'Waar niets gebeurt, daar fotografeer ik'

De Amerikaanse kunstenaar Saul Leiter maakt foto’s van ‘onbepaalde momenten en onduidelijke situaties’. Het Joods Historisch Museum toont een overzicht van zijn New Yorkse straatbeelden.

Saul Leiter (1923) valt nauwelijks op achter zijn kop koffie in de Starbucks in downtown Manhattan. Hij draagt een grote broek en stevige wandelschoenen, een dik vest en zijn haar zit een beetje in de war. Alleen een klein digitaal cameraatje verraadt wie hij is: fotograaf. Nog altijd. En schilder, ook al is er geen spatje verf op zijn kleding te ontwaren.

Maar zodra je met Leiter in gesprek raakt, blijkt er achter dat wat rommelige uiterlijk een eigenzinnige, humoristische persoon verscholen te zitten. Een man die vol anekdotes zit en continu om zijn eigen grapjes moet grinniken. En bovendien heel eigenwijs is. Als je hem vraagt waarom hij als een van de weinige Amerikaanse fotografen al in de jaren vijftig met kleurenfilm werkte, antwoordt hij: „In kunst heeft kleur altijd een belangrijke rol gespeeld. Ken jij een schilderij zonder kleur?”

Als je hem voorlegt of hij nu eerder een schilder is dan een fotograaf, antwoordt hij: „Als ik niet was gaan fotograferen, was ik misschien wel een betere schilder geweest. Ik doe van alles tussendoor. Ik ben een in-between-person. Ik heb me eigenlijk nooit op één ding gericht.”

En wanneer je hem vraagt of zijn werk misschien is beïnvloed door Picasso of Matisse, antwoordt hij ontwijkend. „Het zijn goede kunstenaars. Maar ik hou ook van Vermeer en een aantal Japanse schilders. Picasso had een geweldig kunstenaar kunnen zijn met slechts eenvijfde van al het werk dat hij heeft geproduceerd. Eigenlijk heb ik al te veel werk gemaakt.”

Die bescheidenheid typeert Leiter. Als fotograaf is hij lang in de schaduw gebleven – ook al was in 1953 een aantal van zijn zwart-wit foto’s door Edward Steichen opgenomen in de expositie Always the Young Stranger in het Museum of Modern Art (MoMA). De aandacht voor zijn ingetogen straatfotografie nam pas toe toen Jane Livingston in 1992 zijn werk opnam in haar overzichtswerk The New York School: Photographs 1936-1963. Een jaar daarna had hij een succesvolle expositie bij de Howard Greenberg Gallery. Zijn fotoboek, Early Color, inmiddels al een klassieker, werd pas in 2006 uitgegeven. „Toen ik mijn boek bij de galeriehouder voor het eerst op tafel zag liggen dacht ik: dat is best aardig geworden”, grinnikt hij. „Maar roem is nooit zo belangrijk voor mij geweest. Een goede vriend heeft ooit tegen mij gezegd dat ik een groot talent heb kansen mis te lopen. Eigenlijk heb ik mijn eigen carrière nooit zo nauw gevolgd. Ik ben niet zo’n grote fan van Saul Leiter.”

Orde in de chaos

Wie Leiters appartement in New York betreedt, treft een chaos aan. Overal liggen stapels boeken, foto’s, schilderijen. Aan de muren, waar de verf afbladdert, hangen kleurige, abstracte schilderijen. Een kat kruipt tussen de rommelige stapels door en springt op de vensterbank. „Soms denk ik, het is een schande dat ik zo leef. Ik vind het lastig om orde aan te brengen in mijn spullen, heel lastig. Ik kan het niet goed meer. Maar sommige bezoekers zeggen ook als ze hier binnenkomen: het lijkt hier net Parijs in de jaren twintig.”

Naast het raam staat een stoel, met uitzicht op de tuin. Het is de plek waar Leiter vaak zit als hij aan het werk is. „Als ik een stukje papier zie, ga ik toch weer zitten schilderen”, zegt hij. „Waarom ik dat doe? Ik weet het niet. Als ik schilder, lijd ik niet. Als ik fotografeer, heb ik plezier.”

Nog steeds neemt hij geregeld een camera ter hand. Hij wijst op een aantal oude, met verf beschilderde afdrukken die in het appartement rondslingeren. „Ik heb vroeger veel proefstroken in de doka afgedrukt. Daar schilder ik nu zo’n beetje overheen.” Hij toont een naakt dat is bewerkt met felle kleuren. „Ik heb ook altijd veel vrouwen gefotografeerd”, grinnikt hij opnieuw.

