieuw begin. Maar de werkelijkheid is er een van haat en wraak.

Inwoners van Sirte die voor de gevechten waren gevlucht maar na de inname van hun wijk terugkeerden, meldden plunderingen en vernielingen, en daarbij de immense oorlogsschade. De aanvallers werden ervan beschuldigd willens en wetens met hun zware wapens nodeloze verwoestingen te hebben aangericht. De burgers werden collectief beschouwd als aanhangers van het oude regime die dienden te worden gestraft. Verslaggevers zagen ex-rebellen in hun pickup-trucks vol computers en andere buit wegrijden.

De stemming van haat en wraak komt ook tot uiting in rapporten van internationale mensenrechtenorganisaties over massale arrestaties van iedereen die maar van steun voor Gaddafi wordt verdacht. Zwarte Libiërs en Afrikanen worden allereerst aangezien voor huurlingen van het oude regime en dienovereenkomstig behandeld. Amnesty International publiceerde nog geen week geleden zijn eerste rapport over marteling in het nieuwe Libië.

Behalve de spanningen tussen aanhangers en tegenstanders van Moammar Gaddafi zijn er tegenstellingen tussen het eerst bevrijde oosten van Libië en het zwaar bevochten westen, en zelfs tussen steden onderling.

Er zijn spanningen tussen stammen die in Gaddafi’s tijd de onderliggende partij waren en stammen die het regime door de jaren heen schraagden. En er zijn spanningen tussen min of meer seculiere groepen, die voor een groot deel uit tijdig overgelopen aanhangers van het oude regime en ballingen bestaan, en moslim-fundamentalisten.

Zo worden er groeiende tegenstellingen gemeld tussen de Militaire raad van Tripoli, die onder controle van fundamentalisten staat en door Qatar zou worden gesteund, en de in het Westen opgeleide premier Jebril. Ali Sallabi, een fundamentalistische geestelijke met goede relaties met Qatar, is zojuist opgenomen in een met de Overgangsraad verbonden werkgroep. Deze toetreding tot de macht wordt uitgelegd als versterking van zijn invloed, en die van zijn stroming, op de politiek.

Wat de situatie letterlijk explosief maakt is de aanwezigheid van de milities die door de steden rondstruinen. De nieuwe machthebbers zijn nog nauwelijks begonnen met het demobiliseren van de talrijke strijdgroepen die de oorlog hebben gevoerd. Alleen al in Tripoli zijn er meer dan twintig verschillende milities geteld.

Veel van de enthousiaste artsen, kappers, muzikanten en andere burgers die in februari de strijd met het regime van Gaddafi aanbonden, zijn inmiddels naar huis teruggekeerd. Maar evenveel anderen hebben geen baan om naar terug te keren – ook in olieland Libië is de werkloosheid hoog – en zijn inmiddels aan het militieleven gewend.

De Overgangsraad heeft aangekondigd zo snel mogelijk te gaan werken aan een regulier nationaal leger. Maar daar is nog geen spoor van te bekennen.

En wapens zijn er in overvloed. De goed bevoorrade wapenarsenalen van Gaddafi hebben vanaf het begin van de opstand opengestaan voor al wie behoefte had aan wapens. Alleen al 10.000 van de schouder af te schieten raketten zijn zoek. De Verenigde Staten hebben pas nu geld en deskundigen ter beschikking gesteld om de vermiste wapenvoorraden weer op te sporen.

De nieuwe autoriteiten zijn vorige week begonnen Gaddafi’s hoofdkwartier in Tripoli met de grond gelijk te maken, „om dit symbool van tirannie te elimineren”.

Gaddafi zelf is dood. Nu kan de werkelijke strijd om de macht beginnen.