Geklungel met Raad van State

Wie de nieuwe vicepresident van de Raad van State ook wordt, onomstreden zal zijn of haar benoeming niet meer kunnen zijn. Dat heeft veel te maken met de klungelige manier waarop het kabinet-Rutte met de vervulling van deze vitale vacature omgaat.

Een flink aantal leden van de Raad van State heeft zich nu op voorhand gekeerd tegen een eventuele benoeming van de huidige minister van Binnenlandse Zaken, de CDA’er Piet Hein Donner. Hun mening doet ertoe, al was met maar omdat de wet bepaalt dat de staatsraden voor de benoeming van de vicepresident worden gehoord.

Nu blijkt de wet voor het kabinet niet zo zwaar te wegen. Vorige week besloot de ministerraad om zich niet te houden aan Artikel 2 van de Wet op de Raad van State. Dit schrijft voor dat de vicepresident „op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met Onze Minister van Justitie” bij koninklijk besluit wordt benoemd. Eén week geleden evenwel besloot het kabinet om de minister van Binnenlandse Zaken in de procedure te ‘passeren’ en het recht van voordracht in handen te geven van de minister van Justitie, VVD’er Ivo Opstelten.

Zo hebben we onze handen vrij, zei premier Rutte, want Opstelten is het enige lid van het kabinet dat eigenlijk te oud is om voor de functie van vicepresident in aanmerking te komen. Dat het er feitelijk om ging om de kandidatuur van Donner mogelijk te maken – die moeilijk zichzelf zou kunnen voordragen, na een sollicitatiegesprek met zichzelf– ontkende Rutte. De minister-president zei dit in een zaaltje met journalisten van wie hoogstwaarschijnlijk niemand dacht dat hij de waarheid sprak. Dat kan een minister-president beter niet overkomen: dat hij zijn geloofwaardigheid zo op het spel zet.

Rutte blijkt eerder al PvdA-leider Job Cohen te hebben gepolst, die er niet op inging. Bij de Raad van State heeft een aantal leden een voorkeur voor SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan, een D66’er die weliswaar geen jurist is, maar op basis van andere kwaliteiten zeer geschikt lijkt.

Zo wordt de positie van Donner ondergraven. Pas deze week plaatste het kabinet een advertentie voor de post, waarvan al jaren bekend is dat hij begin 2012 vacant zou worden, omdat dan de huidige vicepresident, Herman Tjeenk Willink (PvdA), als zeventigjarige met functioneel leeftijdsontslag gaat. Dit was uiteraard ook bekend toen het kabinet vorig jaar werd geformeerd en Donner besloot om minister van Binnenlandse Zaken te worden. Sindsdien heeft het kabinet de benoemingsprocedure voor zich uitgeschoven. Een benoeming van Donner zal nu onvermijdelijk met cynisme worden ontvangen. Tot schade van de Raad van State.