Strenge joodse jeugd

Leiter, geboren in Pittsburgh, groeide op in een streng religieus joods gezin. „Mijn vader was een Talmoed-kenner. Hij had mijn toekomst al voor mij uitgestippeld. Ik moest rabbijn worden en Grieks en Latijn leren.” Hij beschrijft hoe zijn dagen verliepen volgens een vast schema waarin school en religieuze lessen elkaar afwisselden. „Mensen nemen religie veel te serieus. Ik geloof niet in God.” Hij begint weer te grinniken. „Ik ben recentelijk ook niet tegen Hem aangelopen. Maar als Hij besluit om zichzelf te tonen, zou ik hem graag ontmoeten.”

Vanwege het verstikkende milieu waarin hij opgroeide, brak hij zijn studie theologie af om naar New York te gaan. „Ik zeg nu wel eens: ik ben niet als een Amerikaan geboren, ik ben in mijn vaders huis geboren. Dat was niet Amerika, dat was een ander soort plek.”

Toen hij 23 was, hield Leiter het niet meer uit bij zijn ouders. „Ik ben midden in de nacht het huis ontvlucht. Ik moest gewoon weg.” Hij vertrok naar New York. „Ik had geen plan, ik ging er niet heen met het doel om schilder of fotograaf te worden. Ik wilde vooral met rust gelaten worden. Dat is eigenlijk wat ik nog steeds prettig vind. Dat er niets van me wordt verwacht.”

Uitzonderlijk oeuvre

Vanuit die levenshouding heeft Leiter, zonder enige schilder- of fotografieopleiding, toch een uitzonderlijk oeuvre weten op te bouwen. Naast opdrachten die hij uitvoerde voor bladen als Vanity Fair en Harper’s Bazaar, ging hij veel de straat op om te fotograferen. In de jaren veertig en vijftig was hij vrijwel de enige niet-commerciële fotograaf die met kleur werkte. Hij experimenteerde met Kodachrome, een van de oudste kleurenfilms die inmiddels niet meer wordt geproduceerd maar bekend staat om zijn heldere, diepe kleuren. „Dat was geen bewuste keuze”, zegt Leiter. „Ik had gewoon weinig geld. In die tijd heb ik gewerkt met allerlei goedkope films. Ik kocht ook vaak filmpjes die al over de datum waren en rommelde wat aan, ik vond het leuk dat de kleuren niet goed waren.”

Rondlopend door de drukke straten van New York, wist Leiter in die periode als geen ander allerlei kleine taferelen vast te leggen. Zijn foto’s, die ook wel worden omschreven als urban visual poetry, bestaan uit gelaagde, abstracte composities van reflecties en schaduwen die doen denken aan schilderijen van abstract-expressionistische schilders als Barnett Newman of Mark Rothko. Waar een ander aan voorbij zou lopen, bevroor hij met zijn camera in een moment van verstilde schoonheid. Twee voeten van een man op een trapje. Een dame die wordt gereflecteerd in een oude spiegel. Het puntje van een rode paraplu in een sneeuwstorm, een voet die rust op een bankje in de metro. Met zijn esthetische, licht melancholische blik kneedde Leiter het leven telkens tot een klein, puur schilderijtje.

Onduidelijke situaties

Dat er een zekere afstand nodig is om het bestaan op die manier te observeren is duidelijk. Je zou kunnen zeggen dat, in tegenstelling tot Henri Cartier-Bresson – meester in het fotograferen van ‘het juiste moment’ (decisive moment) – Leiters kracht juist ligt in het vastleggen van een ‘onbepaald moment’ (indecisive moment). „Misschien is het waar, ik weet het niet”, zegt hij enigszins gelaten. „Ik hou ervan om foto’s te maken van onduidelijke situaties. Wat er gebeurt, is dat er niets gebeurt. Misschien klinkt dat pretentieus, maar beter kan ik het niet uitleggen.”

Leiter zwijgt en haalt zijn schouders op. „Ik ben geen kunstenaar die zijn werk verklaart. Neem Vermeer. Wat hij over zijn eigen werk te zeggen had vond ik altijd bijzonder prettig. Namelijk helemaal niets.” En na zijn dood? Mag er dan ook niet over zijn werk worden gesproken? „Nou, daar heb ik geen invloed op. Misschien zouden ze moeten zeggen: hij was hier voor een korte tijd, hij had een aantal gezegende momenten, maar het was niet altijd even plezierig.”

Hij grinnikt opnieuw en pakt zijn digitale camera. „Zo, mag ik nu even een foto nemen?”

Saul Leiter: New York Reflections. 24 okt t/m 4 maart in het Joods Historisch Museum, Amsterdam. Inl: jhm.nl