Wat is een Palestijn u waard, minister?

Nederland heeft als bevriende natie Israël altijd de hand boven het hoofd gehouden in een beleid van moedwillige zuivering. Er is geen evenwicht. De conclusie moet luiden dat onze regering gelooft in mensen en ondermensen en zo niet, doe dan iets Rosenthal, schrijft Ramsey Nasr.

Duizend Palestijnen voor één militair: dat zijn pas verhoudingen. Is die prijs te hoog of juist niet?

Uri Rosenthal weet het misschien, onze Expert in Evenwicht. De minister voor Buitenlandse Zaken blokkeerde onlangs in zijn eentje een gezamenlijke verklaring van de 27 EU-lidstaten, die was bedoeld om de vredesbesprekingen uit het moeras te trekken. Volgens Rosenthal was deze tekst onevenwichtig en buiten proportie: om te beginnen werden de wandaden van zowel Palestijnen als Israëli’s aan de kaak gesteld. Daarnaast verwees de tekst naar een twééstatenoplossing.

Nu wordt dat plan al bijna 45 jaar door de Verenigde Naties (kortom de gehele wereld) bepleit als de enige acceptabele, rechtvaardige oplossing voor het Midden-Oostenconflict. Evenwichtiger dan dat wordt het niet, zou je zeggen; legaler evenmin. Maar gelukkig is Uri ‘Geller’ Rosenthal er nog, de man die alles krombuigt tot het recht lijkt. Hij vond het een groot onrecht dat naast de Palestijnen ook de Israëli’s de maat werd genomen, terwijl zij toch alleen maar de bezetters in dit verhaal zijn.

Evenwicht in het Nederlands beleid: een snelcursus.

1. Stel, Hamas blijkt in 2006 de onbetwiste winnaar van eerlijke Palestijnse verkiezingen. De partij komt aan de macht. Wat doe je dan? Je stelt een totale boycot in – die lui accepteren immers de grenzen van 1967 niet. Je zet anderhalf miljoen burgers gevangen op een gebied zo groot als twee keer Texel, onthoudt hun elk contact met de buitenwereld, en wacht tot ze genuanceerder leren stemmen.

Dat is de linkerschaal van de balans.

2. Maar dan. Na de Israëlische verkiezingen van 2009 worden ook daar twee extremistische partijen opgenomen in de regering: Israël Ons Thuis en Shas. Geen van beide Israëlische partijen accepteert de grenzen van 1967, ze streven naar een etnisch zuiver, joods Israël met behoud van de nederzettingen. Dus wat doe je dan? Dan ga je over tot intensieve samenwerking. Het is precies wat Rosenthal op zijn eerste dienstreis naar Israël voorstelde aan zijn ambtgenoot, minister Lieberman.

Nu is Lieberman de voorman van Israël Ons Thuis. Toen enkele jaren geleden een groep Palestijnse gevangenen zou worden vrijgelaten, opperde hij om in plaats daarvan alle Palestijnse gevangenen in de Dode Zee te verdrinken. Hijzelf was bereid de bussen te regelen. Bij een andere gelegenheid had Lieberman geëist dat Arabisch-Israëlische parlementsleden geëxecuteerd zouden worden. Toch zag minister Verhagen er indertijd geen graten in hem in Nederland te ontvangen, en voor zijn opvolger Rosenthal is het vandaag eveneens business as usual.

Zeer weinig landen hebben de kolonist Lieberman (hij woont in een illegale nederzetting) willen ontvangen. Internationaal een persona non grata – behalve hier. Bij ons valt met racisten te praten.

Dat is de rechterschaal van de balans.

Maar nu komt het. Volgens Uri’s Wetten van Evenwicht past in de rechterschaal namelijk nog veel meer. Zo heeft Hamas inmiddels herhaaldelijk aangegeven een Palestijnse staat binnen de grenzen van 1967 te accepteren. Dit feit wordt door Israël (en dus ook door Nederland) consequent verdoezeld en genegeerd teneinde nooit met wie dan ook te hoeven praten. En waarover zou je ook? Want wat blijkt: géén van de grote Israëlische politieke partijen – of het nu Israël Ons Thuis betreft, Shas, Likud, de Arbeiderspartij of Kadima – neemt in het partijprogramma 1967 op als uitgangspunt voor de grenzen van Israël. Integendeel: Likud verdedigt in zijn statuten open en bloot de Groot-Israël-gedachte. Met Netanyahu valt dus sowieso over niets te onderhandelen. En als de Israëlische premier in het Amerikaans congres luid en duidelijk verkondigt dat hij een terugkeer naar de grenzen van ’67 totaal verwerpt en daarmee de Palestijnen elk perspectief op een levensvatbare staat ontneemt, houdt Nederland zijn mondje dicht.

