Column

Gouden pistooltje

Dus die Libische meneer, die net dood is, had jarenlang een pruikje. En een gouden pistool. Dat zijn van die leuke feitjes waar ik echt van kan smullen.

Een gouden pistool. Het komt zo nichterig over. Een gouden pistool hoort in een handtasje. Je hoort hem in die bedoeïenentent tegen een van zijn zonen roepen: „Heb jij mijn tasje gezien?”

En hij had dus een pruikje. Zijn haar was niet echt. Dat het geverfd was zag ik ook wel, maar dat het nep was had ik niet verwacht. Dus hij was toch een beetje de Marc-Marie van Libië. Jarenlang het volk bedot met een woeste haardos, terwijl die ’s nachts op het nachtkastje lag. Naast dat tasje met dat gouden pistool. Zullen er de komende maanden nog meer geheimen naar buiten komen? Jarretels onder zijn jurk? Misschien at hij wel elke ochtend Brinta met een slabbetje voor. Uit een kom met Nijntje op de bodem. Hoe beter hij at hoe eerder hij Nijntje zag. En had hij knuffels? Een bonte stoet zachte giraffen en donzige tijgertjes, die de werkster iedere ochtend in gelid op zijn bed zette? Uit een van zijn hutkoffers kan natuurlijk ook nog een verzameling barbiepoppen tevoorschijn komen. En dan uitsluitend Kens. Leuk als hij met dat pruikje op zijn hoofd te midden van die barbiepoppen zijn woeste radiotoespraken zat te schreeuwen. Totaal radeloze teksten die niemand begreep. In zijn voortuin een massagraf, in zijn achtertuin een stuk of wat doodgemartelde tegenstanders en hij maar loeien in die microfoon. En dat hij zich dan na de bulderpartij tegenover de Kens en de knuffels verexcuseerde. Dat papa het niet zo bedoelde. Dat moest papa even doen voor zijn werk. Dat vond papa ook niet leuk. Waarom papa zo moest schreeuwen? Omdat het volk niet naar papa wilde luisteren.

Hij had natuurlijk meerdere pruikjes. Dus terwijl hij radeloos schreeuwde zat er in een kamertje naast de studio een mevrouw zijn toupetjes te kammen. En ze legde zijn zonnebril vast klaar. En die jarretels met bijpassende string natuurlijk. Dat nichterige verbaast me niet. De jongens van de Gay Pride hijsen zich ook graag in een uniformpje. En deze Libische meneer deed dat dus ook.

We hebben hem in de loop der jaren toch in wat rare carnavalstroep voorbij zien trekken.

Van afgekeurde Italiaanse postbodekostuums tot afdankertjes van onze eigen Prince de Lignac. Vooral die petten waren aandoenlijk. En die stonden dus op dat pruikje. Jeukt dat niet in die stoffige woestijnhitte? Al die korrels op je kale knar!

Rare jongens die dictators. Hitler schilderde burgerlijke vergezichten en was gek op cowboyverhalen, Idi Amin keek graag naar Tom & Jerry, Kim Jong Il was een verwoed pornoverzamelaar en hield van grote blonde vrouwen, Mobutu shopte regelmatig een Concorde vol in Parijs en Saddam Hussein gooide af en toe een bom in het water zodat het vissen sneller ging!

Ooit gaat men natuurlijk een film over de Libische meneer in zijn tentje maken en dan zal een kale acteur, voor hij weer een tegenstandertje of tweeduizend zal uitmoorden, een haarstukje opzetten en een gouden pistooltje pakken.

Parfummetje erbij. Mascara misschien? En dan? Reputatieschade? Kort geding van de nog overgebleven familieleden? Zou zomaar kunnen.

Het einde van de film wordt gruwelijk. Hij ligt onder de trillende grond van Sirte en laadt zijn gouden pistooltje door. Boven hem woedt de oorlog. De stad wordt verwoest door mortieren en granaten. Zal hij zichzelf door het hoofd schieten of mogen zijn tegenstanders dat doen? Hij gunt het zijn tegenstanders. Hij mompelt dat hij in zijn leven genoeg mensen heeft vermoord. Het volk danst op zijn lijk.

Daarna zie je een verslagen Nederlands fotomodel dat in één klap haar ex en haar gewezen schoonvader heeft verloren. Zij wordt getroost door een knuffel. Een lief zacht koekiemonster. Bij haar afscheid meegejat uit Tripoli.