Opstand tegen Ben Ali heeft Kasserine niets opgeleverd

In de Tunesische steden waar de opstand tegen Ben Ali begon, is de situatie verder verslechterd. De betogers van toen voelen zich verraden. Van de verkiezingen, zondag, wordt niet veel verwacht.

Samir Rhimi sits on unused train tracks in town of Kasserine, Tunisia, July 22, 2011. Unemployed teachers have been staging a sit-in in the town, demanding that the Education Ministry follow through on a pledge to hire them. (Samuel Aranda/The New York Times) SAMUEL ARANDA/Hollandse Hoogte

Zoals Aymen Dibi zijn er jongeren zat in Kasserine. Hij heeft meegedaan aan de revolutie die de Tunesische sterke man Ben Ali ten val bracht. Kort daarna heeft hij zoals duizenden anderen geprobeerd om naar Frankrijk uit te wijken. Maar hij kwam niet verder dan Lampedusa, en werd door de Italianen teruggestuurd. Nu doodt Dibi de tijd in een CD-winkeltje op het Martelaarsplein, waar in januari tijdens de opstand de meeste van de 68 doden van Kasserine zijn gevallen.

„Er is niets veranderd”, zegt Dibi – hip hop-petje, t-shirt, jeans. „Ik ben 23 jaar oud, ik heb geen werk en geen toekomst.” Kasserine, zegt hij, is door iedereen vergeten. „Dat was zo onder Ben Ali en het is nu niet anders.” Van de eerste vrije verkiezingen in Tunesië op zondag, die hij zelf mee heeft mogelijk gemaakt, verwacht Dibi niet veel. „De politici beloven nu alles maar zodra ze zijn verkozen, verhuizen ze toch naar Tunis en vergeten ze Kasserine. Ik wil geen woorden, ik wil daden. Als er na 23 oktober nog niets verandert dan komt er een tweede revolutie.”

Het gevoel dat de ‘martelaars’ in de steek zijn gelaten leeft bij veel jongeren. Woensdag is een aantal van hen uit Kasserine en Sidi Bouzid in Tunis een hongerstaking begonnen. „De ondankbaarheid van de Tunesiërs en de niet ingeloste beloften lieten ons geen andere keuze”, zeggen ze in een boze brief.

Hét probleem, voor en na de revolutie, is de torenhoge werkloosheid: in de provincie Kasserine bedraagt die 40 procent in het algemeen, en meer dan 60 procent onder de jongeren. De cijfers zijn wellicht nog rooskleurig.

„Er zijn geen toveroplossingen”, zucht gouverneur Bashir Bedoui (57) in zijn kantoor. „Het gaat zeker nog twee tot drie jaar duren vooraleer de ontwikkeling hier op gang komt. Maar de mensen zijn ongeduldig.”

Een vijftigtal bedrijven heeft wel interesse getoond om zich in Kasserine te komen vestigen, „maar er is bezorgdheid over de sociale stabiliteit. Men wacht de verkiezingen af om te kijken wat het wordt.”

Ondertussen is het dweilen met de kraan open. Zo’n 13.000 mensen in de provincie Kasserine (432.000 inwoners) krijgen een maandelijkse uitkering van 240 (120 euro) per maand in ruil voor gemeenschapsdienst of interim-werk. „In werkelijkheid zijn er veel meer mensen die in aanmerking komen maar we hebben het geld gewoon niet.” Gouverneur Bedoui weet dat veel steuntrekkers nooit komen opdagen voor het werk. „Maar we kunnen het systeem niet stopzetten. Het is de enige manier om de mensen een beetje te kalmeren.”

Hoe wanhopig de situatie is, wordt duidelijk in een gebouw van het ministerie van Onderwijs in Kasserine. Sinds half september houden enkele tientallen werkloze leraren hier een zitstaking. Op 16 september hebben vijf van hen een poging tot collectieve zelfmoord gedaan: de stroppen werden net op tijd losgemaakt. Sinds acht dagen zijn ze in hongerstaking. Op dinsdag heeft een van de vijf een tweede, mislukte zelfmoordpoging gedaan.

„Wij dachten dat de revolutie iets ging veranderen maar het zijn alleen de politici die ervan profiteren”, zegt Saihi Sadok, een van de vijf. Dit zijn geen jonge werklozen: Sadok is 38, leraar Frans, en heeft nog nooit gewerkt. Deze mensen zijn eigenlijk boos omdat zij hebben meegedaan aan een examen waarvoor ze zijn gezakt.

„Kasserine heeft ook een mentale revolutie nodig”, zegt Haizi Mohammed Rauf (28). Rauf en zijn vriend Nizar Ghodbani (30) zitten in hetzelfde schuitje als de meeste jongeren hier: ze hebben diploma’s maar geen baan. Maar ze hebben besloten daar zelf iets aan te doen. Met een lening hebben ze het ‘Hotel de l’Information’ opgericht. Bedoeling is dat mensen hier kunnen binnenlopen met projecten die Rauf en Ghodbani dan in goede banen helpen leiden. Een eerste project, dat het archeologische erfgoed in Kasserine wil opwaarderen, maakt kans op subsidie.

„Dit was een revolutie van de werklozen en in die zin kan men niet ontkennen dat de revolutie is verraden”, zegt Rauf. „Maar dat wil niet zeggen dat Kasserine niet wat meer ondernemerschap kan gebruiken.” Veel mensen, zegt Ghodbani, wachten tot de staat hun een baan geeft. „Ze nemen geen initiatief. Maar de overheid is ook te stroef: dat remt af.”

Welke van de partijen zondag van de wanhoop in Kasserine gaan profiteren is onduidelijk. Zoals overal in Tunesië is dé vraag hoe groot de overwinning van Ennahda, de fundamentalistische partij, zal zijn. Op een muur staat de leus: „Ennahda, verraders.” Iedereen heeft een verhaal hoe de partijen stemmen kopen: met een sandwich, een briefje van tien dinar, een telefoonkaart. Ennahda doet dat ook op zijn manier: bevriende verenigingen helpen jonge koppels die willen trouwen door hun huisraad en bruiloft te financieren.

Op de universiteitscampus van Kasserine zitten twee jonge koppeltjes. Hiba Chokri (21) is gesluierd maar ze gaat voor de centrum-linkse PDP stemmen. „Mijn buurman heeft mij overtuigd dat zij het beste programma hebben.” Haar ongesluierde vriendin Wissal Gharsalli (22) weet het nog niet. „Ik neig naar Ennahda maar ik ben bang dat veel mensen hun programma niet goed hebben gelezen. Dat vaders straks gaan denken dat ze nu hun dochters moeten sluieren.”

De familie van Atef Dhibi, een 28-jarige werkloze, geeft een goed beeld van de verwarring. Atef is Ennahda-aanhanger. „Het is de enige partij die op overtuigende manier uitlegt hoe zij werk gaat creëren.” Atef heeft drie zussen van wie er twee geen hoofddoek dragen en eentje wel. Die zonder hoofddoek gaan voor Ennahda stemmen, die mét niet. Ze wil wel uitleggen waarom maar ze mag niet van haar man.

Atef heeft ook twee broers van wie de oudste in Groot-Brittannië woont; hij is getrouwd met een Britse toerist. De jongste broer droomt maar van één ding: zijn oudste broer achterna. Wanneer hij met vrienden voorbij het caféterras komt in een auto waaruit luide rapmuziek klinkt, beveelt Atef hem naar huis te gaan. „Ennahda speelt nu al de baas”, protesteert hij. En voor wie gaat hij zelf stemmen? „Voor Ennahda.”