In vergelijking

Een vriend van me had een tijdlang een studentenkamer aan het Lepelenburg, een ovaal grasveldje aan de Utrechtse Singel, waar een ouderwetse bandstand staat en gietijzeren ligstoeltjes en waar de halve binnenstad zodra het kwik de 25 haalt, massaal komt zonnen. Hij had er speciaal een verrekijker voor gekocht. Hij zei dat hij ze na een tijdje ging herkennen, de vaste gasten, de zonaanbidders, de bijna-maar-net-niet-helemaal-topless-jaarclubmeisjes en dat als hij een van hen tegenkwam, in de kroeg, hij altijd zo dichtbij mogelijk ging staan.

Kijken of hun huid nog nagloeide.

Dat zei hij tenminste.

Mijn hotel heeft een zwembad op het dak, elfde verdieping, middenin het kleine stukje hoogbouw dat New Orleans heeft. De gasten van het naastgelegen Sheraton-hotel en de werknemers in het AT&T-gebouw hebben geen verrekijker nodig ons te zien liggen. New Orleans. The Crescent City. The Big Easy. Het hotel heeft een Franse naam en is een aanrader, al ziet het zwembad eruit, met nep-marmeren cupidobeeldjes en faux-Romeinse muurschilderingen, alsof het in de achtertuin van een kamperfamilie ligt.

Er dobberen drie Amerikanen als reddingsboeien in het zwembad. Twee vrouwen zitten op de rand, te pootjebaden. Ze drinken milkshakes van, schat ik, een halve liter. Hoe vaak je ook in de VS komt, het blijft je verbazen hoe zwaar iedereen is. Van de twintig Amerikanen rond het zwembad, heeft er één een BMI onder de vijftien. En zij is zwanger.

Ik sta voor mijn ligstoel, zo rechtop als ik kan, en trek mijn polo uit. In vergelijking ben ik totaal afgetraind. Een atleet. Ik ben Usain Bolt. Ik ben Brad Pitt in Snatch, minus het plakkerige haar en de zigeunertatoeages.

Ik lees The Brief Wondrous Life of Oscar Wao, waarmee Junot Díaz in 2008 de Pulitzer-prijs voor fictie won. Oscar is een krankzinnige, obese – ‘Biggie Smalls minus the Smalls’ – Dominicaans-Amerikaanse tiener die alles van J.R.R. Tolkien weet, maar niets van liefde. En hij wil zo graag.

Een hotelmedewerker neemt mijn lunchbestelling op. Wilt u sla? Wilt u tomaat? Wat voor dressing wilt u? Wat voor brood wilt u? Wit, met sesam, of volkoren?

Eigenlijk wil ik al die keuzes niet. Ik wil dat de kok het broodje maakt zoals hij dat altijd doet, gewoon, het broodje zoals het op de kaart staat. Ik aanvaard de gevolgen van mijn beslissingen – dat is een mooi mantra.

Ik wil bruin, volkoren brood, zeg ik, duidelijk gearticuleerd, zodat de mensen om me heen het kunnen horen.

Gezond brood.

JOOST DE VRIES