En nu wachten op de jihad tegen de jihad

Is de Arabische Lente alweer voorbij, ondanks de dood van Gaddafi? Welk seizoen dient zich nu dan aan? De opstanden kostten 55 miljard dollar. Toeristen en investeerders blijven weg. Toch lijken er, schrijft de Amerikaanse Robin Wright, ingrijpende veranderingen op komst.

People chant slogans during a demonstration against hardline Salafists in Tunis, October 16, 2011. They are protesting against the violence which erupted when hundreds of hardline Salafists attacked the headquarters of Nessma TV station after it aired the film "Persepolis". REUTERS/Zoubeir Souissi (TUNISIA - Tags: POLITICS CIVIL UNREST RELIGION) REUTERS

Robin Wright: Rock the Casbah. Rage and Rebellion Across the Islamic World. Simon&Schuster, 307 blz. € 25,-

Is het nog lente in de Arabische wereld? In Jemen en Syrië brak in het voorjaar geen lente uit, maar een ijzige winter, die nog wel even zal voortduren. In het instabiele Libië heeft iedereen gratis geshopt in de wapenopslagplaatsen van de afgezette en gisteren gedode Broeder-Leider Moammar Gaddafi. Niemand weet hoe lang de nieuwe machthebbers het uithouden. Zelfs in Tunesië en Egypte, waar de succesverhalen van de revolutie ontstonden, zijn de vooruitzichten versomberd.

Tunesië en Egypte kwamen de problematische werkelijkheid tegen. De opstand begon in december in Tunesië met de wanhopige zelfverbranding van een jonge werkloze die als straatverkoper wat geld verdiende en door de corrupte politie werd geschoffeerd. Werkloosheid en corruptie waren in wisselwerking met de onderdrukking de belangrijkste redenen waarom eerst in Tunesië en haast direct ook in Egypte, Libië, Jemen, Bahrein, Syrië het protest razendsnel om zich heen greep.

Maar toeristen en investeerders, belangrijke bronnen van inkomsten, houden niet van onrust. Zij mijden de landen van de lente, en daarom neemt de werkloosheid daar alleen maar toe. De internationale consultants van onderzoeksbureau Geopoliticy, die ervaring hebben met dergelijke situaties, hebben berekend dat de opstanden de zes landen die er het meest mee te maken hebben, ruim 55 miljard dollar hebben gekost. Geopoliticy waarschuwde dat de economische feiten een levensgevaarlijke dreiging voor verandering vormen. Vrijheid van meningsuiting kan je niet eten.

Het is lang niet de enige bedreiging. De oude Hosni Mubarak van Egypte verdween en het leger nam het bewind over. Eerder is niet vaak een militaire machtsovername zo enthousiast toegejuicht. Maar het leger heeft verraad gepleegd. Door vast te houden aan de ‘noodtoestand’ die arrestaties zonder vorm van proces en vervolging voor militaire rechtbanken mogelijk maakt. En door de bloedige Mubarak-manier waarop de militairen vorige week een paar duizend demonstrerende kopten naar huis joegen.

De demonstranten, van wie er meer dan twintig de dood vonden, verpletterd door legervoertuigen, waren schuldig, zei het leger later. Nog meer heeft het leger zich laten kennen met de aankondiging dat het voorlopig niet van plan is de macht op te geven. We houden de macht tot we een president hebben, zeiden afgelopen week twee juntaleden. Het parlement dat in november wordt gekozen blijft net als Mubaraks parlement in een ondergeschikte positie, naar eigen zeggen. Naar het zich nu laat aanzien wordt de president niet vóór 2013 gekozen.

En dan dit: begin dit jaar keken westerse televisiekijkers vertederd naar de jongens en meisjes met hun laptopjes en iphones die de revolutie maakten. De helden waren de bloggers, de Google-employés die de demonstraties op Facebook en Twitter organiseerden. De tirannen hadden hun Amerikaanse en andere westerse bondgenoten altijd voorgehouden dat islamitische baardmannen de macht zouden overnemen als zij er niet meer waren. Maar toen de revolutie was aangebroken waren er geen islamitische leuzen op straat te zien. Of de islam de oplossing is? No way.

Over twee dagen is Tunesië de proeftuin van de eerste verkiezingen sinds de val van de sterke mannen en het ziet ernaar uit dat de fundamentalisten wel degelijk een dominante rol gaan spelen. De fundamentalistische politici zijn geen wilde baardmannen in witte jurken, maar middelbare mannen in grijze pakken, ingenieurs en artsen. Dat wil niet zeggen dat ze een islamitische dictatuur gaan invoeren na die van Ben Ali, of dat ze dat zouden willen, maar de touwtjes zullen worden aangehaald, de neuzen één richting opgeduwd, de jeu is eraf.

Ook de baardmannen hebben de kop opgestoken. Zij vallen bioscopen en televisiezenders aan waar de films hun niet zinnen, en de aangevallen directeuren bieden vervolgens hun excuses aan. De jongens en meisjes met hun laptops hebben zich versplinterd in duizend-en-een groepjes die niet kunnen opboksen tegen de ouderwets goed georganiseerde fundamentalistische partijen. En veel jongeren hebben de belangstelling voor politiek verloren. Ze zoeken werk of een uitweg naar Europa.

Genoeg somberheid!

In haar nieuwe boek Rock the Casbah, genoemd naar een hit van de Britse punkgroep The Clash uit 1982, ontkent de gezaghebbende Amerikaanse journaliste Robin Wright bepaald niet dat de ‘Arabische lente’ in een moeilijke fase is aangeland. De demonstraties en opstanden zijn niet meer dan ‘het begin van het begin’. Het komende decennium, schrijft ze, wordt de belangrijkste uitdaging om een leefbaar evenwicht te vinden tussen politieke en economische rechten, terwijl de veiligheid voor de bevolking wordt gewaarborgd. Dit is zo belangrijk, ‘cruciaal’, schrijft ze, omdat afschuwelijke ideologieën en extremisten er nog altijd volgelingen proberen te verleiden.

