Geen cliché politiefilm maar onvoorspelbaar en grappig

scene uit de film The Turin Horse (2011) FOTO: Eye Filminstituut

The Guard.

Regie: John Michael McDonagh. Met: Brendan Gleeson, Don Cheadle, Liam Cunningham. *****

Een natie van ongeneselijke kletsmajoors, de Ieren. Al is hun gepraat vooral spel, dubbele bodem en rookgordijn. De Ierse politiesergeant Gerry Boyle (Brendan Gleeson) beantwoordt aan al die Ierse clichés. Geen slechte vent, wel amoreel. Een melancholicus met gevoel voor het absurde. „Zo, dat zal je moeder niet leuk vinden”, mompelt Boyle als hij drugs in het jasje van een lijk vindt naast een verongelukte sportwagen. En slikt terloops een velletje lsd: moet je toch geprobeerd hebben.

Boyle brengt anderen voortdurend uit hun evenwicht. Als de zwarte Amerikaanse FBI-agent Wendell Everett (Don Cheadle) een briefing geeft over een Ierse bende die een half miljard dollar cocaïne komt smokkelen, vraagt hij met een onschuldig gezicht: „Ik begrijp het niet. Drugsdealers zijn toch zwart?” Dan verwacht je een klassieke politiefilm: twee tegenpolen die toch vrienden worden. Met FBI’er Everett als stijve dikdoener die in Ierland een vis op het droge is en de luie, levenswijze Boyle als gids tegen wil en dank.

Maar The Guard blijkt niet zo voorspelbaar: debuterend schrijver-regisseur John Michael McDonagh zet genreclichés vederlicht naar zijn hand, is niet bang vragen open te laten en overgiet alles met een snufje droog absurdisme. Het geheim van The Guard? Tot in de kleinste bijrollen tref je markante en originele personages. Niemand is ‘functioneel’, louter in beeld om het verhaal vooruit te helpen. Het is zo’n zwarte komedie die alles goed doet: grappig én geloofwaardig door slim te spelen met filmclichés.

Coen van Zwol