Even terug in Moskou

Voor het eerst sinds 1989 is Mark Rutte terug in Moskou. Tweeëntwintig jaar geleden kwam hij er als jonge JOVD’er om te praten met communistische jeugdorganisaties, nu is hij er als premier om grote zaken met de Russische regering te doen. ,,Er is veel veranderd”, constateerde hij gisteravond tijdens het zakenliedendiner. Een paar uur na het uitspreken van die historische woorden ging hij nog naar het Rode Plein, waar juist bijna niets veranderd is. En dat is maar goed ook, want dat plein is een der mooiste ter wereld en dat moet zo blijven.

Vijftien  bestuursvoorzitters van Nederlandse multinationals en vertegenwoordigers van zo’n zeventig mkb-ondernemingen zijn met hem mee gekomen. En allen buigen ze diep voor het grote geld dat in Rusland voor het oprapen ligt. Vanmorgen vroeg werden al enkele belangrijke contracten gesloten. Zo gaat onder meer de Gasunie met Gazprom in zee en gaat de Universiteit Groningen een samenwerkingsverband aan met technopark Skolkovo.

Maar een van de belangrijkste aanbiedingen van Nederlandse zijde is de bouw van voetbalstadions voor het WK 2018. De grasmattenkoningen en grootaannemers staan in de rij. Ook is er een vertegenwoordiger aanwezig van een bedrijf dat verplaatsbare parkeergarages wil bouwen, overal in Rusland. Waar Nederlandsers groot in zijn is duidelijk: handel.

Aan het begin van zijn bezoek had Rutte ook nog een ontmoeting met vier (mensenrechten)activisten. Dat hoort er nu eenmaal bij als je een vertegenwoordiger van de westerse rechtsstaat bent. Rutte vertelde achteraf hun grieven bij president Medvedev en premier Poetin aan te zullen kaarten. ,,Technologische modernisering gaat niet zonder justitiële modernisering”, zei de premier terecht.

Kortom: het Nederlandse kapitalisme staat in Rusland een stralende toekomst te wachten. Vooral op de voetbalvelden, de parkeergarages en in de (land)bouwsector. Laat de komkommer zegevieren.