'010' en '070' samen in één metropool

Rotterdam en Den Haag willen nauwer samenwerken. Met hun buurgemeenten gaan ze een ‘metropoolregio’ oprichten. De provincie is er niet blij mee.

Het is een toenadering die op het provinciehuis van Zuid-Holland met argusogen wordt gevolgd: Rotterdam en Den Haag, die decennialang met de rug naar elkaar toe stonden, hebben elkaar gevonden. Met 22 omliggende gemeenten willen ze zo snel mogelijk een ‘metropoolregio’ vormen, zo lieten ze vorige week weten. Het was hun reactie op de kabinetsplannen voor bestuurlijke vernieuwing in de Randstad – zoals de fusie van de provincies Noord-Holland, Utrecht en Flevoland. Het kabinet steunt het initiatief van Rotterdam en Den Haag.

Het samenwerkingsverband moet in de plaats komen van het stadsgewest Haaglanden (negen samenwerkende gemeenten) en de stadsregio Rotterdam (vijftien gemeenten). Die bestuurslagen verdwijnen: het kabinet schaft ze per 1 januari 2013 af.

Rotterdam en Den Haag hebben het initiatief voor de samenwerking naar zich toe getrokken, de provincie staat aan de zijlijn. Tot irritatie van commissaris van de koningin Jan Franssen (VVD). Hij zegt meer samenwerking toe te juichen. „Maar Rotterdam en Den Haag moeten zich niet bemoeien met beleidsterreinen waarover ze formeel geen enkele zeggingskracht hebben, zoals ruimtelijke ordening en regionale economie.”

De toenadering tussen ‘010’ en ‘070’ werd ruim twee jaar geleden beklonken tijdens een etentje van de burgemeesters Ahmed Aboutaleb (Rotterdam, PvdA) en Jozias van Aartsen (Den Haag, VVD) op neutraal terrein: in Den Hoorn, in de gemeente Midden-Delfland. De moeizame onderlinge verhouding en de gebrekkige samenwerking tussen de steden stonden op gespannen voet met de realiteit, concludeerden de burgemeesters. De steden zijn de laatste jaren letterlijk steeds verder naar elkaar toegegroeid. Vanuit de lucht gezien vormen Rotterdam (610.000 inwoners) en Den Haag (500.000) één groot stedelijk woon- en werkgebied; in een straal van 25 kilometer wonen ruim twee miljoen mensen.

Rotterdam en Den Haag willen met de metropoolregio de internationale concurrentiepositie en de vestigings- en recreatiemogelijkheden verbeteren op de ‘zuidvleugel’ van de Randstad. Aboutaleb en Van Aartsen stellen bovendien dat nauwere samenwerking de „bestuurlijke slagkracht” ten goede zal komen. Het kabinet steunt de ambities: een gefuseerde provincie van Noord-Holland, Flevoland en Utrecht in het noorden van de Randstad, intensieve samenwerking tussen Den Haag en Rotterdam in het zuiden.

De metropoolregio Rotterdam-Den Haag is geen nieuwe bestuurslaag of vrijblijvende denktank, benadrukken de betrokken bestuurders. Omdat de metropoolregio de plaats in zal nemen van twee stadsregio’s, zal de bestuurlijke drukte juist afnemen, zegt Van Aartsen.

De eerste resultaten van de nauwere samenwerking zijn al zichtbaar. Vliegveld Zestienhoven heet sinds vorig jaar Rotterdam The Hague Airport. Al ruim een jaar rijdt de metrolijn RandstadRail ononderbroken tussen beide stadscentra. Over twee jaar moet een ‘snelfietsroute’ tussen Rotterdam en Den Haag gereed zijn. Maar de beoogde samenwerking gaat verder. Inzet van de strijd met de provincie is – behalve macht – vooral geld. De volgende stap is een gezamenlijke ‘verkeersautoriteit’, die beslist over het openbaar vervoer en de aanleg van bruggen en wegen.

De regio’s Rotterdam en Haaglanden krijgen nu van het Rijk jaarlijks ruim 830 miljoen euro voor het openbaar vervoer. De provincie rekende erop dat zij na de afschaffing van de stadsregio’s dat geld zou krijgen. Nu claimt de metropoolregio dit bedrag.

Den Haag en Rotterdam moeten van oudsher niet veel hebben van de provincie, zegt de Rotterdamse bestuurskundige Geert Teisman. „In beide steden heb je een traditie: de provincie, daar heb je alleen maar last van.” Niet geheel ten onrechte, vindt hij. „Zuid-Holland is een provincie waar lokale en provinciale bestuurders elkaar onderling bevechten.”

Ook kleine gemeenten zijn niet altijd even enthousiast over de provincie. Burgemeester Arnoud Rodenburg (CDA) van Midden-Delfland is wél positief over de metropoolregio. Een kleine gemeente als de zijne (18.000 inwoners) heeft dezelfde belangen als de twee grote steden, meent hij. „Over twintig jaar moeten hier nog steeds koeien in de wei staan, dat vindt men in de stad ook leuk om te zien.” En als Rotterdam en Den Haag in de toekomst de ‘beruchte’ A4 Midden-Delfland zouden willen verbreden, omdat dat de economische ontwikkeling van de regio ten goede komt? „Daar ben ik niet bang voor. Voor het internationale vestigingsklimaat is het ook belangrijk dat de regio groen te bieden heeft, daar kun je niet verder op beknibbelen.”

Ook Evert Meijers, onderzoeker metropoolvorming aan de TU Delft, is positief gestemd. Op bijeenkomsten over de metropoolregio raakte hij onder de indruk. „Er wordt echt werk gemaakt van de samenwerking, het zijn niet alleen de burgemeesters die af en toe met elkaar op de foto gaan.” Teisman en Meijers voorzien gezamenlijke sociale diensten en bouwkundige afdelingen, of een fusie tussen de openbaarvervoerbedrijven RET en HTM. Meijers: „Natuurlijk zijn er emoties, maar in het verleden zijn er al zoveel fusies geweest.”