Ik maak muziek voor mezelf

Erik Hofland, ofwel singer-songwriter Dyzack, maakte een persoonlijke cd.

Hij voelt zich nu beter buiten de schijnwerpers – en met een baan in een café.

Eigenlijk is er niets veranderd. Hij is nog steeds een man met gitaar. En nog steeds klinkt hij helemaal niet als een man met gitaar. Zodra Erik Hofland (37), beter bekend als singer-songwriter Dyzack, begint te spelen lijkt het alsof hij een complete band in zijn klankkast heeft verstopt. Behalve onnavolgbaar getokkel tovert hij net zo makkelijk bas- en drumpartijen tevoorschijn. En tussendoor laat hij met duivels geraas een slide (buisje dat je om je vinger schuift) over zijn snaren racen.

Hij is, kortom, nog even virtuoos als tien jaar geleden. Toen werd hij gebombardeerd tot ‘postmoderne Nikkelen Nelis’ en ‘nieuw wonderkind van de Nederpop’. Hij maakte drie prachtige albums, speelde op grote festivals als Lowlands, toerde met Anouk en won een Zilveren Harp. Maar toen werd het stil. De platenmaatschappij wilde hem niet meer, en hij ging muziek maken voor theatergroep Vis à Vis. „Af en toe speelde ik nog stiekem, in cafés of huiskamers.”

Dat is het verschil met vroeger: tegenwoordig doet Dyzack alles zelf. Zijn nieuwe, geniale plaat This Mangy Soul heeft hij thuis in Den Haag opgenomen. Vlak voor het interview, in het Haagse café waar hij werkt, is hij op en neer naar Amsterdam gegaan om de hoesjes op te halen bij de drukkerij. Hij heeft ze zelf gevouwen, geplakt, afgeleverd bij cd-winkels en gepost naar fans die alvast een exemplaar via zijn site hadden besteld.

Hoe voelt dat, je eigen cd-hoes in elkaar plakken?

„Na anderhalf uur had ik er ongeveer dertig af. Eerst wilde ik alles zelf doen, maar bij driehonderd van de duizend ben ik maar gestopt. De rest doet mijn tante Ank. Die heeft een eigen boekbinderij en is daar heel goed in.

„Ik heb nu geen label, maar ik voel me geen loser. Bij een platenmaatschappij moeten er soms zo veel mensen beslissingen nemen dat er ook weer minder kan. Ik weet nog dat ik er bij mijn eerste plaat van baalde dat ik een plastic hoesje kreeg, in plaats van karton.

„Nu heb ik er heel veel plezier in, maar vijf jaar geleden had ik het echt helemaal gehad. Ik zat constant te malen: dit is slecht. Afgezien van mijn theaterwerk bij Vis à Vis was mijn carrière gewoon ruk. Ik wilde opnieuw beginnen: alles weggooien, een nieuwe artiestennaam verzinnen, een cd maken over heteluchtballonnen waarmee ik rond de wereld reisde op zoek naar een eigen paradijs... dat natuurlijk niet bestaat. Het was een soort exotisme: in mijn hoofd wilde ik weg. Heel vaag allemaal.”

In plaats daarvan maakte je een plaat over de zelfmoord van je vader. Waarom?

„Het is niet zo dat ik mijn verlies verwerk. Ik was veertien toen hij het deed. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik twee was, ik ben prima opgevoed door mijn stiefvader. Ik zag mijn vader toen maar eens in de twee weken. Eerlijk gezegd ervoer ik zijn dood niet echt als een direct gemis. Maar ik was toen ook zwaar egocentrisch. Ik had de leeftijd dat ik dacht: ik kan alles wel zelf. Jullie mogen allemaal weg.

„Maar ik droom regelmatig dat mijn vader nog leeft. Dan is hij gered door een dokter, loopt hij ons huis binnen en gaat in een hoek een boek lezen. Als ik dan met hem wil praten, hoor ik van de dokter: ‘Hij is een beetje raar, laat hem maar met rust.’ Hij zwerft rond als een soort van ziel waar iets niet aan klopt. Alsof ik telkens opnieuw moest beseffen: hij is er echt niet meer.

„Ik kon het lange tijd niet omschrijven, tot ik This Mangy Soul bedacht. Deze schurftige ziel – ik weet het: in het Engels klinkt het beter. Maar vanaf dat moment wist ik: hier moet ik het op mijn plaat eens flink over gaan hebben.”

