Griekse truc: als je verlies niet telt, is het er niet

Hoe bepaal je de waarde van Griekse staatsleningen? De zoektocht naar het antwoord leidt naar het doolhof van internationale regels voor boekhouden. Verstoppertje spelen in de haute finance.

De financiële problemen van banken in Europa zijn er wel, maar ook weer niet. Al sinds Griekenland in een neerwaartse spiraal terechtkwam, worden beleidsmakers angstvallig stil als het gaat om de gevolgen voor het internationale bankwezen. Vuur moet je niet aanwakkeren maar smoren. Dat gebeurt op de balansen van Europese banken met een hele dikke deken, mede op aandringen van politici. Alleen dooft er niks. Dikke dekens leiden in de financiële sector alleen maar tot slecht zicht, met wantrouwen bij beleggers als gevolg.

Het voorbeeld van Griekse staatsobligaties is instructief.

De Italiaanse bank en verzekeraar Unicredit stelde onlangs dat Griekse staatsleningen zo slecht verhandelbaar zijn dat je niet goed kunt zien hoeveel die stukken waard zijn. Dus werd er een zelf gekozen formule op losgelaten. De leningen worden door de bank hoger getaxeerd dan de actuele koers. Het gevolg: de verliezen op Grieks schuldpapier lijken kleiner. Zo doen diverse Franse banken het ook, met verwijzing naar de internationale boekhoudregels. Volgens de Italiaanse en Franse banken mag dit allemaal: de leningen zijn immers „slecht verhandelbaar”.

Nederlandse en Britse banken doen het precies omgekeerd. Zij stellen dat Griekse obligaties wél goed verhandelbaar zijn. Daarom hanteren deze financiële instellingen overwegend de lagere koersen van Grieks schuldpapier. Ook deze banken wijzen naar de internationale boekhoudregels. Zij rapporteerden grotere verliezen dan de banken die eigen formules op hun beleggingen loslieten. Met instemming van soms dezelfde accountantskantoren.

Wie kan dit nog volgen?

„Hier is sprake van collectieve window dressing”, zegt Jules Muis, voormalig topambtenaar in Brussel en ex-vice-president van de Wereldbank, telefonisch vanuit zijn huis in Washington DC. „Er zit een veel te groot verschil tussen de werkelijkheid op de beurs en de financiële rapportage van de banken. Accountants zouden hier moeten ingrijpen, want dit is schadelijk en zeer ongezond voor de beroepsgroep.” Hans Hoogervorst waarschuwde hiervoor als voorzitter van de organisatie die verantwoordelijk is voor de internationale boekhoudregels. En ook de AFM sprak zijn zorgen uit.

Maar accountants die van de samenleving het monopolie hebben gekregen om jaarrekeningen te controleren, staan niet te springen om de situatie uit te leggen. KMPG, dat met haar boekencontroles het vertrouwen in het maatschappelijk verkeer moet borgen, weigert inhoudelijk in te gaan op de uiteenlopende wijze waarop door haar gecontroleerde financiële instellingen rapporteren. Het gaat hier om een „vertrouwelijke relatie met de cliënt”. Deloitte erkent dat banken hun staatsleningen soms verschillend categoriseren. „Beide handelwijzen zijn in lijn met IFRS (de internationale boekhoudregels, red.)”, zegt Deloitte-accountant Ralph ter Hoeven. „Dit ook gezien de grote onzekerheid over de toekomstige inbaarheid van de Griekse staatsobligaties.”

De twee stresstests die vorig jaar en dit jaar in Europa werden uitgevoerd, zijn exemplarisch voor het verstoppertje spelen in het bankwezen. Dat werd gedaan om te kijken hoe sterk de banken zijn onder uitzonderlijk moeilijke omstandigheden. Vorig jaar hadden Ierse banken vlak na die test noodhulp nodig, terwijl zij zojuist voor de test waren geslaagd. Dexia, dat eerder deze maand voor de tweede keer staatssteun nodig had, slaagde deze zomer nog voor een ‘strengere’ test.

„Het probleem is dat die banken hun Italiaanse of Griekse staatsleningen niet op marktwaarde op de balans hebben staan”, zegt Harald Benink, hoogleraar bankieren aan de Universiteit van Tilburg. „Nu, bij wéér een nieuwe test, gaat dat wel gebeuren.” Vraag is dan: hoeveel kapitaal vreten die koersverliezen weg?

Muis vindt dat banken per definitie een balans moeten tonen waar hun bezittingen én schulden ook tegen markttarieven op staan. „Ik pleit er niet voor dat banken alleen maar een balans als een beurskoers moeten presenteren, maar wel om in een toelichting de gevolgen te tonen van actuele marktwaarderingen. Volgens Muis moet dat dien als een soort Poolster in de financiële verslaglegging: „Je hoeft er niet naar toe te varen, maar je weet zo wel waar je ongeveer staat.”

Dat accountants net als in de vorige crisis niet op de rem staan is tot daar aan toe, vindt Muis. Hij spreekt echter van een veel omvattender probleem, van „hoge politiek”, waarom de situatie zo blijft doorzieken. Banken weten nu niet goed van elkaar hoe ze er voorstaan. In tijden van crisis voedt dat het wantrouwen. Muis: „Overheden hebben er zelf ook belang bij dat hier geen duidelijkheid over bestaat. Dat hangt samen met de vrees voor extra garanties en noodhulp aan banken en lidstaten in Europa.”

Typerend is hoe er is omgegaan met de waarschuwing van IMF-bestuursvoorzitter Lagarde dat banken 200 miljard euro extra kapitaal nodig hebben. Eerst werd het ontkend door eurocommissaris Olli Rehn (Monetaire Zaken). Laatste taxatie uit Brussel: banken hebben 70 tot 90 miljard euro nodig. „Doe je dit soort grappen als politicus bij het persoonsgebonden budget, ach, dan heb je even wat negatieve publiciteit”, zegt Harald Benink. „Maar hier voed je de markten met grote onzekerheid. Dat leidt tot een hogere risico-opslag dus lagere koersen.” Die verslaggeving van banken is volgens de Benink een politiek probleem. „Politici wilden heel lang de verliezen op Griekse leningen niet erkennen.”

Dit vraagstuk speelt een grote rol bij de eurotop van dit weekeinde. Want werd er eerst op voorstel van het bankwezen op 21 juli een plan gepresenteerd om 21 procent van de schulden kwijt te schelden, inmiddels wordt er gedacht aan een realistischer afwaardering van 50 procent of meer. Dan mogen de accountants weer met hun bankiers om tafel. Hoe zien hun balansen er dan uit, en waar vallen de gaten? Hoe groot zijn ze?

Binnen de accountancy is wel veel discussie en overleg over de waarderingsproblematiek, verzekert een accountant van een groot kantoor die anoniem wil blijven. Met name over de manier waarop Franse banken gebruikmaakten van uitzonderingsregels bij hun halfjaarcijfers.

De reden waarom Britse en Nederlandse banken prima verhandelbaar Grieks schuldpapier hebben en de Italianen en Fransen vaak onverhandelbare Griekse obligaties, moet de buitenwacht vooralsnog aan het toeval wijten.