Van der Helst populair bij Amsterdamse elite

Bartholomeus van der Helst; schilder van de Amsterdamse elite. Amsterdam Museum. T/m 29 januari. Inl: amsterdammuseum.nl ***

Een van de grootste concurrenten van Rembrandt op het gebied van de portretschilderkunst was Bartholomeus van der Helst. De twee waren generatiegenoten en vestigden zich in de jaren 1630 in Amsterdam. Terwijl Rembrandt zich ontwikkelde als een veelzijdig schilder van verhalende voorstellingen, genrestukken en portretten, legde Van der Helst zich vrijwel uitsluitend toe op die laatste specialisatie.

Ook stilistisch wijkt diens werk af van dat van zijn beroemdere tijdgenoot: Rembrandt hanteerde vaak het brede gebaar en de losse penseelstreek; Van der Helst werkte in een gladdere, en tot in de puntjes verzorgde stijl. Hoewel die manier van werken in de zeventiende en achttiende eeuw hogelijk werd gewaardeerd, zou Van der Helsts reputatie later tanen ten gunste van die van Rembrandt. Aanhangers van het opkomende impressionisme zagen meer in diens gedurfde stijl.

De recente herwaardering van Bartholomeus van der Helst (1613-1670), kent een voorlopig hoogtepunt in een lijvige monografie en een kleine expositie in het Amsterdam Museum – de eerste die ooit aan de schilder werd gewijd. Het boek is de handelseditie van het proefschrift waarop kunsthistorica Judith van Gent eerder dit jaar promoveerde. Uit de 158 werken die ze aan de schilder toe kon schrijven, selecteerde ze er veertien die samen iets laten zien van Van der Helsts activiteit als portretschilder van de Amsterdamse patriciërselite. Enkele werken uit de eigen collectie en andere Nederlandse musea zijn te zien, zoals de portretten van de koopman en tienvoudig burgemeester Andries Bicker en zijn 17-jarige, opmerkelijk corpulente zoon Gerard, beide uit het Rijksmuseum. En uit Museum Boijmans Van Beuningen is er het prachtige, pas schoongemaakte portret van de regent en handelaar Daniel Bernard, met zijn oranje kamerjas en zwierige roodfluwelen baret.

Maar de expositie biedt ook buitenkansjes: verschillende portretten van de hand van Van der Helst bevinden zich in particuliere collecties en worden zelden of nooit aan het publiek getoond. Zo laten de twee pendanten van Samuel de Maresz en zijn vrouw bijvoorbeeld iets zien van de manier waarop de stedelijke elite zich ’s zomers buiten onledig hield: mijnheer poseert met twee jachthonden en met een elegante bamboestok in de hand, en net als zijn gade is hij uitgebeeld tegen een parkachtige achtergrond met onder meer een beeld van de jachtgodin Diana.

Een ander werk in particulier bezit is een groot dubbelportret van Jan Hinlopen en zijn vrouw Lucia Wybrandts. De meeste ruimte in het schilderij wordt ingenomen door de figuren: de welgedane heer met een weelderige haardos en zijn vrouw in een prachtig geschilderd gewaad. Hij houdt haar beringde rechterhand losjes bij de pols vast, hetgeen erop duidt dat het portret ter gelegenheid van hun huwelijk in 1666 zal zijn gemaakt. In het landschap op de achtergrond is nog juist het torentje van de hofstede van de familie te zien.

Omgekeerd evenredig met het massieve voorkomen van Jan Hinlopen is de omvang van de expositie. Die is al te bescheiden voor een kunstenaar van het formaat van Bartholomeus van der Helst.