In welke nummers bijvoorbeeld?

„Het nummer ‘Fading to soul’ beschrijft het moment waarop je snapt dat iemand echt weg is. ‘Without blue’ beschrijft suïcide eigenlijk omgekeerd: hoe je heel mooi en langzaam opstijgt en de aarde vanaf boven bekijkt. ‘This beautiful place’ is bijna een soort uitnodiging om samen zelfmoord te plegen: laten we naar een mooie plek gaan. Omdat ik er zo mee bezig was, kwam ik er laatst achter dat mijn vader ooit een gitaar voor mij kocht, én mijn eerste slide. ‘Die moet je erbij hebben’, zei hij streng. ‘Dat moet gewoon.’ Ik was acht en had geen idee dat ik met dat buisje over de snaren kon glijden. Ik ben zelfs nog teruggegaan naar de winkel om te vragen om welke vinger ik het moest schuiven. Nu is het uitgerekend een van mijn handelsmerken.”

Waarom pleegde je vader zelfmoord?

„Ik heb wel een paar vermoedens, maar je weet het nooit. Een normaal mens doet zichzelf zoiets niet aan. Vlak voor het moment dat je echt zelfmoord pleegt, ben je gewoon gestoord, dan heb je psychoseaanvallen. Je draait gewoon door.

„Maar ergens snap ik wel dat je jezelf gek kunt maken met bepaalde ideeën. Je kunt heel erg ontevreden zijn met jezelf, of met je functie, wat je waard bent, in echt geld of in niet-geld: in je zijn. Mijn vader werkte als gifcontroleur in broeikassen. Daar zou ik ook heel ongelukkig van worden. Hij was iets ouder dan ik nu ben, maar ik zit in een soortgelijke fase.”

Hoezo?

„Ik kan nu ook denken: het gaat niet goed. Ik werk nog steeds achter een bar, terwijl ik 37 ben. Zoiets doe je niet. Dat is een studentenbaan.

„Maar muzikaal gezien ben ik helemaal uit. Ik heb nooit een internationale tour gehad. Er wordt niet meer over me gepraat. Ik maak niets relevants meer. Ik ben klaar. Het is gewoon verloren. Ik moet nu echt iets anders gaan doen.

„Ik kan dat gewoon denken. En dat heb ik ook lang gedacht. Maar die gedachte is langzaam omgeslagen in: wat kan mij het schelen? Ik maak muziek voor mezelf. Dat heb ik altijd al gedaan. En behalve ver weg op een enorm podium kan dat ook klein en dichtbij, in een huiskamer of café.

„Die druk en die ambitie zitten toch in mijn genen. Dat had mijn vader ook. Jaloers zijn op andermans succes. Ik kan slecht dingen doen zonder dat je er veel geld mee verdient. Want je moet sowieso veel geld verdienen. Je moet toch immers een huis kopen? En een auto? Nou, ik heb het allebei niet. Eerst had ik daar last van, maar ik vind het nu allemaal wel oké.”

Is dat geen manier om het gebrek aan succes goed te praten?

„Nee. Het is geen hippiefase, maar een algemeen besef. Ik moet niks. Bij mijn vorige plaat had ik nog het idee: hij moet heel goed verkopen en ook nog uitstekende recensies krijgen. Nu interesseert het me echt geen reet. Ik ga straks spelen en na het optreden willen sommige mensen misschien een plaatje kopen. Dat is nu de functie van mijn cd.

„Muziek heeft mij totaal niks gebracht, maar ook alles. Ik heb een periode gedacht: waarom heb ik hier voor gekozen? Maar ik gebruik liedjes nu vooral om het leven te markeren. Je leeft een beetje wat rond, en soms is het prettig in een eigen liedje daarop te reflecteren.

„Het gaat mij om het live spelen. Want ik weet dat ik daar echt iets bijzonders neerzet. Als ik gezond blijf leven, kan ik dit tot mijn dood doen. Daar ben ik heel tevreden mee.”

This Mangy Soul wordt op 2 november op diverse locaties in Den Haag gepresenteerd. Op 18 en 19 november speelt Dyzack op Crossing Border (resp. in Den Haag en Antwerpen).Zie ook: www.dyzack.com