Korten op pensioen is nog de enige oplossing

Voor het eerst in de geschiedenis moeten pensioenfondsen flink korten op uitkeringen. Iedereen – jong en oud, werkend en gepensioneerd – zal het gaan merken.

De eurocrisis gaat nu echt pijn doen. Pensioenfondsen staan er zó slecht voor, dat ze moeten ingrijpen. In 2009 kregen ze langer de tijd om te herstellen van de klap van de financiële crisis in 2008. Maar die tijd raakt op. Ze moeten harde maatregelen nemen. Dat betekent: korten op pensioenen en verhogen van premies.

De mogelijkheden om de klap te verzachten zijn beperkt. Aan kleine knoppen draaien (zoals de pensioenleeftijd), biedt wat soelaas. Maar moeilijke beslissingen zijn onvermijdelijk. Tenzij de economie plots aantrekt natuurlijk. Maar dat blijkt al twee jaar ijdele hoop.

Voor het eerst in de geschiedenis kondigde de Pensioenfederatie, de koepel van pensioenfondsen, deze week grootschalige kortingen op het pensioen aan. Ruim honderd fondsen moeten in 2013 korten op de pensioenen. Gemiddeld met zo’n 5 procent, oplopend tot wel 15 procent.

Het gaat daarbij om het aanvullend pensioen, naast het staatspensioen AOW. Pensioenfondsen die moeten korten hebben te weinig vermogen om alle huidige en toekomstige pensioenen uit te betalen. In jargon: ze hebben een te lage dekkingsgraad (de verhouding tussen bezittingen en verplichtingen). Die moet minstens 105 procent bedragen.

In 2009 hadden ze ook al een te lage dekkingsgraad. Toen kregen ze van toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) vijf jaar om te herstellen van de klap. Pensioenfondsen die moeten korten, lopen achter op dat herstelplan en moeten nu alsnog ingrijpen.

Pensioenfondsen, DNB en het ministerie van Sociale Zaken zoeken naar de minst schadelijke maatregelen. DNB maakte daarom de keuze geen extra premieverhogingen te eisen van pensioenfondsen.

Toch zal iedereen – jong en oud, werkend en gepensioneerd – schade ondervinden, als de huidige economische situatie aanhoudt. (NRC)