Onvrede in Raad van State over Donner

Binnen de Raad van State heerst onvrede over de eventuele benoeming van minister Piet Hein Donner (Binnenlandse Zaken, CDA) tot vicepresident. Een substantieel deel van de 54 staatsraden ziet „een voortreffelijk alternatief” in Alexander Rinnooy Kan (D66), nu voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Dat zeggen bronnen rond de Raad van State, het belangrijkste adviesorgaan van de regering en de hoogste algemeen bestuursrechter. Meerdere bronnen bevestigen dat grote bezorgdheid bestaat over het imago van de Raad als het kabinet minister Donner zou voordragen als opvolger van huidig vicepresident HermanTjeenk Willink (PvdA). „De Raad van State heeft als leider iemand nodig die bekendstaat om zijn bovenpartijdigheid. En boven de partijen, dat staat Donner bepaald niet meer”, zegt een ingewijde.

De ophef rond de benoeming van de prestigieuze post duurt al maanden. Voor de zomer kondigde premier Rutte aan dat er een advertentie zou komen voor de vacature. Die advertentie is nu volgens de wet verplicht en zou de voorheen besloten benoemingsprocedure moeten openbreken.

Maar al lang voor het verschijnen van die advertentie, afgelopen maandag in de Staatscourant, waren er hardnekkige geruchten over de kandidatuur van Donner. In de Tweede Kamer maakt een groot deel van de oppositie bezwaar tegen zijn mogelijke kandidatuur. De belangrijkste reden is dat Donner als minister nauw betrokken is bij wetgeving. Als vicepresident zou hij de leiding krijgen over een instituut dat de regering juist onafhankelijk advies moet geven over wetsvoorstellen.

Meerdere staatsraden zouden de afgelopen tijd achter de schermen al met Rinnooy Kan gesproken hebben. Zij zien hem als geschikt alternatief voor Donner. Betrokkenen zeggen ook dat binnen de Raad „voldoende draagvlak” zou zijn voor de benoeming van Rinnooy Kan. „Hij is kundig, verstandig en laat in de SER al jaren zien dat hij boven de partijen staat. Ik denk niet dat iemand bezwaar zou maken als het kabinet met hem naar voren zou schuiven als kandidaat.”

Opmerkelijk is dat de steun niet alleen van de afdeling Advisering komt, maar ook vanuit de afdeling Bestuursrechtspraak. Hoewel Rinnooy Kan geen jurist is, ziet ook die afdeling „dat de Raad iemand nodig heeft die méér doet dan alleen juridisch bezig zijn. Een vicepresident die meedoet aan het maatschappelijk debat”, aldus een van de bronnen. Rinnooy Kan zelf wil niet ingaan op de vraag of hij beschikbaar is voor de functie.

De geruchten dat het kabinet minister Piet Hein Donner op het oog lijkt te hebben als opvolger van Tjeenk Willink, worden gevoed doordat minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) de coördinatie van de benoeming sinds vorige week heeft overgenomen. Formeel is Donner als minister van Binnenlandse Zaken verantwoordelijk voor de procedure. De officiële uitleg van het kabinet is echter dat Opstelten als enige bewindspersoon te oud is om zelf kandidaat te zijn, en daarom als enige binnen het kabinet in aanmerking komt om de procedure te begeleiden.

Afgelopen weken kwam van allerlei kanten kritiek op de gang van zaken rond de benoeming. Premier Rutte wordt gebrek aan regie verweten, door partijen binnen én buiten de Tweede Kamer. Oppositiepartij PvdA diende vorige week een motie in die ervoor moest zorgen dat zittend bewindspersonen niet meer in aanmerking zouden kunnen komen voor het vicepresidentschap. Alleen de PvdA, SP, GroenLinks en Partij voor de Dieren stemden voor het voorstel. De motie kwam dus niet door de Kamer, maar de kritiek bleef wel hangen.

De Raad van State, een Hoog College van Staat, heeft volgens de wet alleen het recht om in deze benoeming gehoord te worden. Maar leden van de Raad van State zijn nu bezorgd over de lange duur van de procedure, én over Donner als kandidaat. De negatieve berichtgeving zou weerslag hebben op de gehele Raad van State.

Herman Tjeenk Willink krijgt per 1 februari volgend jaar eervol ontslag als vicepresident. De vicepresident heeft de dagelijkse leiding over het instituut, de koningin is formeel voorzitter. Daarom moeten geïnteresseerden hun sollicitatiebrief en cv’s ook aan Hare Majesteit richten. Belangstellenden voor de functie kunnen tot 10 november reageren. Volgens de planning van het kabinet zou in december de voordracht bekend moeten worden.

De baan is niet alleen voor juristen: pagina 8