Besluiteloos Italië zakt dieper in crisis

Internationaal groeit het wantrouwen jegens Italië snel. De centrum-rechtse regering-Berlusconi kan het niet eens worden over bezuinigingen die ‘Europa’ verlangt.

De Europese leiders kijken dit weekeinde met grote zorg naar hun Italiaanse collega’s premier Silvio Berlusconi en diens minister van Financiën Giulio Tremonti. De twee ruziën: ze slagen er niet in het door de Europese Centrale Bank (ECB) geëiste hervormingspakket op te stellen.

Oud-Europees commissaris Mario Monti zei hierover gisteren op televisie: „Italië, medeoprichter van de Europese Gemeenschap, loopt op deze manier het risico het land te worden dat de Europese Unie te gronde richt.”

Internationaal groeit het wantrouwen tegen Italië snel. De cijfers getuigden er gisteren van. De Milanese beurs daalde met bijna 3,78 procent, veel meer dan de andere indexen. Het verschil in rente dat Italië in vergelijking met Duitsland moet betalen voor een tienjarige staatsobligatie steeg weer naar 402 punten, vergelijkbaar met het crisisniveau van afgelopen zomer, toen de ECB ingreep en Italiaanse staatsobligaties ging opkopen. De rente daalde vervolgens van 6,35 naar 4,95 procent. Maar gisteren was de rente weer 6 procent. Te hoog om de staatsschuld van 1.900 miljard euro op de lange termijn betaalbaar te houden.

Monti is tegenwoordig rector van de Bocconi universiteit in Milaan. Hij toonde zich in het tv-programma Otto e Mezzo zeer bezorgd: „De kans op een aanstaande aanval op Italië door de financiële markten is zeer reëel.”

De afgelopen maanden steunde de ECB Italië juist in een poging te voorkomen dat dit doemscenario werkelijkheid wordt. Daar stond wel wat tegenover. Op 5 augustus dicteerde de ECB in een hoogst ongebruikelijke brandbrief aan Rome welke maatregelen voor eind september moesten worden getroffen: extra ingrepen in de pensioenen, aanpak van de bureaucratie, liberalisering van de publieke en private dienstverlening, privatisering van lokale overheidsdiensten en -gebouwen, en flexibilisering van de arbeidsmarkt. Ook verlangde de ECB „onmiddellijke maatregelen” ter bevordering van een doelmatiger bestuur van het land.

De deadline is nu drie weken verstreken. Het Italiaanse parlement heeft weliswaar ombuigingen ter waarde van 60 miljard euro goedgekeurd (om in 2013 een begrotingsevenwicht te bereiken), maar over de geëiste hervormingen om de groei te stimuleren is geen overeenstemming. En dat terwijl Italië al tien jaar de helft minder groeit dan het Europees gemiddelde.

Berlusconi en Tremonti – die nauwelijks nog samen door één deur kunnen – werken naar verluidt onafhankelijk van elkaar aan een hervormingspakket. Berlusconi waarschuwde deze week dat het slechts om „bescheiden” maatregelen gaat. „Er is geen geld”, zei hij. „We proberen iets te verzinnen.” Hij overweegt een zoveelste inkeerregeling voor belastingontduikers die miljarden zou opleveren. Tremonti is daar mordicus tegen. Hij zit bovenop de schatkist en wil geen cent extra uitgeven, omdat het begrotingstekort moet worden teruggebracht tot nul.

Intussen is de hervorming van het pensioenstelsel vastgelopen, omdat coalitiepartner Lega Nord van Umberto Bossi daarover een veto heeft uitgesproken. Flexibilisering van de arbeidsmarkt leidt tot volksdemonstraties en verzet op links. Voorstellen voor terugdringing van de bureaucratie worden kundig ontmanteld door politici van alle gezindten, omdat zij overheidsbaantjes gebruiken als lokaas bij het creëren van consensus en werven van aanhang.

Monti riep gisteravond opnieuw op tot de vorming van een brede nationale regering die de politieke haarkloverijen kan overwinnen. Hij werd zelf de laatste maanden vaak genoemd als de ideale kandidaat om zo’n coalitie te leiden. Maar gevraagd naar zijn beschikbaarheid zei hij: „Wat zou u antwoorden op zo’n directe vraag?”

Vooralsnog lijkt die optie voor Italië en Europa niet aan de orde. Want Berlusconi en zijn cliëntèle zetten alles op alles om in het zadel te blijven.