Een vissenkom

E rwin Koeman is altijd jongen gebleven. Anders dan zijn broer Ronald die van de grote wereld is: Barcelona, Feyenoord, vastgoed, Hilversum, golf. En ook nog van Bartina.

Geen mens op aarde kent de vrouw van Erwin. Terwijl ze wel een schoot vol macht heeft en ook nog, majestueus in de overgang, haar man blijft dresseren.

Una donna.

Erwin spreekt een paar talen minder dan Ronald. Hij is meer van de stilte in knoestige, Groningse dreven. Buitenlucht, dicht bij huis. Landschappelijk verankerd, conform de blosjes op zijn wangen. Toen hij destijds bij KV Mechelen speelde, was er ook al heimwee naar waterplassen en rietkragen in het noorden. Naar pannenkoekenhuisjes. Hij moest het verbergen want hij was de baas op het veld. De leider die Ajax de genadeklap gaf in de Europa Cup 2. Ook nog de tedere rebel die Ruud Krol in Mechelen naar het schavot leidde. Erwin kon niet tegen een coach die zonder sokken in de dug-out zat. Dat was hem te nichterig.

Exit Ruud Krol.

Praatjes had hij niet, de middenvelder van Oranje. Wel dodelijke grimassen. Op de reservebank van Rinus Michels vloekte hij het gras uit de grond, maar niemand mocht het horen. Zoals je hem ook niet hoorde tijdens de grachtenparade na het triomfantelijke EK 88.

Een stille.

Nu toch wereldnieuws. Een coach die ineens opstapt uit principe, zonder financiële en andere vangnetten – bij de FIFA denken ze dan aan een zinsverbijstering. Al helemaal als de irritaties zich afspelen op het oefenveld, in het spelershome, aan de glazen wand tussen profs en amateurs. Een coach die abdiceert zonder hommeles in de kleedkamer, alleen omdat hij zich facilitair genekt voelt, is een curiosum in het voetbal.

Zelfs voor Guus Hiddink was geen bijveld te hobbelig of te diffuus. Guus begroet iedere grasspriet als een kuuroord. Doe er een paar jongens bij en hij waant zich in het paradijs.

Zou het bij AZ en RKC zoveel beter zijn dan in Utrecht? Van VVV weet ik zeker dat de spelers in de gang naar het trainingsveld zich met handen en voeten een weg moeten banen tussen loslopende varkens en gebakken haren van blondines.

Privacy, veiligheid, een prettige sfeer: zelfs Co Adriaanse heeft het er niet over. En hij is toch de best gecoiffeerde coach van de eredivisie. Stijlicoon in zijn eentje.

Erwin Koeman omschreef het spelershome op Zoudenbalch als een vissenkom. „Je kon van buiten zien welke spelers aan het darten waren.”

Tja.

Op de Herdgang zie je ook weleens spelers die in elkaars kruis zitten. Of anderszins de beest uithangen. Nederlandse clubs hebben niet het omheinde reservaatsyndroom van hun grote buitenlandse broers. Voetbal blijft volksamusement, ook in het voortraject naar wedstrijden. Bij Feyenoord kan de bakkersvrouw uit Spangen nog iedere dag haar idool Jerson Cabral omhelzen. Niet dat het zo lekker is, maar het is gewoonterecht. Want Cabral is natuurlijk Messi niet.

Erwin Koeman vreest dat hij na zijn eenzijdige uitstap imagoschade oploopt. „Een deuk in mijn carrière.” Welnee! Hij heeft juist reliëf aangebracht in zijn hang naar professionalisme. We weten nu dat hij een goedaardige perfectionist van de utopie is. Lichtjes autistisch, zoals Louis van Gaal.

De vraag waar ik mee worstel is: zou Erwin Koeman genoeg van zichzelf houden? Zodat hij zijn eigen barricade kan zijn tegen de tristesse van ongewenste molshopen, opgebroken prikkeldraad, verwaaide koffiebekertjes en getatoeëerde nozems langs het trainingsveld. Zodat hij niet meer schrikt van wat provinciale chaos.

Tuinieren moet wel een hobby blijven.