Ook als Geert Wilders in Israël voor deportatie van de Palestijnen pleit, zwijgt dit kabinet. Die Wilders toch, met zijn malle oproepen tot etnische zuivering. Die zit écht niet in de regering hoor.

Rosenthal protesteert pas als een moegetergde president Abbas bij de VN een aanvraag indient tot erkenning van de staat Palestina, binnen de internationaal erkende grenzen, conform het internationaal recht.

Rosenthal was het ook, die tegen alle internationale richtlijnen in zijn ambtenaren opdroeg voortaan niet meer over de ‘bezette gebieden’ te spreken, maar over ‘betwiste gebieden’. Dat klinkt al een stuk gebalanceerder.

Kijk, dat de minister zelf is getrouwd met een Israëli, dat in de fractiekamer van de PVV prominent een reusachtige Israëlische vlag hangt en dat het huidige regeerakkoord slechts één buitenland met name noemt (‘Nederland wil verder investeren in de band met Israël.’) – dat doet natuurlijk allemaal niet ter zake. Maar er is stilaan wel héél veel evenwicht in Nederland.

Uri Rosenthal, onze man in Groot-Israël.

Wat is een Palestijn eigenlijk waard, meneer de minister? En wat is een Israëli u waard? Het is uw vak, diplomatieke verhoudingen, dus u weet dat soort dingen.

Anders zal ik het zeggen. Duizend tegen één. Dat is de wisselkoers in het Midden-Oosten.

Met de stilzwijgende steun van de ene na de andere Nederlandse regering zijn de kansen op een rechtvaardige vrede stilaan verkeken. En met de hulp van dit kabinet nadert een decennialange kolonisatie nu haar voltooiing. Nog een paar jaren treiteren en volbouwen, maar dan heb je ook wat. Dan doemt eindelijk, alsnog, in oudtestamentische glorie voor ons op: ‘een land zonder volk voor een volk zonder land’.

Een Palestijn is vandaag eenduizendste mens. Nog even, en dan de diaspora: opgelost, weg. Evenwicht.

Fraaist van al blijft deze prestatie: Israël is er, mede dankzij het Nederlands beleid, in geslaagd de Israëli’s voor te stellen als de slachtoffers van deze bezetting. Palestijnen die ondanks alles blijven hameren op het internationaal recht worden nu behandeld als rigide dromers, of beter nog: als extremisten (ik zie de brieven alweer verschijnen, waarin ik voor antisemiet word uitgemaakt). En terwijl de Israëlische regering jammert over een gebrek aan gesprekspartners, bouwt ze maar door op Palestijnse grond, blijft ze het westen maar chanteren, als vormde het land een vuurtoren van verlicht humanisme in een zee van vijandig extremisme. Intussen is vrijwel geheel historisch Palestina nu geannexeerd.

Wij gedogen het, zoals wij in eigen land Geert Wilders gedogen en er intensief mee samenwerken. Wij gedogen de schepping van Über- en Untermenschen.

Anders valt niet te verklaren dat joodse kolonisten op Palestijnen mogen schieten als wild wanneer deze hun olijven gaan oogsten, dat een leger witte fosfor uitstrooit over burgers, dat het scholen met vluchtelingen bombardeert, non-stop Palestijnse huizen vernietigt en een radeloos volk domweg laat creperen – zonder dat iemand dit stopt.

Israël streeft naar een land voor joden en enkel joden. Nederland heeft als bevriende natie Israël altijd de hand boven het hoofd gehouden in een beleid van moedwillige zuivering. De conclusie moet luiden dat onze regering gelooft in mensen en ondermensen. En zo niet – Doe Dan Iets, meneer Rosenthal.

Intensiveer de tegenwerking en dwing voor één keer evenwicht af.

Ramsey Nasr is acteur en Dichter des Vaderlands. Over een week verschijnt ‘Mijn nieuwe vaderland – gedichten van crisis en angst.’