De bezoeker zorgt voor de bezetting, Hitler zelf is er al

De musical De Producers zit vol naziparafernalia. Is dat niet een beetje fout? „Het is een slechte acteur die slecht de rol van Hitler speelt. Dat maakt het grappig.”

Max Bialystock snapt er niets van. „We hebben een slecht stuk, een slechte regisseur en een slechte cast!” roept hij wanhopig uit. „Wat hebben we dan in godsnaam góéd gedaan?”

De door hem geproduceerde Broadwaymusical Springtime for Hitler is een kassucces geworden, en dat was niet de bedoeling. Samen met zijn accountant Leo Bloom meende de gesjochten theaterproducent een lumineus idee te hebben. Ze hadden bij hun investeerders veel meer geld opgehaald dan voor hun nieuwe productie nodig was, vanuit de wetenschap dat er niets hoeft te worden terugbetaald als die productie zou mislukken. De rest van het geld zouden ze in hun eigen zak kunnen steken.

Ze hoefden alleen maar een gegarandeerde flop te produceren – en die dachten ze gevonden te hebben in het script voor een musical waarin Adolf Hitler wordt bewierookt. Slechter en wansmakelijker leek het niet te kunnen. Maar alles gaat mis: het premièrepubliek omarmt de nazishow als een briljante satire, waarna Bialystock en Bloom op de vlucht slaan om hun schuldeisers niet heel veel winst te hoeven uitkeren.

Zo ging het in de flamboyante kluchtfilm The Producers, in 1968 geschreven en geregisseerd door Mel Brooks. En zo gaat het ook in de Broadwaymusical die Brooks er vele jaren later, in 2001, van maakte. De allereerste Nederlandse versie, met Johnny Kraaijkamp en Joey Schalker in de hoofdrollen, maakt vanaf zondag een tournee langs de tien grootste theaters van het land. Inclusief het onbetwiste hoogtepunt in de algehele gekte: de titelsong van de musical-in-de-musical (Springtime for Hitler) met een chorus line van dirndlmeisjes, lederhosenjongens, tappende nazi’s en de fameuze dansformatie in de vorm van een hakenkruis. Een parodie op Broadway in zijn meest voyante – en zeg maar gerust ordinairste – vorm, maar tegelijk ook een liefdesverklaring aan het genre. Met de opwinding achter de schermen, de druktemakerij van de regisseur en de choreograaf die natuurlijk relnichten van jewelste zijn, en het glimmende koper dat uit de orkestbak spettert om zich in de hoofden van de toeschouwers te nestelen.

Brooks’ theaterproductie kreeg twaalf Tony Awards en trok 2.502 avonden lang een volle zaal. Zelden had Broadway zo’n topattractie gezien. „Ik ben waarschijnlijk de eerste jood die veel geld heeft verdiend aan Adolf Hitler”, zei Brooks grijnzend. En, voor zover iemand zich nog zou afvragen of het wel koosjer is om lui in naziuniformen op een musicalpodium te laten dartelen: „Als het je lukt om Adolf Hitler neer te zetten als een bespottelijke figuur, heb je gewonnen.” Brooks won; de door hem gecreëerde Führer („Heil Myself!” ) was een volstrekte malloot, een moederskindje en een musicalfanaat. „I’m the German Ethel Merman” zingt hij, met verwijzing naar een Broadwaydiva uit de jaren veertig, vijftig en zestig. The Producers is puur Amerikaansmaar was ook in Londen, en zelfs in Madrid, Tel Aviv en Berlijn een succes.

De Nederlandse versie wordt uitgebracht door Mark Vijn Theaterproducties. Al eerder stond De Producers echter in de planning bij het veel grotere theaterbedrijf van Joop van den Ende. Al in 2001, kort na de Broadwaypremière, nam Van den Ende een optie op de show. Hij zag het helemaal voor zich: Paul de Leeuw als Max Bialystock in een productie die in 2006 de openingsvoorstelling zou zijn van zijn gloednieuwe musicaltheater op de Zuidas in Amsterdam. „Dit is typisch iets voor een Amsterdams publiek”, zei hij. „Niet voor het familiepubliek dat doorgaans naar onze andere musicals komt kijken.” Maar omdat Van den Ende brak met zijn van fraude verdachte vastgoedcompagnons, is dat theater er nooit gekomen. Allengs verdween zodoende zijn belangstelling, en de optie verliep.

„Daardoor was dit een van de weinige grote Broadwaytitels waarvan de rechten binnen ons bereik lagen”, verklaart producent Mark Vijn, doelend op de opties die het bedrijf van Van den Ende op veel andere titels heeft. „En bovendien is het een van de leukste musicals die ik ken.”

Van enige huiver over de nazistische parafernalia zegt hij bij de Nederlandse theaterdirecteuren niets te hebben gemerkt. Nu het publiek nog. Van den Endes vermoeden dat een Nederlandse versie eerder de intelligentsia zou aanspreken dan het grote publiek, deelt Vijn niet: „De Hitlermusical is maar een onderdeel. Het is vooral een komische kijk achter de schermen op Broadway, met grote decors, veel kostuums, 24 man op het toneel en een lekker orkest in de bak. Daarvoor hoef je verder niets van Broadway te weten; dat trekt iedereen aan.” Of, zoals regisseur Martin Michel zegt: „Het is niet eens Adolf Hitler die je ziet, het is een slechte acteur die heel slecht de rol van Hitler speelt. Dat maakt het juist zo grappig.”

Bij alle musicals die hier dit seizoen worden vertoond, komt de kaartverkoop pas laat en langzaam op gang. Ook bij De Producers. Vrolijk vertelt Mark Vijn over de reclameleuzen die de komende maanden op het publiek worden losgelaten. ‘Wij hebben Hitler, u zorgt voor de bezetting’, luidt de slagzin die voor Groningen is bedacht. De tekst voor Rotterdam is nog directer – en zo mogelijk, zoals bij deze show betaamt, nog smakelozer: ‘Rotterdam gaat wéér plat voor Adolf Hitler’. De producent geeft grif toe dat er enige discrepantie bestaat tussen zulke slagzinnen en zijn stelling dat Hitler slechts een ondergeschikte rol in de voorstelling speelt. „Maar de tijd dat je alleen maar ‘komt dat zien!’ hoefde te roepen om de zalen vol te laten stromen, is voorbij”, zegt hij. „Je moet veel meer doen om publiek te trekken. Je moet prikkelen.”

De Producers: première 23/10, tournee t/m 5/2. Inl: musicaldeproducers.nl