Houellebecq is keurig op tijd in Patagonië

Juremir Machado Da Silva: En Patagonie avec Michel Houellebecq. CNRS Editions, 222 blz. € 17,90

Tot op het laatste moment dacht Juremir Machado de Silva dat hij niet zou komen opdagen in Buenos Aires. Maar hij kwam wel, Michel Houellebecq. In 2007 had de Braziliaanse vertaler en schrijver Houellebecq uitgenodigd voor een excursie naar Patagonië, de zuidelijkste streek van Chili en Argentinië. Dat wilde de Franse schrijver niet missen: ‘Ik moet absoluut naar het einde van de wereld, ik moet bewegen, ik voel me oud en anders komt er misschien geen nieuwe gelegenheid meer’, schreef hij aan Machado. Bovendien, zo legde hij hem later uit, is Patagonië in de collectieve verbeelding van de Fransen een verre en vreemde bestemming. ‘Iedere Fransman die de kans heeft zal naar Patagonië willen gaan’.

Zeven dagen brachten ze met elkaar door, de Franse schrijver, de Braziliaanse auteur/vertaler en zijn vrouw. Ze reisden van Buenos Aires naar Ushuaia, de zuidelijkste stad ter wereld en voeren vandaar het Beaglekanaal op. Vervolgens reisden ze naar de stad El Calafate, van waaruit ze de spectaculaire gletscher Perito Moreno bezochten. In de koffer van Houellebecq een witte Mac en een Italiaans espresso-apparaat. Zonder gaat hij nooit op reis.

Machado de Silva noteert nauwgezet de gesprekken die ze voeren. Als Houellebecq tenminste zijn mond opendoet. In het begin lijkt hij zijn hoop op een reeks interviews of een reisverslag te moeten laten varen, de Franse schrijver hult zich in een veelvoud van ‘hummm’ en ‘bof’, met daartussenin ‘een afwisseling van totale en gedeeltelijke stiltes’.

Soms is het ‘bijna-niets’ dan weer een ‘niets als alles’ en uiteindelijk stelt Machado vast dat er zeven verschillende registers van ‘hummm’ zijn, van melodieus tot schokkerig, van twijfelend en ironisch tot sarcastisch en dodelijk.

Als ware bewonderaar van Houellebecq laat hij zich onderweg verleiden tot hilarische opmerkingen als: ‘het is altijd ontroerend om te wachten tot een beroemde schrijver klaar is met urineren..’.

Toch komen er in de loop van de reis nog aardige gesprekken op gang. Alleen al de reflectie van de schrijver van satirische romans over sekstoerisme op zijn eigen toeristische voorkeuren is de moeite waard. Kan zijn vriend niet een voorselectie maken van aardige Braziliaanse meisjes? Hij heeft het nog nooit met een Braziliaanse gedaan. Ziet hij ze pizza eten, dan stelt hij zich voor hoe het zou zijn als ze aan een ijsje zouden likken.

Maar er wordt ook gesproken over Céline, over Bruce Chatwin, over Baudelaire en Rimbaud en over het gedachtegoed van Auguste Comte: jazeker, Houellebecq is ervan overtuigd dat ‘de wetenschap de mens kan verbeteren zodat hij uiteindelijk geen God meer nodig heeft’.

De mens zal heel goed buiten een religie kunnen, ‘de feiten tonen het immers aan’. De toekomst zal een religie brengen die in overeenstemming is met wetenschap, gebaseerd op altruïsme en moreel besef.

Maar ook prozaïscher onderwerpen passeren de revue. Tijdens de boottocht vanuit Ushuaia, over het Beaglekanaal, worden meervallen en pinguïns aan een waardeoordeel onderworpen. De eersten vallen niet in de smaak ‘luilakken, die geen goed voorbeeld zijn voor de toeristen die altijd een model zoeken’. Pinguïns daarentegen zijn volgens Houellebecq ‘elegant en sympatiek’.

Verder vertrouwt Houellebecq zijn metgezel aardige persoonlijke dingen toe. Het proces over zijn uitspraken over de islam was een van de vreselijkste dingen die hij ooit heeft meegemaakt. Hij heeft nooit bewust schrijver willen worden: in het milieu waarin hij opgroeide was dat überhaupt geen optie. De beste Franse chansonnier is Charles Trenet. En nee, zijn boeken zijn nauwelijks autobiografisch. Reactionair is hij niet, wel conservatief. Waarom hij schrijft? ‘Om te bestaan.., om geld te verdienen.., om beroemd te worden.., om mensen te laten lachen in het aangezicht van de dood’.

    • Margot Dijkgraaf