Bloedig leven, bloedig einde

Moammar Gaddafi is aan zijn einde gekomen, zoals hij zelf heeft geleefd: bloedig. De beelden herinneren aan de doodsstrijd van andere dictators. Aan de Italiaanse fascist Benito Mussolini, die in 1945 werd doodgeschoten en ondersteboven werd opgehangen. En aan de Roemeense communist Nicolae Ceausescu, die eind 1989 na een kort proces in een soort kelder werd geëxecuteerd.

Bij de Libische leider ging het nog sneller. Hij is niet berecht maar vermoedelijk ter plekke doodgeschoten: min of meer gelyncht. Dit slot spoort met zijn leven. Meer dan 42 jaar hield hij het olierijke Libië onder de knoet. Het geweld kreeg een steeds waanzinniger karakter. De laatste dagen en uren van Gaddafi en zijn entourage getuigden daarvan.

Na de val van Tripoli in augustus bleek ook dat het oude verhaal dat Gaddafi iets minder corrupt zou zijn dan de andere dictators, die de ‘Arabische lente’ niet hebben doorstaan, een propagandistische leugen was. De Libische leider, zijn familie en hun milieu bleken nog hardvochtiger en nog corrupter. Uiteindelijk had Gaddafi daarom één keus: alles of niets. Hij koos voor het eerste, maar kreeg het laatste. Zo gaat het vaak met dit type totalitaire leiders.

Buiten de stam van Gaddafi zullen niet veel Libiërs zijn dood betreuren. Voor de Nationale Overgangsraad is het vooral van belang dat Gaddafi is gevonden en getoond. Er kan geen misverstand meer bestaan over dat hij geen macht meer heeft. Mythevorming – en die kan hardnekkig zijn – ligt nu minder voor de hand.

Maar de echte problemen zijn zeker niet opgelost. In vier decennia heeft Gaddafi nog niet een begin van een nationale staat opgebouwd. Hij regeerde via de lijn van verdeel-en-heers. De wrok die hij zo onder de stammen heeft gezaaid, steekt nu dus de kop op. Als de Nationale Overgangsraad het al wil, dan nog is deze voorlopige regering niet in staat wraak en eigenrichting in de kiem te smoren. Amnesty International heeft daarover al alarm geslagen. Door de dood van Gaddafi kan er ook geen proces worden gevoerd, niet in Libië zelf noch bij het Internationaal Strafhof in Den Haag dat een arrestatiebevel had uitgevaardigd. Dat gemis kan de toekomst van Libië belasten. Een tribunaal is niet alleen een signaal voor collega-dictators en een teken dat de nieuwe machthebbers een rechtsstatelijke koers willen varen. Een proces kan ook bijdragen aan waarheidsvinding en, zij het indirect, aan een vorm van verzoening. Dat Gaddafi een despoot was, is bekend. De vraag hoe hij het zo lang kon uithouden en wie in binnen- én buitenland hem hielpen, of van het regime profiteerden, moet ook aan de orde komen. Antwoord kan Gaddafi niet meer geven, maar die vragen moeten nadrukkelijk gesteld worden. Zonder reflectie blijft de toekomst van Libië belast door het verleden.