'Galileo' zoekt nieuwe markten in de ruimte

Europa stuurt morgen zijn eerste Galileo-satellieten de ruimte in. Ze moeten Europeanen voor navigatie onafhankelijk maken van Russische of Amerikaanse systemen en bovendien helpen nieuwe markten te ontsluiten.

General view of the Soyuz VS01 rocket as it is transported to its launch pad at the Guiana Space Center in Sinnamary, French Guiana, October 14, 2011. The three-stage Soyuz ST-B comprises four first-stage boosters clustered around the core second stage, topped off by the third stage. The rocket will carry the first two satellites of Europe’s Galileo navigation system into orbit on its scheduled October 20 launch. REUTERS/Benoit Tessier (FRENCH GUIANA - Tags: SCIENCE TECHNOLOGY) REUTERS

Het programma ligt jaren achter op schema en de kosten zullen zeker hoger uitvallen dan de 4,8 miljard euro die er nu voor is uitgetrokken.

Galileo, het Europese systeem voor satellietnavigatie, is volgens critici een typisch voorbeeld van de bijna spreekwoordelijke zwakte van Europese besluitvorming.

In 1999 werd het peperdure project met luid trompetgeschal aangekondigd door de Europese Commissie. Maar door onderling gekibbel en gebrek aan politiek draagvlak dreigde Galileo ten onder te gaan nog voordat de eerste satelliet was gelanceerd.

Galileo zou het grootste Europese technologieproject worden sinds de Airbus: een privaatpublieke samenwerkingsverband, waarin het bedrijfsleven tweederde van de kosten zou dragen. Al snel ontstonden er twee concurrerende consortia, waarin de lucht- en ruimtevaart van verschillende landen van de Europese Unie waren vertegenwoordigd. De regeringen ruzieden over orders en de locatie van het controlecentrum.

Galileo was in principe een civiel systeem, maar Frankrijk wilde het ook gebruiken voor het richten van kruisraketten – iets waar Duitsland huiverig voor was. In 2007 trok de industrie zich terug uit het project en leek Galileo op sterven na dood.

De Europese Unie had toen ongeveer een miljard euro geïnvesteerd. Om het project af te maken, waren nog miljarden nodig. Maar veel lidstaten waren sceptisch over die investering. Er was toch al het Amerikaanse global positioning system (gps)?

Pas na forse druk van de grote landen gingen de kleinere lidstaten akkoord met de financiering van een uitgekleed systeem van 18 satellieten. Om het systeem af te bouwen, is extra geld nodig. En dan heeft de EU ook nog eens een miljard euro per jaar uitgetrokken tot 2020 om het systeem operationeel te houden.

De betaalde diensten die via Galileo worden aangeboden, dekken maar een klein deel van de kosten. Geen wonder dus dat het Galileo-project de afgelopen jaren vaak een ‘mislukking’ werd genoemd.

In Europa mag er dan scepsis zijn, de Amerikaanse uitvinders van gps hebben de betekenis van een Europees satellietsysteem vanaf het eerste uur onderkend. Eind 2001 schreef onderminister van Defensie Paul Wolfowitz aan Brussel dat de Verenigde Staten zich grote zorgen maakten over de „gevolgen voor toekomstige NAVO-operaties als de Europese Unie doorgaat met de Galileo satelliet navigatiediensten”.

Volgens de VS zou het signaal van Galileo het gps-systeem kunnen storen, en zouden schurkenstaten toegang kunnen krijgen tot technologie die tot nu toe was voorbehouden aan het Westen.

Maar op achtergrond speelden ook economische belangen. Galileo, zo schrijft de Europese Commissie op haar website, „garandeert de onafhankelijkheid van Europa in een sector die van cruciaal belang is voor zijn economie en het welzijn van zijn burgers”.

Rusland beschikt over een een eigen systeem (Glonass), en China en India zijn er een aan het bouwen. Als Europa niets zou doen, zou het afhankelijk worden van andere geopolitieke spelers. „Willen we dat de VS voor ons bepalen of we over satellietnavigatie beschikken”, vraagt Marco Falcone, manager voor Galileo bij de Europese ruimtevaartorganisatie ESA, zich retorisch af.

De economische relevantie van satellietnavigatie is nu al groot en zal de komende jaren snel toenemen. Volgens de EU levert Galileo in de komende twintig jaar 90 miljard euro aan inkomsten op voor Europa.

Met de introductie van gps in smart phones en tablets is plaatsbepaling big business geworden. Een iPhone brengt je nu al zonder Tomtom naar je afspraak, vertelt je waar je vrienden zijn en informeert je over bezienswaardigheden in de straat waar je bent.

Met de komst van aanvullende, nauwkeurige systemen wordt satellietnavigatie niet alleen nauwkeuriger, maar ook betrouwbaarder, vertelt Niels Eldering, van ESA in Noordwijk. Als één systeem uitvalt, kan een ander systeem het over nemen. „Daardoor kunnen commerciële aanbieders voor het eerst garanderen dat een doorgegeven positie ook echt klopt. Dat biedt enorm veel nieuwe mogelijkheden.”

De industrie speelt daar al op in. Volgens Eldering zijn de gps-chips die nu in mobiele apparaten worden ingebouwd ook al geschikt voor het Galileo-systeem.

Bij het ESA Business Incubation Centre in Noordwijk, zijn startende ondernemers met Europese subsidie de eerste toepassingen aan het ontwikkelen. Zo maakt het bedrijf Punchbyte software waarmee gemeentelijke objecten tot op de meter nauwkeurig kunnen worden gelokaliseerd. Stadswachten kunnen defecte lantarenpalen eenvoudig, en online, melden.

Of, ander voorbeeld, de firma Doss. Die richt zich op CO2-reductie voor transportbedrijven. Door Galileo kan de ‘vloottracker’ van Doss precies bepalen op welke delen van de route de meeste brandstof wordt verbruikt – en dus de meeste kooldioxide wordt uitgestoten. Transportbedrijven kunnen zo slim de route aanpassen, om hun milieudoelstellingen te halen.

Op dit moment werken er twaalf starters in het ‘incubatiecentrum’ aan nieuwe commerciële toepassingen voor ruimtevaart. De helft daarvan is bezig met satellietnavigatie. Zoals het bedrijfje iOpener, dat werkt aan een computergame waarmee je live mee kunt doen aan de Grand Prix van Dubai of Monaco. Met Galileo geven de Formule-1 bolides hun positie tot op de meter nauwkeurig door. De gamer racet virtueel, maar real time mee.

Eldering: „Met Galileo kun je nauwkeurig bepalen waar auto’s rijden. Dat biedt mogelijkheden, zoals een systeem dat de onderlinge afstand van auto’s reguleert.”

De concurrentie zit ondertussen niet stil. Sinds gisteren maakt de gloednieuwe iPhone 4s niet alleen gebruik van gps, maar ook van een tweede systeem: Glonass.