De ‘Arabische lente’ is sexy, althans de beginmaanden waren dat, en talrijke journalisten en andere belangstellenden hebben de afgelopen maanden al boeken gepubliceerd over de opzienbarende ontwikkelingen in de ogenschijnlijk zo vastgeroeste Arabische regio. Maar Wright maakt in zoverre het verschil uit dat zij een enkele jaren eerder begonnen, belangrijke onderstroming signaleert die democratische verandering – islamitische democratische verandering – ondersteunt en voortduwt. De ‘contra-jihad’, zoals ze die noemt, is ‘een jihad tegen de jihad’. Het is een nieuwe fase van de islamitische wederopleving, die volgens haar in vele vormen het komende decennium even grondig zal kenmerken als het extremisme het afgelopen tijdperk heeft gedomineerd.

Niet dat het extremisme voorbij is – Wright met haar jarenlange ervaring in de islamitische wereld is niet naïef –, maar het is niet cool meer. Wright constateert op basis van haar reizen door het gebied en na honderden interviews dat de gelovige meerderheid even teleurgesteld is in de Bin Ladens als in haar wereldlijke despoten. Die meerderheid wil zich voortaan noch door Al-Qaeda noch door Amerika de wet laten voorschrijven. Ze wil meer islam, maar een moderne, persoonlijke islam, niet de islam die voorschriften oplegt, handen afhakt en vrouwen als tweederangswezens ziet. Ze wil niet de Tunesische baardmannen die filmhuizen aanvallen en ze wil evenmin een islamitische revolutie à la Iran, die immers evengoed in despotie is ontaard. Die meerderheid wil de islam niet als antwoord, maar een islam die helpt antwoorden te vinden. De Arabieren – Wright zégt wel over de islamitische wereld te schrijven, maar concentreert zich op het Arabische deel – willen geen onderdanen meer zijn, maar burgers, en dat geldt zowel voor het bestuur als voor het geloof.

Het symbolische keerpunt dat de jihad in de contra-jihad deed omslaan is voor Wright de opzienbarende open brief aan Osama bin Laden van de Saoedische geestelijke sjeik Salman al-Oudah in 2007. Daarin neemt hij de beslissende afstand ten aanzien van de man wiens ideeën hij ooit deelde. De brief is zo belangrijk omdat de radicale, wahabitische islam van Saoedi-Arabië en sjeik Salman de basis vormden voor Bin Ladens geweld. En daar was plotseling sjeik Salman die al het geweld veroordeelt. ‘Wij, als geleerden van de islam, verwerpen wat Osama doet. [...] Hoe zien we eruit als we onze God ontmoeten wanneer zoveel bloed is vergoten onder onze auspiciën?’ Lees voor sjeik Salman een hele reeks radicale geestelijken en jihad-ideologen, maar ook gewone volgelingen. Sommigen keerden op hun schreden terug na lange ideologische discussies, maar bij de meesten sloeg geleidelijk de desillusie toe. Hun nieuwe helden bleken vaak even corrupt als hun oude leiders. En na het geweld kwam nieuw geweld – meer was er niet.

Maar Wrights contra-jihad bestaat lang niet alleen uit geestelijken en terroristen die van hun geloof zijn gevallen. Daartoe rekent ze ook de stand-up comedians en theatermakers die durven op te staan tegen de gevestigde orde, vrouwenactivisten die zich losmaken uit de oude gezagsstructuren en jonge rappers die met hun beats de opstandigheid erin stampen. En wat te denken van de jonge Saoedische dichteres Hissa Hilal die vorig jaar in Abu Dhabi, van kruin tot teen gesluierd, met haar protestgedichten tegen reactionaire geestelijken in de finale van de Dichten voor Miljoenen-wedstrijd terechtkwam? Er is een nieuwe sfeer ontstaan waarin mensen zijn begonnen eigen beslissingen te nemen in plaats van geestelijken te volgen.

Met name rappers zijn een belangrijke stem van de oppositie, tegen het repressieve systeem, maar ook tegen religieuze taboes of westerse culturele overheersing. De Tunesische rapper El General ontpopte zich met zijn songs via Ben Ali’s kerkers tot een van de helden van de opstand in Tunesië en andere Arabische landen. Een vriend nam zijn raps op video op, en een andere vriend verspreidde ze via YouTube. Zijn ongehoorde rap tegen president Ben Ali doorbrak in november 2010 onder jongeren het klimaat van angst dat de veiligheidsdiensten van Ben Ali tientallen jaren in stand hielden, en bereidde zo de opstand voor:

‘Meneer de president, vandaag spreek ik tot u

Mensen worden als dieren behandeld

Kijk naar de smerissen

Hun knuppels slaan iedereen met straffeloosheid

Omdat er niemand is die nee zegt

Zelfs niet de wet of de grondwet

Meneer de president, uw volk is dood’

De interessante mix van straatprotest en contra-jihad geeft de opstand diepte. Maar is het genoeg?

Macht is geld, daarom doet het Egyptische leger met zijn enorme economische belangen er alles aan om zoveel mogelijk macht te behouden. Hoe zal de groeiende massa van jonge werklozen reageren op haar voortdurende uitsluiting? In Tunesië zien de baardmannen hun kans al schoon, terwijl de fundamentalistische politici wel hun geweld maar niet hun eisen veroordelen. Wat is onder die omstandigheden de toekomst voor rapper El General? Is het eigenlijk nog wel lente in de Arabische wereld? Vragen, vragen, geen antwoorden.