De NAVO had in Libië niets te zoeken

Het Westen moet zich alleen bemoeien met dictaturen als de eigen veiligheid in het geding komt, vindt Peter van Ham.

Euforie alom, want de „humanitaire interventie” in Libië is geslaagd: dictator Gaddafi is na een maandenlange zoektocht eindelijk gedood, de voormalige ‘rebellen’ vormen een nieuwe regering, en de oliekraan naar het Westen staat weer open. De operatie Libië wordt zelfs al gezien als een model voor de toekomst, om zo de ‘Arabische lente’ van buitenaf te ondersteunen. Dit is een gevaarlijke illusie. Het Westen moet zich niet bemoeien met autocratische regimes, behalve wanneer de eigen veiligheid in het geding komt, zoals Irans ambities om kernwapens te verkrijgen. Er kleven zo veel nadelen aan deze interventie dat we maar tot één conclusie kunnen komen: Dit doen we dus nooit meer!

Ten eerste blijft het vreemd dat we wél een no-flyzone in Libië hebben afgedwongen, maar toekijken hoe tegelijkertijd in Syrië de mensenrechten massaal met voeten worden getreden. We moeten kiezen! wordt dan gezegd, maar op grond van welke criteria? De enige reden dat het Westen Libië heeft aangepakt is dat Rusland en China in de VN Veiligheidsraad niet hebben dwarsgelegen, hetgeen ze in andere gevallen wel zouden doen. De NAVO grijpt dus in omdat het kan, en niet omdat het moet. Dit komt neer op pure willekeur, hetgeen afbreuk doet aan de morele noodzaak tot ingrijpen.

Ten tweede heeft de NAVO veel meer gedaan dan VN-resolutie 1973 toeliet. Van handhaving van een no-flyzone is de NAVO overgegaan tot het actief ondersteunen van de rebellen. Britse SAS-eenheden hebben vanaf het begin deelgenomen aan de grondoorlog en gingen zelfs op zoek naar Gaddafi en zijn handlangers. Deze flexibele uitleg van het VN- mandaat kan rekenen op felle kritiek, met name door Rusland. We moeten dan ook niet vreemd opkijken wanneer andere landen in de toekomst de zogenaamde ‘responsibility to protect’ ruim gaan interpreteren. Rusland doet dit al sinds 2008, met de ‘bescherming’ van de regio’s Abchazië en Zuid-Ossetië die eigenlijk bij Georgië horen. Wat de NAVO in 1999 deed in Kosovo, mogen wij ook in Georgië, liet president Medvedev weten. De Operatie Libië zet de deur nóg verder open om militair in te grijpen om oneigenlijke redenen; niet alleen door ons, maar ook door andere landen.

Bovendien weten we nauwelijks wat ons te wachten staat nu Gaddafi is gedood. Net als in Kosovo, Afghanistan en Irak grijpen we in zonder deze landen goed te kennen en zonder garantie dat de opvolgers ons welgezind zijn. Dit geldt met name voor Libië, een land van rivaliserende stammen en families, waar de rebellen met name uit het oostelijk deel komen en waar het salafisme hoogtij viert.

Het is ronduit naïef te verwachten dat de rebellen zich uit dankbaarheid jegens de NAVO als ware democraten zullen ontpoppen. Noord-Afrika kent immers geen enkele democratie en dit zal niet snel veranderen. Maar wat doen we als de nieuwe Libische regering net zo corrupt en autocratisch zal blijken als die van Gaddafi – grijpen we dan weer in? Een recent rapport van Amnesty International wijst op grove mensenrechtenschendingen van de ex-rebellen. Dat is slecht nieuws dat we voor het gemak maar terzijde schuiven.

Ten vierde heeft het Westen de plicht tot nazorg, hetgeen ons weer veel geld zal gaan kosten. Wie breekt, betaalt en we zullen in de nabije toekomst vele miljoenen euro’s richting Libië zien verdwijnen. En dan hebben we het nog niet over de kosten van de militaire operatie zelf, die ruim vijf maanden heeft geduurd en enkele miljarden euro’s heeft gekost. En dat terwijl Europese defensiebudgetten slinken, en de bodem van de schatkist in zicht komt. Terwijl de euro op springen staat en de belastingdruk op de burger toeneemt, wordt ons nu ook gevraagd het lot van Libië op ons te nemen. Hieruit blijkt ten ene male dat veel politici in het verleden leven, toen het Westen nog dominant en puissant rijk was. Maar de tijden zijn veranderd. De rol van het Westen – politiek en economisch – neemt snel af, en we kunnen ons minder veroorloven dan in het recente verleden. Het is de hoogste tijd dat we ons daarvan bewust worden.

Ten slotte wordt uit de Operatie Libië veelal de verkeerde conclusie getrokken: dat het Westen slechts kan ingrijpen om humanitaire redenen. Hoe nobel dit ook mag klinken, het is in wezen decadent. De NAVO zou er goed aan doen om weer in termen van belangen en veiligheid te denken, in plaats van zich te richten op gewapend ontwikkelingswerk. Want terwijl de NAVO de handen vol had aan Libië, is de ontwikkeling van een Iraans kernwapen alweer wat dichterbij gekomen. Politici moeten burgers duidelijk maken dat hun veiligheid en welvaart geen vanzelfsprekendheid is. Met een barbaar aan het bewind in Libië kunnen we in principe leven. Maar een barbaar aan het bewind in Iran met kernwapens is levensgevaarlijk en daarom onacceptabel.

De Operatie Libië is dus een riskant ‘succes’. Binnen afzienbare tijd worden we met de rekening geconfronteerd, zowel financieel als politiek. En dan alsjeblieft niet zeggen dat we het niet konden weten; dat elke kritiek achteraf gratuit is. Het is tijd dat Europa eerst het eigen huis op orde brengt, de eigen economie aan de praat krijgt, en het buitenlands beleid laat leiden door Realpolitik in plaats van willekeur en misplaatste ‘internationale solidariteit’.

Dr. Peter van Ham is verbonden aan het Instituut Clingendael, Den Haag