Gaddafi regeert nog over zijn graf. Wees voorzichtig met zijn nalatenschap

Gaddafi tussen Ali Abdullah Saleh (links) en Hosni Mubarak (rechts). Foto Asmaa Waguih / Reuters

42 jaar dictatorschap heeft Libië gevormd tot wat het is. Een gevandaliseerd, tribaal verdeeld land. De dood van kolonel Moammar Gaddafi markeert slechts het einde van de almacht van één stam. Niet het begin van een democratische, liberale samenleving.

Het startschot voor de Libische toekomst kwam vandaag uit een Kalashnikov. Jeeps, beladen met schietende mannen, toeterden door de straten. Jubelend, scanderend. Begrijpelijk barbaars, maar dat neemt niet weg dat een arrestatie, een proces en een berechting de voorkeur hadden verdiend. Een valse start dus: euforie waar Libië niet trots op mag zijn.

Dat is een nogal Westerse gedachte, een opinie vanaf de zijlijn. Niet eerlijk, gezien de status van de nieuwe regering die eigenlijk Nationale Overgangsraad heet. Een overgang die zich momenteel richt op instituties en daar de handen aan vol heeft. Maar een democratie bouw je niet met bakstenen alleen. Er moet een democratische cultuur komen. Dat is geen kwestie van jaren, maar van tientallen jaren. Sommigen zullen nooit vergeven, laat staan vergeten.

Haat bestrijd je met brood

Het is de vraag of die cultuurverandering wel wordt ingezet. Alaa al-Ameri, het pseudoniem van een Brits-Libische journalist, schreef vanavond in The Guardian: “Voor elk leven dat Gaddafi nam, voor elke toekomst die hij stal, moeten we ons inzetten - niet alleen om ons land te herbouwen, maar ook om onze samenleving naar een standaard te brengen die ons in niets herinnert aan zijn parasitaire familie en entourage.”

Was het maar zo makkelijk. Alsof je Gaddafi’s clan met een vingerknip kunt laten verdwijnen. Het duurde niet voor niets maanden voordat de opstandelingen, met steun van de NAVO, grip op Libië kregen. Militair mag de Overgangsraad dan nu de macht in handen hebben, cultureel is er nog weinig gewonnen: het land is vergeven van Gaddafi-sympathisanten. Dat zijn geen slechte mensen, maar burgers die bestonden bij de gratie van Gaddafi’s almacht en de zekerheid genoten van inkomen, onderwijs, onderdak en veiligheid. Alleen dictators met draagvlak kunnen het 42 jaar volhouden. Loyaliteit houdt ze in het zadel.

Alle sporen uitwissen, zoals Alaa al-Ameri wil, lijkt een mooi streven. Maar het verdient aanbeveling om onderscheid te maken tussen sociale sporen en menselijke sporen. Tussen Gaddafi’s scherven, zijn wanstaltige ideeën en zijn sympathisanten. Laatstgenoemden zijn net zo goed de toekomst van Libië. Een onderscheid dat Christopher R. Hill, een voormalig Amerikaans onderminister van Buitenlandse Zaken, op 23 augustus maakte in een opiniestuk. Een onderscheid dat een belangrijk pleidooi in zich had: neem vijanden in dienst.

De wederopbouw van Libië, zo schreef Hill, moet niet gelijk opgaan met het vernietigen van oude organisatiestructuren. Beter is om Gaddafi’s mensen salaris en pensioen te garanderen. Vervang de leiders en houd hun werknemers op de loonlijst. Ambtenaren zijn immers gedrild om te gehoorzamen. Die bijten niet gauw in de hand die hen voedt. Haat, tegen het nieuwe bewind, bestrijd je met brood.

Liberaliseer Libië niet te snel

Ook Larry Kaplow, oud-oorlogsverslaggever in Irak, gelooft dat Gaddafi’s manschappen bereid zijn om over te lopen. Cash en training zijn daarvoor onontbeerlijk, betoogde hij op 26 augustus in Foreign Policy. Dat ontneemt de druk op het nieuw te vormen bewind. Zij die eerst bestreden werden moeten nu in staat worden gesteld een eerlijke boterham te verdienen. Tegelijkertijd brak Kaplow een lans voor corruptiebestrijding, een vrije pers en menswaardige berechting. Want alles wat riekt naar autocratische methodes kan het nieuwe gezag ondermijnen, ook internationaal.

