Een jaar geleden kampeerde hij nog in Rome

Libië viert feest: Gaddafi is gevonden in zijn geboortestad Sirte – en gedood.

Maar de spanningen tussen aanhangers en tegenstanders blijven het land teisteren.

(FILES) A file picture taken on December 10, 2007 in Paris, shows Libyan leader Moamer Kadhafi (R) shaking hands with French President Nicolas Sarkozy before their meeting at the presidential Elysee Palace. The official Libyan news agency Jana reported on March 10 that Libya had a "damaging secret" about Sarkozy's campaign financing, which would lead to the fall of the French leader. France recognized on March 10 Libya's opposition national council as the country's "legitimate representative after Sarkozy met in Paris with its envoys. AFP PHOTO FRANCK FIFE AFP

Met de dood van de Libische leider Moammar Gaddafi en de val van zijn geboorteplaats Sirte gaat Libië een nieuwe fase in. Acht maanden na het begin van de opstand is het land officieel bevrijd en is in één klap een belangrijke potentiële bron van onrust geëlimineerd.

Tot zover het goede nieuws voor de Libiërs. Maar de geografische, ideologische en tribale tegenstellingen die de afgelopen maanden aan de zijde van de overwinnaars de kop opstaken, plus de aanhoudende wraaklust, beloven een toekomst die bepaald niet zorgeloos is.

Het heeft nog bijna twee maanden geduurd na de val van de hoofdstad Tripoli voor de laatste bolwerken van Gaddafi, Bani Walid en Sirte, op het oude regime werden veroverd. Een belangrijk deel van het probleem bleef de verbluffende ongeorganiseerdheid van de rebellen. Strijders van de Nationale Overgangsraad, de nieuwe machthebbers, hadden er deze week twee dagen voor nodig om één gebouw in Sirte te veroveren. Eenheden van de voormalige rebellen namen regelmatig elkaar onder vuur.

Tegelijk verklaart de aanwezigheid van Gaddafi en verscheidene prominenten van zijn regime de verbazingwekkende felheid van het verzet in Sirte. Die harde tegenstand was de afgelopen weken verklaard uit het feit dat de stad door de jaren heen kon rekenen op speciale sympathie van het ex-regime en was uitgebouwd tot een soort reservehoofdstad. De burgers van Sirte hadden dus belangen te verdedigen, iets wat de strijdlust altijd opwekt.

Er zijn tot dusverre geen aanwijzingen dat de aanvallers wisten dat Gaddafi zelf in Sirte zat verschanst. Interim-premier Mahmoud Jebril zei in een gisteren gepubliceerd interview nog dat Gaddafi in het zuiden van het land bezig was Afrikaanse strijders te werven voor een mogelijke opstand.

De stapsgewijze inname van Sirte maakte tegelijk nog eens de breuklijnen van het nieuwe Libië zichtbaar. Het officiële motto is verzoening en een nieuw begin, maar de werkelijkheid is er een van haat en wraak. Inwoners van Sirte die voor de gevechten waren gevlucht, maar na de inname van hun wijk terugkeerden, meldden plunderingen en vernielingen naast de immense oorlogsschade.

De aanvallers werden ervan beschuldigd willens en wetens met hun zware wapens nodeloze verwoestingen te hebben aangericht, om vermeende aanhangers van het oude regime te straffen. Verslaggevers zagen ex-rebellen in hun pick-uptrucks vol computers en andere buit wegrijden. „De revolutionairen komen hier voor wraak en verwoesting”, zei een inwoner tegen persbureau Reuters.

De stemming van haat en wraak komt ook tot uiting in rapporten van mensenrechtenorganisaties over massale arrestaties van wie maar van steun aan Gaddafi wordt verdacht. Zwarte Libiërs en Afrikanen worden veelal aangezien voor huurlingen en dienovereenkomstig behandeld. Amnesty International publiceerde nog geen week geleden zijn eerste rapport over marteling in het nieuwe Libië.

Behalve de spanningen tussen aanhangers en tegenstanders van Gaddafi zijn er tegenstellingen tussen het eerst bevrijde oosten van Libië en het zwaarbevochten westen, en zelfs tussen steden onderling. Er zijn spanningen tussen stammen die in Gaddafi’s tijd de onderliggende partij waren en die aan het regime waren gelieerd. En er zijn spanningen tussen min of meer seculiere groepen, die voor een deel uit tijdig overgelopen aanhangers van het oude regime en ballingen bestaan, en fundamentalisten.

Zo worden er groeiende tegenstellingen gemeld tussen de militaire raad van Tripoli, die onder controle van fundamentalisten staat en door Qatar zou worden gesteund, en de in het Westen opgeleide premier Jebril, die de Overgangsraad leidt. Ali Sallabi, een invloedrijke geestelijke met goede relaties met Qatar, is zojuist opgenomen in een met de Overgangsraad verbonden werkgroep, wat wordt uitgelegd als versterking van zijn invloed op de politiek.

Wat de situatie letterlijk explosief maakt is de aanwezigheid van de milities die door de steden rondstruinen. De nieuwe machthebbers zijn nog nauwelijks begonnen met het demobiliseren van de talrijke strijdgroepen die de oorlog hebben gevoerd. Veel van de enthousiaste artsen, kappers en andere burgers die destijds de strijd met Gaddafi aanbonden zijn inmiddels naar huis teruggekeerd. Maar evenveel anderen hadden geen baan om naar terug te keren en zijn inmiddels aan het militieleven gewend. De Overgangsraad heeft aangekondigd zo snel mogelijk te gaan werken aan een regulier nationaal leger, maar daar is nog geen spoor van te bekennen. En wapens zijn er in overvloed. De goed bevoorrade wapenarsenalen van Gaddafi hebben opengestaan voor iedereen die wapens nodig had. Alleen al tienduizend van de schouder af te schieten raketten zijn zoek.

De nieuwe autoriteiten zijn vorige week begonnen Gaddafi’s hoofdkwartier in Tripoli met de grond gelijk te maken „om dit symbool van tirannie te elimineren”. Gaddafi zelf is dood. Nu kan de werkelijke strijd om de macht beginnen.

De laatste uren van Moammar Gaddafi: pagina 6

Commentaar: pagina 17

Hoe reageren wereldleiders die hem de afgelopen jaren in veel gevallen nog als staatsman ontvingen nu op de dood van Moammar Gaddafi?