Britten wenden zich af van mensenrechtenhof

Op zondag 2 oktober pleitte de Britse minister van Binnenlandse Zaken, Theresa May, voor afschaffing van de Human Rights Act, een wet die aan uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens doorwerking in de Britse rechtsorde verleent. Als dit voorstel doorgang vindt zal Groot-Brittannië straks niet langer onder de rechtsmacht van het Europees Hof vallen.

De gelegenheid was het jaarcongres van de Conservatieve Partij. Ze kreeg een staande ovatie.

Het is een nieuwe ontwikkeling in de voortgaande clash tussen nationale soevereiniteit en Straatsburgs activisme. Al ruim een jaar woedt een fel debat tussen voor- en tegenstanders van het Europees Hof, waar 47 landen bij zijn aangesloten en dat inmiddels een wachtlijst heeft van meer dan 150.000 zaken. Voortdurend groeit het aantal onderwerpen dat dit Hof tot ‘fundamentele mensenrechtenschendingen’ verklaart, en steeds vaker raakt het daarbij verstrikt in nationale politieke kwesties.

Directe aanleiding voor de Engelse boosheid was het starre vasthouden van het Europees Hof aan zijn oordeel dat het ontnemen van stemrecht aan gevangenen in strijd is met de mensenrechten. Al sinds 1870 is deze regel in de Britse wet verankerd, en ze wordt gesteund door een overweldigende meerderheid van de bevolking. Premier Cameron gaf aan dat afschaffing van deze regel hem ‘fysiek onpasselijk’ zou maken en hij diende bij het Hof een verzoek in tot heroverweging.

Straatsburg echter wees dit verzoek af en waarschuwde de Britten dat ze vaart moesten maken met het aanpassen van hun regelgeving. „Het is tijd dat we een heldere boodschap afgeven”, stelde Lagerhuislid Dominic Raab daarop. „Dit Huis bepaalt of gevangenen mogen stemmen. Dit Huis bepaalt de wetten van het land” – een sentiment dat nu partijbreed lijkt te worden gedragen.

Ook in Nederland rijst de vraag naar de legitimiteit van het Europees Hof na verschillende controversiële uitspraken. Zo verbood het Hof minister Leers vorig jaar rond deze tijd om de voorgenomen uitzetting van uitgeprocedeerde Irakezen doorgang te laten vinden. In dezelfde week zag de Nederlandse rechter zich op basis van Europese jurisprudentie genoodzaakt een zojuist door regering en Staten-Generaal aangenomen antikraakwet onverbindend te verklaren wegens strijd met de ‘mensenrechten’.

Waar het gaat om vrijheid van meningsuiting heeft het Hof eveneens stelling genomen. Zo heeft het de veroordelingen van islamcritici als Le Pen in Frankrijk, Feret in België, en Norwood in Engeland „noodzakelijk in een democratische samenleving” genoemd. De Sloveense rechter bij het Europees Hof meende zelfs dat de persvrijheid in een „fetish” was ontaard, en stelde dat het Europees Hof moest zorgen „dat de pendule terugzwaait”.

Het verbaast dan ook niet dat strafpleiter Gerard Spong bij het Europees Hof beroep heeft aangetekend tegen de Nederlandse vrijspraak van Geert Wilders.

Deze zomer liet Thomas Hammarberg bovendien van zich horen. Dat is de Europese ‘Commissaris voor de Mensenrechten’, een functionaris die toeziet op de mensenrechten in alle lidstaten van de Raad van Europa. Hij heeft een legertje ambtenaren onder zich waarmee hij ‘rapporten’ en ‘onderzoeken’ opstelt, en hij agendeert discussies in de Parlementaire Assemblee in Straatsburg, die overigens ook de rechters van het Europees Hof benoemt.

Volgens Hammarberg zou het op handen zijnde Nederlandse boerkaverbod een „inbreuk op de individuele privacy” zijn. Hij meende dat het strijdig was met de mensenrechten, en brak een lans voor „pluralisme en multiculturalisme”. Hammarberg, die eerder directeur was van Amnesty International, waarschuwde verder voor „islamofobische tendensen” en hekelde de Nederlandse regels voor gezinshereniging „waardoor het voor immigranten steeds moeilijker wordt zich met verwanten te herenigen”.

Het doet denken aan de uitspraken van de Nederlandse rechter bij het Europees Hof, Egbert Myjer, die betreurde dat men „steeds intoleranter” wordt. Hij beklaagde zich al eerder over de „goedkope retoriek van lieden die zich verheven achten boven mensen die een andere geloofsovertuiging hebben”. Stuk voor stuk politieke opvattingen die een „onpartijdig” mensenrechtenhof niet passen.

Ongeveer een jaar geleden stelde ik samen met een aantal anderen de problemen van een uitdijend en steeds politieker wordend Hof aan de orde. De enthousiastelingen van het Hof verweten ons dat we door het Hof te bekritiseren landen als Rusland en Turkije in de kaart speelden. En daar is daadwerkelijk sprake van mensonwaardig staatsoptreden,

De huidige situatie laat zien dat het omgekeerde het geval is. Doordat het Hof zich niet beperkt tot hoofdzaken, wenden Engeland en Nederland zich ervan af. Juist wanneer het onderscheid tussen fundamentele rechten en detailkwesties zoek is, krijgen landen waarin échte mensenrechtenschendingen plaatshebben, een excuus om zich ook niet langer iets van het Hof aan te trekken.

Zijn verzwakte positie heeft het Hof dus aan zichzelf te wijten. Alleen zolang het wegblijft van politieke kwesties en zaken van ondergeschikt belang, zal het Hof de belangrijke functie waar het voor is opgericht, kunnen blijven vervullen.

    • Thierry Baudet