Het moet niet te vlug gaan, die liberalisering van Libië. Gaddafi bood financiële zekerheden, benadrukte Kaplow. Zekerheden die kunnen wegvallen in de transitie naar een meer liberale economie. Denk aan overheidssubsidie en werkgelegenheid. Zet staatsbedrijven niet meteen in de uitverkoop, adviseerde hij. Juist tijdens de hervormingen moet het volk getrakteerd worden op tastbare voordelen. Democratisering moet lekker zijn, geen levertraan.

Geef Gaddafi’s clan een toekomst

Cynisme over het democratisch potentieel van Libië is echter niet op zijn plaats, schreef Bernard-Henri Lévy eind augustus in het weekblad Le Point. De Franse filosoof adviseerde president Sarkozy om te interveniëren en gelooft dat de revolutie zal slagen. Vergelijkingen met de post-Saddam-chaos in Irak werpt hij verre van zich. “De militaire interventie in Libië was niet bedoeld om democratie op te dringen aan een zwijgende bevolking, maar om opstandelingen te ondersteunen die dit al als eis hadden en daarvoor al een voorlopig en wettig vertegenwoordigingsorgaan in het leven hadden geroepen.”

Lévy bedoelt hiermee het uitwissen van politieke sporen. “Wat sterft is een oud concept van soevereiniteit waarin alle misdrijven zijn toegestaan, mits deze binnen de staatsgrenzen worden begaan. Wat geboren wordt is het idee van universele rechten, die niet meer alleen een vrome wens is, maar een vurige verplichting voor degenen die werkelijk geloven in de eenheid van het menselijke ras en de deugd van het recht van inmenging dat hiervan het logische gevolg is.”

Woorden die enorm veel vragen van de opstandelingen, de nieuwe machthebbers en iedereen die de revolutie steunt. Het cliché ‘heb uw vijanden lief’ is nu bittere noodzaak. Een noodzaak die de Britse Libiër Alaa al-Ameri nog niet lijkt in te zien. “Gaddafi doden is niet genoeg”, schrijft hij strijdlustig. “We moeten hem vergeten. En daarom moeten we al zijn invloeden uitwissen, uit elk aspect van ons leven. Alleen dan kunnen wij vrij zijn van hem.”

Vanaf de zijlijn hebben we makkelijk praten. Maar als het uitwissen van sporen ook mensen bedreigt, dan zal Libië nog lang onrustig blijven. Daar is geen institutie of grondwet tegen opgewassen. Daags voor zijn vlucht opende Gaddafi de wapendepots, vrijwel ieder huishouden bezit nu een Kalashnikov. Hij mag misschien verdreven zijn, gedood zelfs, maar zijn geest waart nog over het land. Het zou een democratie onwaardig zijn als de mensen die nu rouwen geen toekomst krijgen in het nieuwe Libië. Van trigger-happy naar happy: dat is de uitdaging voor de Nationale Overgangsraad. Niet doldriest jubelen, maar plenair vergaderen.

Eerder in deze serie:
Zoon Gaddafi bedoelt het allemaal niet zo kwaad
Vijf tips om een dictatuur coupbestendig te maken
Zo zet een dictator het internet uit
Tien jaar oorlog tegen het terrorisme. Dit is de rekening
Een onschuldige burger is ongeveer 2.500 dollar waard
Gekken aan het roer. Helemaal niet zo’n slecht idee
Congresleden schoten elkaar vroeger gewoon dood
Het Kill Team is angstaanjagend normaal
Het intellect ligt aan de basis van het grofste geweld
Obama faciliteert online petities. Idee voor Rutte?
Politiek, schaf commissies af en zet de burger aan het werk
Tocqueville en de tirannie van de meerderheid
J.D. Salinger schreef lekker door terwijl zijn kameraden beschoten werden
Politiek heeft draaikonten nodig. Naar voorbeeld van Lincoln
Geef communisme een tweede kans. Echt, nu zijn we er wel klaar voor