Kamerleden in Kunduz: meer taken trainers

De Nederlanderse politietrainers in Kunduz moeten meer taken krijgen. Dat vinden Tweede Kamerleden die de afgelopen dagen een bezoek brachten aan Afghanistan. Nu ze met eigen ogen gezien hebben hoe beperkt de opdracht is die de militairen uit Den Haag hebben meegekregen, zijn ze bereid deze te verruimen. Bínnen het bestaande mandaat, benadrukken ze, kunnen mogelijk ook grenspolitie, onderofficieren en agenten van buiten Kunduz worden geschoold.

„Het civiele karakter van de missie blijft het belangrijkste”, zegt Mariko Peters van GroenLinks. Haar partij steunde met D66 en ChristenUnie de politietrainingsmissie op voorwaarde dat politiemensen die Nederland opleidt absoluut niet worden ingezet bij gevechten. Daarom leidt de marechaussee alleen agenten van de civiele politie op die in de provincie Kunduz werken. Ook Wassila Hachchi van D66 denkt dat binnen het bestaande mandaat meer mogelijk is. „Het was een eyeopener dat we daar nog veel meer kunnen als we ons niet alleen richten op de agent.”

In Kunduz is de afgelopen maanden gebleken dat er weinig behoefte is aan het opleiden van rekruten. Daardoor kunnen niet alle militairen aan de slag. De NAVO had Nederland daar voor het begin van de missie voor gewaarschuwd.

De grenspolitie heeft in Afghanistan echter ook een gevechtstaak. Agenten opleiden die buiten Kunduz aan de slag gaan, zou betekenen dat Nederlandse militairen ze niet kunnen blijven volgen na de basiscursus.

Kamerlid Attje Kuiken van de PvdA noemt haar collega-oppositieleden naïef. „Ik snap dat er nu wordt aangedrongen het mandaat te verbreden, maar daarmee worden we verder het moeras ingezogen.”

Op 9 november debatteren de Kamerleden met het kabinet over de voortgang van de missie en mogelijke uitbreiding van de taken in Kunduz. Coalitiepartijen VVD en CDA willen de opdracht ook uitbreiden. PVV en SP blijven tegen.