Het Lot der Zotheid

Nederland, Amsterdam 17-10-2011 Actievoerders die deelnemen aan het Occupy-protest op het Beursplein in Amsterdam. De Occupy beweging bezet het beursplein in navolging van Amerikaanse protesten in bijvoorbeeld Wall Street. Zij protesteren tegen de macht van banken, de falende politieke elite en voor de vrijheid en gelijkheid van 99% van de bevolking. PHOTO AND COPYRIGHT ROGER CREMERS Roger Cremers - 2011

Michael Lewis: Boomerang. The Meltdown Tour. Penguin, 240 blz. € 25,-. Een Nederlandse vertaling verschijnt in april bij Business Contact.

Dit weekeinde vindt de langverwachte Europese top van regeringsleiders plaats, waar eindelijk knopen worden doorgehakt over de eurocrisis. En mocht dat alsnog niet het geval zijn, dan is er volgend weekeinde altijd nog de G20, van belangrijkste landen voor de wereldeconomie – waar eveneens eindelijk knopen zullen worden doorgehakt. Of verschuift het geheel naar een volgende eurotop aan het eind van het jaar, dan wel een G20 bij aanvang van 2012?

Mocht enige vermoeidheid zich inmiddels meester hebben gemaakt van zelfs de meest hardnekkige toeschouwer, dan is dat hem of haar vergeven. De crisis sleept zich nu al zo lang voort, dat de zoektocht naar een oplossing de vraag naar de oorzaak al lang heeft verdrongen. De Grieken, die twee jaar geleden een dijk van een begrotingstekort bleken te hebben? De Amerikaanse kredietcrisis van 2008, waar alles mee begon? Of ligt de toedracht veel dieper, in de veranderde wijze waarop we in het nieuwe én het oude continent met schuld en verantwoordelijkheid zijn omgegaan?

Boomerang, van de Amerikaanse schrijver Michael Lewis, lijkt aan te sturen op het laatste. Lewis, die vorig jaar met The Big Short al een bestseller schreef over de oorzaken van de kredietcrisis, heeft zijn jongste werk de vorm gegeven van een reisverslag. Boomerang bestaat uit het relaas van vijf bezoeken: aan IJsland, Ierland, Griekenland, Duitsland en Californië. Verkorte versies hiervan werden de afgelopen anderhalf jaar gepubliceerd in Vanity Fair.

Nu ze in boekvorm zijn gebundeld blijkt hun grote kracht. Want hoe verschillend de crisis in deze vier landen en een Amerikaanse deelstaat ook is, en hoe hij ook is bepaald door nationale karakteristieken, er is een gemeenschappelijke noemer. Goedkoop krediet, de schijnwelvaart die dit bracht én de aanvankelijke overtuiging dat dit allemaal eigen verdienste was. Een goddelijk recht, met meer dan een zweem van grootheidswaan.

Lewis brak eind jaren tachtig door met Liar’s Poker, een relaas over zijn werkzaamheden bij de al lang teloor gegane Amerikaanse zakenbank Salomon Brothers. Samen met de klassiekers Barbarians at the Gate van Brian Burrough en John Helyar, en Tom Wolfe’s Bonfire of the Vanities geldt het als een van de belangrijkste kronieken van de opkomst van het financiële kapitalisme in de Reagan-jaren.

Lewis’ was destijds al een mengeling van journalist, chroniqueur en literair verteller, met een goed gevoel voor humor. Zo kunnen schrijven dat de lezer hardop in lachen uitbarst is knap. Het gebeurt herhaaldelijk tijdens Boomerang. Niet voor niets is Lewis al een hedendaagse Evelyn Waugh genoemd.

Juist de humor is tegelijk ook de zwakte van Lewis’ nieuwe boek: de nationale karakteristieken die hij meent gade te slaan in de landen waar hij nooit of zelden was, bevinden zich op de grens van de karikatuur – en gaan daar soms ook overheen. Grieken zijn asociaal, Duitsers zijn anaal, en IJslanders maken tijdens het vrijen in Lewis’ belendende hotelkamer geluiden uit In de ban van de ring: ‘Gollum.., Mordor!’ Deze losse omgang geldt gelukkig niet voor de harde feiten. En het zijn juist de feiten die, goed gerangschikt en verteld door de mensen die Lewis tegenkomt, blijven verbazen.

Over IJsland, dat van vissersnatie transformeerde in een drijvend hedgefonds, en waar menigeen daadwerkelijk dacht dat de roekeloze visserij de beste leerschool was voor het zakenbankieren. Over de Ieren die eeuwenlange armoede en achterstand in vijftien jaar tijd ombogen in een door vastgoedspeculatie verworven rijkdom die te mooi bleek om waar te zijn. De Grieken, waar de grondspeculatie van een ascetisch klooster de hele zaak aan de gang bracht. De Duitsers, voor wie een afspraak een afspraak is, en die zich niet konden voorstellen dat een triple-A rating geen enkele garantie bleek te geven. En voor Californië, waar gemeenschappelijk egoïsme en directe democratie een dodelijke cocktail bleken voor de kredietwaardigheid van de staat en de steden.

Wisten we het al? Ja, we wisten het al. En toch bevangt de lezer keer op keer de vraag hoe het toch allemaal in hemelsnaam mogelijk was. Want terwijl de schuldvraag doorgaans duidelijk, en goeddeels ook terecht, bij de financiële sector wordt neergelegd, gaat de man in de straat niet vrijuit. Dat maakt dat Lewis telkens boven de materie uitstijgt en juist schrijft voor wie zich wil blijven verbazen over zo veel verdwazing: een Lof der Zotheid van de financiële crisis. Jammer dat de auteur op zijn reizen Nederland niet aan deed. Een volk dat een van de hoogste hypotheekschulden ter wereld heeft, en elke maand trouw blijft sparen voor een pensioen dat dan steevast afzinkt in de diepten van de beurs. Een land dat zijn belangrijkste bank heeft moeten nationaliseren, een oninbare miljardenrekening heeft bij de IJslanders en zichzelf desondanks ziet als het prudentste voorbeeld voor de rest van Europa. Michael Lewis had er wel raad mee geweten.