Meppen werkt

De biografie van een beroepscrimineel, als venster naar de beroepsgroep.

‘Life history’ toegepast op het leven van een bajesklant.

In 2004 wordt de Nederlander Jan Hoolwerf op een Amerikaanse luchthaven aangehouden met vijf kilo cocaïne in zijn bagage. Omdat hij zijn opdrachtgevers niet wil verraden in ruil voor strafvermindering, wordt hij tot vier jaar cel veroordeeld. Jan is dan 48 jaar en heeft in Nederland al verschillende gevangenisstraffen uitgezeten wegens geweldsdelicten. Zijn Amerikaanse straftijd brengt hij door in vier verschillende gevangenissen. In die jaren treedt hij toe tot een prison gang van latino’s, de Sureños (zuiderlingen). Jan bewijst zich als vechtersbaas en ‘de groep’ beloont de boomlange vijftiger met een koosnaam: Chiquilín (jongetje).

Jan vertelde zijn levensverhaal vol bruut geweld aan Frank van Gemert, criminoloog aan de Vrije Universiteit. Van Gemert doet onderzoek naar jeugdbendes en drugshandel. In 2009 hoorde hij dat bij de organisatie Delinquentie en Samenleving een man als vrijwilliger werkte die lid was geweest van een Amerikaanse prison gang. Op scholen en in buurthuizen vertelde hij jongeren over zijn ervaringen in de bajes.

Van Gemert wist het vertrouwen van Jan te winnen en componeerde uit 25 gesprekken, gevoerd in een periode van vijf maanden, diens biografie. De hoofdpersoon heeft de volledige tekst – ook Van Gemerts analytische intermezzi – gelezen en goedgekeurd. Het boek werd afgelopen vrijdag ten doop gehouden tijdens de conferentie Culturele Criminologie in Utrecht.

Van Gemert is opgeleid als cultureel antropoloog en in die discipline is de life history een gevestigde onderzoeksmethode. In zulke studies dient de vertellende hoofdpersoon als venster op een grotere groep, om de kenmerken en codes daarvan te doorgronden. Van Gemert: „Ik wilde de lacune vullen die er op dit gebied in de criminologie is. Je kunt binnen dat vak elk type crimineel op allerlei manieren bestuderen, maar vreemd genoeg wordt de biografie daar nauwelijks voor gebruikt. Toen deed zich de kans voor om die stiel eens zelf te proberen.”

In welk milieu geeft het levensverhaal van Jan inzicht?

„Ik heb verschillende criminologische biografieën gelezen – The Jack-Roller van Clifford Shaw (1930), The Professional Thief van Edwin Sutherland (1937) en The Professional Fence van Carl Klockars (1974). De titels zeggen het al: ze gaan over een beroepsgroep en het individu in kwestie is de ingang naar die groep.

Van Jan dacht ik ook inzicht te krijgen in een bepaalde scene, hij was immers lid geweest van een prison gang. Maar zijn leven gaat alle kanten op. Hij heeft in allerlei kringen meegedraaid: van een kindertehuis tot hippies in het Vondelpark, de straathandel in drugs en de penose. Hij is op pad geweest met een inbrekersgroep, maar hij heeft ook een leven geleid in de burgersamenleving, met een vrouw en een kind. Toen werkte hij als hovenier. Uiteindelijk kwam hij terecht bij de Sureños.

„Hij is een autonome man, die zich niets laat gezeggen (‘ik ben een muiter’) en in verschillende werelden terechtkomt, waarin hij een tijdje meedraait. Soms met veel succes, soms helemaal niet.”

Zijn voorlichtingswerk liep spaak.

„Ja. Hij wist dat het zijn taak was om die jongeren te waarschuwen: pas op, dit is niet best, doe dat nooit. Dit heb ik gedaan, maar ik heb er spijt van. En ze hingen aan zijn lippen, omdat het deels heel stoere verhalen waren. Hij merkte wel dat ze steeds meer belangstelling kregen voor de kwalijke kantjes. Er kwamen klachten en de samenwerking werd verbroken. Daar was hij heel boos over, want, zei hij: het is wél mijn verhaal, het is gebeurd. Zo sla ik me door het leven.”

Waar komt al dat geweld vandaan?

„Voor een deel komt dat van zijn vader. Van hem kreeg hij de boodschap mee: meppen is een middel om dingen gedaan te krijgen. Dat is er letterlijk in geslagen: geweld werkt. Hij heeft niet alleen veel klappen gekregen, hij is ook van jongs af aan gestimuleerd om het zelf te doen. Wat heb je gedaan, buiten? Heb je gemat? En, heb je gewonnen? Goed zo. Dat waren de schaarse schouderklopjes die hij kreeg.”

Waren er beslissende wendingen in Jans leven?

„Jawel, maar niet de klassieke: Werk, Wonen en Wijf. Het is juist omgekeerd. Hij leert een meisje kennen, raakt verliefd en trouwt met haar. En eigenlijk gaat het dan de verkeerde kant op. Zowel met hem als met die vrouw. Hij vindt het zo vanzelfsprekend dat dingen op zijn manier gebeuren dat hij totaal ongeschikt is voor een relatie.

„Een ander keerpunt is dat hij in Amerika in de gevangenis terechtkomt. Wat moet een blanke man van bijna vijftig in zo’n gevangenis, denk je dan. Die krijgt het voor zijn kiezen. Maar wat blijkt? Het is een onverwachte bloeiperiode in zijn leven. Aan het einde van onze gesprekken zegt hij, bijna verbaasd: ‘in de bajes ben ik het best op mijn plaats’.”

Een paar maanden na het laatste gesprek steekt Jan een Utrechter in zijn buik en been: de man overleeft het. Jan krijgt vijf jaar en tbs en die zit hij nu uit.

Frank van Gemert: Van prison gang tot tbs. Biografie van een gewelddadig man.

Just Publishers, 240 blz., € 19,95.