Samenwerken, dat zullen ze moeten

Deze week is het EK boksen voor vrouwen in Rotterdam.

Nouchka Fontijn en Marichelle de Jong, die hopen op de Spelen, bereikten gisteren de halve finales.

19-10-2011, Rotterdam. EK Boksen voor vrouwen. Concentratie bij Marichelle de Jong voor aanvang van haar partij tegen Nadine Appetz uit Duitsland. Foto Bas Czerwinski

Vreemd was het wel. Terwijl haar privécoach vanaf de tribune toekeek, kreeg bokser Nouchka Fontijn ook aanwijzingen van bondscoach Ton Dunk, die in de hoek van de ring stond.

Fontijn was not amused toen de boksbond twee weken geleden besloot dat haar coach, Abdel Fkiri, niet langer in de hoek mocht staan tijdens wedstrijden. Onduidelijk bleven de motieven voor dat besluit.

Fontijn, uitkomend in de klasse tot 75 kilo, moest het akkefietje proberen te vergeten in de aanloop naar het EK, deze week in Rotterdam. Makkelijk was dat niet. Het bericht kwam als een totale verrassing voor haar. „Boosheid was een emotie die ik niet mocht toelaten”, zei Fontijn gisteren, na afloop van haar kwartfinale.

Ondanks de tumultueuze aanloop loopt de missie om EK-goud te winnen voorspoedig voor Fontijn. De student fysiotherapie versloeg de Hongaarse Maria Kovacs, tweevoudig wereldkampioen, met 15-11. Morgen zal Fontijn aantreden tegen de Engelse Savannah Marshall.

Na drie rondes was de stand nog gelijk bij Fontijn (23). „Het thuispubliek heeft me zeker geholpen”, zei de Schiedamse, die met bezweet lichaam de pers te woord stond. „Ik geloof er echt in dat de jury eerder punten geeft als het publiek juicht bij een voltreffer.”

Zeker van haar zege was Fontijn allerminst. „Ik keek na afloop Ton (Dunk, red.) aan. Die zei: ‘Ik weet het ook niet.’ Ik twijfelde ook. Uiteindelijk viel de score hoger uit dan ik had verwacht. Ik dacht aan één, twee punten verschil. Vier punten verschil was te veel, denk ik.” Over support had Fontijn zeker niet te klagen. Tientallen overwegend vrouwelijke supporters gilden Fontijn richting de zege. En na afloop kwam Lucia Rijker, de meest succesvolle (kick)bokser van ons land, persoonlijk naar haar toe om Fontijn te complimenteren. Abdel Fkiri bleef op de tribune. „Tijdens wedstrijden hebben we alleen oogcontact”, vertelde ze. „Verder kun je elkaar toch niet verstaan.”

Ton Dunk, bondscoach van de Nederlandse vrouwen, pleit vooral voor eensgezindheid in het bokskamp. „Samenwerken is het sleutelwoord”, zei hij na afloop over de ontstane situatie. „We moeten het beste in elkaar naar boven halen. Natuurlijk moeten we met elkaar gaan trainen. Ik denk dat we allemaal stappen moeten maken om professioneler met onze sport om te gaan.”

In Londen zal straks voor het eerst sinds 1904 het boksen voor vrouwen op de Olympische agenda staan. Er zijn straks drie gewichtsklassen te bewonderen (tot 51, 60 en 75 kilo). Het traject ernaartoe is niet eenvoudig. Fontijn en Marichelle de Jong, haar grote concurrente, zullen allereerst gaan strijden voor één plek op de wereldkampioenschappen, volgend jaar in China. Indien een Nederlandse daar bij de beste vier Europeanen eindigt, is plaatsing voor de Olympische Spelen een feit.

Fontijn hoopt de komende weken te gebruiken om het traject richting de kwalificatie voor Londen uit te stippelen. „Ik ben in ieder geval blij dat mijn coach en Ton gezamenlijk een plan hebben bedacht voor dit EK. Met beiden bespreek ik mijn partijen. Vandaag kwam dat ook goed tot uiting. Terwijl ik in de laatste ronde vol in de aanval wilde gaan, zei Ton: nee, nee, want dan krijg je ze om je oren. En daar had hij gelijk in.”

Aan het einde van de dag, toen Marichelle de Jong de ring in stapte, was de zaal gevuld met enkele honderden toeschouwers. „Dit is prima reclame voor de bokssport”, meende De Jong na afloop van haar gewonnen partij tegen Nadine Appetz (21-8). Ze stuit in de halve finales op de Poolse Katarzyna Furmaniak.

Voor De Jong (33) zijn de Olympische Spelen in Londen meteen de laatste kans. Volgend jaar stopt ze en de olympische limiet voor amateurboksers is 34 jaar. De Jong, nu nog uitkomend in de klasse tot 69 kilo, zal zich na het EK richten op de olympische discipline tot 75 kilo. „Vanaf volgende week zal ik me focussen op mijn nieuwe gewichtsklasse. Dat is wel even wennen, want ik ken mijn tegenstanders totaal nog niet. Verder zal ik proberen nog één tot anderhalve kilo aan te komen. Het moet wel functioneel gewicht zijn, want het mag natuurlijk niet ten koste gaan van mijn snelheid.”