Testament

Tweewekelijks schrijft Gerrit Komrij over internet in de krant. Meer op nrc.nl/komrij

De notaris opent het testament. De spanning is groot. De familieleden van de overledene zitten te bibberen op hun klapstoeltjes. De notaris leest de standaardformules voor en somt op wie wat van de dierbare vader en echtgenoot krijgt. Het huis en de landerijen voor de zoon uit zijn laatste huwelijk. De antieke inboedel voor de dochter uit zijn eerste huwelijk. Het zilver voor de dienstmaagd. De banktegoeden in Nederland voor de Doopsgezinde Kerk. De schop en hark voor de tuinman. De banktegoeden op Curaçao voor zijn maîtresse. Dan voegt de notaris eraan toe, een toevoeging die in zijn kantoren niet eerder werd vernomen: „Drie wachtwoorden voor de weduwe.”

Dolgelukkig snelt de weduwe met haar enveloppe heen. Tot het laatst werd ze door het kadaver in spanning gehouden, maar zo herkent ze haar lieve deugniet weer.

Ze weet dat er ook Belgische banktegoeden bestaan, en Zwitserse. Het derde wachtwoord moet dan wel de klap op de vuurpijl zijn.

„Heeft-ie je nog wat nagelaten?” „Ik heb een wachtwoord georven.”

Dat zal binnenkort net zo’n gewone conversatie zijn als „Hoe smaakte de maaltijd?” gevolgd door een achteloos „Mmm”.

De digitale erfenis komt eraan.

Wachtwoorden zijn handel, al geruime tijd. Maar het worden ook beleggingen, potjes op het vuur, appeltjes voor de dorst, geschilpunten. Laaiende ruzies zullen er ontstaan – wat zeg ik, bloederige vetes – in boerengezinnen over de vraag wie de koeien krijgt en wie de wachtwoorden. ’t Is te hopen dat je als nabestaande iets vangt uit de Cloud, en dat je dooie oom of schoonpapa jou niet verrast met een album vol familiefoto’s, door hem in zijn laatste levensjaren met noeste vlijt gedigitaliseerd.

Er zullen nieuwe kringloopwinkels ontstaan, gespecialiseerd in onwelkome artikelen uit de Cloud.

Volgens de laatste enquête van het Londens Centrum voor Sociale Technologie gelooft al 25 procent van de ondervraagden dat er over tien jaar geen fysieke afdrukken van foto’s meer zullen bestaan en geen papieren documenten. Hoe zit dat tegen die tijd met het papieren document dat testament heet?

Wel, men voelt de Grote Bevrijder met de Zeis aankomen, of men ligt al klaar op het sterfbed, en men dicteert de notaris een wachtwoord.

Maar hoe dan met de overlijdensakte?

Ik durf daar niet over te fantaseren. Het wordt in elk geval hondsdruk in de Cloud.

Of als ik er toch over mag fantaseren: we zijn bezig de beschikking over ons leven en onze dood volledig uit handen te geven.

Wiens handen? Wat voor handen?

Je bent wat je hebt toevertrouwd aan het Magazijn. Ik vind Magazijn een geschikter woord dan dat vage, vriendelijke Cloud. Cloud – dat klinkt als een lastige mistflard die je voor je ogen kunt wegslaan. Cloud klinkt zo… wollig. Magazijn is een woord van orde, tucht, classificatie, cohorten en bataljons. In de Cloud regeren elfjes, het Magazijn kent de magazijnmeester. Anarchie tegenover hiërarchie.

Wie beheert het Magazijn?

Miljarden wachtwoorden, dat is pas een kapitaal.

Het Londens Centrum vroeg ook wat de mensen als eerste zouden doen als hun huis in brand stond. Het populairste antwoord luidde: „Naar de computer rennen en al mijn foto’s en wat ik verder aan digitaal materiaal heb naar mezelf toemailen.”

‘Mezelf’, dat is dus het Magazijn. Onze foto’s en muzieknummers, onze homevideo’s en bankgegevens, onze correspondentiemap en dagboekkrabbels zijn onze identiteit geworden. Voor het eerst in de geschiedenis kunnen we die identiteit in een paar seconden compleet verkwanselen. De magazijnmeesters zijn al bezig met het ontsteken van de vreugdevuren en de oppermagazijnmeester verkneukelt zich nog het meest.