Gaddafi bracht Afrika wapens en geweld, maar ook investeringen

De Libische leider Gaddafi keek lang neer op zwart Afrika. Hij steunde er rebellengroepen, tot de Arabische leiders hem lieten vallen. Daarna liet hij zich fêteren door Afrikaanse leiders en gaf hun geld.

Moammar Gaddafi bracht Afrika geld en geweld. Een keur aan staatshoofden en rebellenleiders schoof aan in de tent van de Libische leider. De grootste held van Afrika, Nelson Mandela, reisde vlak na zijn vrijlating in 1990 naar Libië om hem te bedanken voor de steun aan de strijd tegen het blanke racisme. Maar ook de Oegandese president Idi Amin, „de slager van Afrika”, kon op Gaddafi rekenen.

Aan het begin van zijn heerschappij propageerde de Libische leider de ideologie van de Arabische superioriteit en steunde hij een groot aantal Afrikaanse rebellengroeperingen. Want Gaddafi keek neer op zwart Afrika. Zijn eerste doelwit was Tsjaad. In 1972 richtte hij het Islamitische Legioen op om vanuit de Sahara het islamitische en Arabische erfgoed te verspreiden naar Centraal-Afrika. Met zijn oliedollars rekruteerde hij woestijnstrijders van Mauritanië in het westen tot Ethiopië in het oosten. Hij smeedde de verzetsgroepen in Tripoli aaneen onder de mistige naam Arab Gathering.

Gaddafi gebruikte de West-Soedanese regio Darfur als springplank naar Tsjaad. Rebellen en Libische wapens kwamen Tsjaad binnen via Darfur. Een door hem gesteunde rebellengroep verdreef in 1981 de zuidelijke, christelijke regeerders uit de Tsjadische hoofdstad N’Djamena. Gaddafi riep een unie uit van Tsjaad en Libië. Zijn doel om een door Arabieren gedomineerd centraal Afrika te stichten kwam dichterbij.

President Goukouni Oueddei, die Gaddafi aan de macht had geholpen, werd echter met Amerikaanse hulp weer verdreven door Hissène Habré. Zes jaar later kwam er abrupt een einde aan Gaddafi’s Arabisch expansionisme toen zijn Islamitische Legioen in de Tsjadisch Sahara een zware nederlaag leed tegen het regeringsleger van Habré. Sindsdien is de regio overspoeld geraakt met wapens, die in Darfur in 2003 werden aangewend om de West-Soedanese regio in brand te zetten.

Toen de Arabische leiders hem uitkotsten, liet hij zich liefkozen door Afrikaanse presidenten die zijn miljarden dollars aan investeringen verwelkomden.

Gaddafi zal het meest worden gemist in de Sahel en de Sahara. Presidenten en rebellen in deze droge gebieden ten zuiden van Libië zijn hem veel verschuldigd.

Libië was bijvoorbeeld een genereuze donor van Mali. Aan de familie Gaddafi gerelateerde investeringsvehikels stopten volgens het tijdschrift Jeune Afrique voor 180 miljoen dollar in agrarische projecten, voor 100 miljoen in een kantorencomplex voor de overheid en legden bij de historische stad Timbuktu een kanaal voor de rivier de Niger aan. Gaddafi financierde de opstand in de jaren negentig van de nomadische Toearegs en na een vredesverdrag hielp hij met 50 miljoen dollar de reïntegratie van ex-rebellen. Malinezen gaan naar door Gaddafi betaalde moskeeën en kijken naar door hem gefinancierde tv-zenders.

Gaddafi was een grote showman. Op de jaarlijkse topbijeenkomsten van de Afrikaanse Unie (AU), de pan-Afrikaanse organisatie die hij voor 15 procent bekostigde, bleek hij altijd weer de beste attractie met zijn vrouwelijke lijfwachten en anti-westerse tirades. Zijn imago als iemand die het Westen voor joker zette, deed het goed in zwart Afrika, een tactiek die ook de al even brute presidenten als Idi Amin en Robert Mugabe van Zimbabwe geen windeieren heeft gelegd.

De AU en menig Afrikaans land zullen Gaddafi’s fondsen missen. Gaddafi zegde Afrika vorig jaar 97 miljard dollar toe en volgens een schatting van The Financial Times heeft Libië tot nu toe 8 miljard geïnvesteerd. De Libische investeringsmaatschappijen die de fondsen distribueerden, vallen moeilijk te ontwarren. Het onderscheid tussen de staat en de familie van Gaddafi was vaak onduidelijk. Het overkoepelende orgaan was de door Gaddafi’s zoon Seif opgezette Libische Investeringsautoriteit. Die had verscheidene onderdelen, waaronder het Libische Afrikaanse Investeringbedrijf (Laaico), dat op het continent 5 miljard dollar heeft uitstaan. Aan wie dat geld toebehoort na de dood van de gulle Libische voorman, zal de grijpgrage Afrikaanse elite nog veel kopzorgen kosten.

De gevolgen van de strijd dit jaar in Libië zijn tot nu het meest ingrijpend geweest in de Sahellanden. Onlangs uit Libië gevluchte Toearegs kondigden deze week een nieuwe opstand in Mali en Niger aan. Honderdduizenden uit Libië teruggekeerde gastarbeiders overspoelen de toch al krappe arbeidsmarkt, terwijl de Libische investeringen opdrogen. Colonnes met Gaddafi’s naaste volgelingen bereikten de afgelopen weken Niger, een prille en fragiele democratie die gemakkelijk onder deze instroom kan bezwijken.

    • Koert Lindijer