Het wachten is op de zwarte panter

Maartje Wortel: Half mens. De Bezige Bij, 238 blz. €18,50 ***

Veel schrijvers laten in hun boeken af en toe een kruimel vallen, zodat de lezer gaandeweg ontdekt wat er met het (hoofd)personage aan de hand is. In haar debuutroman Half mens lijkt Maartje Wortel je ook af en toe een kruimel te geven, maar terwijl je leest vraag je je af of dit een boek is waarvan je de waarheid moet ontdekken of moet verzinnen. De waarde van een literair boek schuilt uiteraard niet in de ‘uitkomst’ van vingerwijzingen. Maar wanneer er dan toch naar een onthulling wordt toe gewerkt, dan moet je als lezer wel kruimels hebben verzameld die het verhaal aannemelijk maken.

Dat het aangenaam koel geschreven Half mens een bovengemiddeld romandebuut is, staat vast. De personages die de meeste aandacht krijgen zijn Michael Poloni en Elsa Helena van der Molen. Poloni is een 41-jarige copywriter uit Los Angeles, Van der Molen een 20-jarige Nederlandse uit die stad. Poloni zit in de taxi die Van der Molen aanrijdt, waarna bij haar een been wordt geamputeerd.

Wortel schrijft het allemaal doodkalm op. Elsa lijkt zich al snel bij de situatie neer te leggen. Er volgt niettemin een rechtszaak, waarbij Poloni als getuige optreedt. Poloni, een afwachtende man wiens leven tot dat moment nogal geruisloos is verlopen, beseft dat hij Elsa op moet zoeken. Of het liefde is die hem naar Elsa voert, wordt niet helemaal duidelijk. Hij heeft zijn hele leven gewacht op wat hij zelf ‘de zwarte panter’ noemt: een moment of persoon dat hem van zijn lethargie verlost.

Wanneer Poloni voor Elsa’s deur staat, heeft de lezer nog maar zo’n veertig pagina’s voor de boeg. Half mens lijkt dan af te stevenen op een onvervalste liefdesgeschiedenis, iets waar de lezer, inmiddels met een handvol hartvormige kruimels, vrede mee heeft.

Alleen Half mens werkt niet toe naar een ontluikende liefdesgeschiedenis, maar naar iets heel anders – het zou zonde zijn om de details hier uit de doeken te doen. Maar wel dat je als lezer verbijsterd achterblijft.

Job well done, zou de conclusie in negen van de tien gevallen luiden. De schrijver heeft de lezer vele pagina’s lang zand in de ogen gestrooid en ondermijnt nu in één beweging al zijn verwachtingen. Maar Wortel heeft net iets te ambitieus de grens van het suggestieve schrijven opgezocht. Want wat je ook met elkaar verbindt of hoe je de kruimels ook op elkaar legt: je kunt er niet een vastomlijnd beeld van maken. Maar de zoektocht is spannend, dat wel.

Sebastiaan Kort